Posts tonen met het label woorden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label woorden. Alle posts tonen

woensdag 18 juli 2012

Daseinstadt,


Dag Siebe,

De reis zit er nu echt bijna op. Dit is mijn laatste blog. De tijd is ongelofelijk snel voorbij gevlogen. De reis was soms lastig, maar ik heb ook mooie momenten beleefd. Het zoeken naar een internetconnectie was soms frustrerend, maar het is toch maar altijd gelukt. Ik ben erg moe geweest, maar tegelijk vaak ook erg ontspannen. Ik mis dit al, terwijl het nog niet helemaal afgelopen is…

Zoals 'saudade' in het Portugees. Een woord dat zich niet in één woord laat vertalen in het Nederlands. Het is het gevoel dat geliefden hebben wanneer ze nog bij elkaar zijn, maar binnenkort afscheid zullen moeten nemen. Ze treuren omdat de tijd die ze samen doorbrengen bijna ten einde loopt terwijl ze tegelijkertijd nog genieten van het samenzijn. De twijfel tussen omslaande emoties…

Dat van die Möbiusband heb je goed gevonden. Het is in zekere zin ook een zaak van elementen die soms wel en soms niet in elkaar lijken over te gaan. Je mannetjes doen me denken aan de platlijven die zelf tweedimensioneel (want plat) zijn en zich niet kunnen inbeelden dat hun universum drie dimensies zou kunnen hebben.

Taal laat dingenverschijnen’. Woorden geven dingen bestaan (blog 24 juni 2012). Taal is ‘zeggen’ in de betekenis van ‘tonen’ (blog 11 juli 2012). Maar wat is de oorsprong van taal? Daar heb ik nog niets over geschreven. Welnu, Heidegger heeft er lang over gedacht en nagedacht want deze vraag komt verschillende keren in zijn werk voor. Het is maar als je alle puzzelstukjes bij elkaar legt dat het geheel duidelijk wordt.

Taal vindt zijn oorsprong in de stilte (kaart Betekenis [88]). Zonder stilte is er geen taal en wanneer taal uit stilte ontstaat, verschijnt er iets. Er verschijnen dingen die dan alleen kunnen zijn en kunnen bestaan, dankzij taal.

Straks vertrekt mijn vlucht. Mijn koffers zijn gepakt en mijn boeken gelezen… Het was niet altijd gemakkelijk in blogs te vatten wat ik wou zeggen en in te schatten of je er iets zou aan hebben en of ik je zou kunnen blijven boeien. Soms betrapte ik me erop dat ik hardop aan mezelf aan het uitleggen was wat ik bedoelde. Binnenkort kunnen we weer ‘in real live ’ discussiëren; dat zal veel beter zijn.

Ik probeer nog wat zon mee te smokkelen ;-).

Dankjewel en dikke kus!



Heidi

zaterdag 14 juli 2012

Gent,


Dag Heidi,

Morgen zijn Lars en Emma weer thuis: nog één keer uitslapen! Natuurlijk mis ik die twee kleine op-de-meest-onmogelijk-uren-lawaaimakertjes. Fijn dat je de wolken leuk vond. Het schilderwerk in huis is alvast goed gelukt (zegt Ilse).

Het is goed dat we dichter komen bij het doel want we zijn al even onderweg…  Ik denk dat ik begin te begrijpen waar het over gaat (ook omdat ik onze eerste brieven eens opnieuw gelezen heb).

Konden we in het begin al weten dat taal betekenis laat verschijnen? In je eerste brief (blog 23 april 2012) schreef je dat we de wereld kunnen ontdekken in de dagdagelijkse activiteit van Dasein. Taal gebruiken is toch een activiteit van Dasein, dus is het in die zin logisch dat we de wereld moeten kunnen ontdekken in taal? Je schreef: “De betekenis van dat zijn zit in de wereld.” Dus ook in taal?

En Dasein kent taal, want “het wonen in onze linguïstische praktijken ontsluiert de betekenis van woorden”, dat schreef je ook al (blog 5 mei 2012). Dan zou het toch niet zo moeilijk mogen zijn om de betekenis van taal te ontdekken, maar eerlijk, ik zie het nog niet helemaal (en nu denk ik toch weer dat ik er niets van begrijp).

Nog drie dagen…  en je hebt het precies helemaal uitgekiend om tot de laatste minuut je tijd nuttig te besteden. Als de deadline nadert, moet je er inderdaad voor zorgen dat je alles gedaan hebt wat je wou doen.

Succes met de gids (er niet van weglopen, hé!)

Vele groetjes,



Siebe

dinsdag 10 juli 2012

Gent,


Dag Heidi,

‘Spijt’ gaat nu misschien wel net iets te ver ;-). Maar het leren van woordjes kan zonder twijfel veel aangenamer gemaakt worden. Misschien moeten we daar eens over doorbomen als je terug in het land bent?

De tweede kinderkamer vlot goed. We hebben beslist om het plafond in een wolkenhemel te schilderen en dat is toch wel een beetje doordat jij me op ideeën bracht!

Het lezen van je vorige blog riep een aantal beelden bij me op. Taal is als de taal van het zijn, zoals wolken de wolken van de hemel zijn

Ken je deze leuke vondst van Roger Raveel (1968)? Dit is een Karretje om de hemel te vervoeren. Het bovenste vlak van de kubus op wielen is een spiegel. In de spiegel zie je (als de kar buiten staat tenminste) de weerspiegeling van de hemel. Misschien kan je zo ook de hemel vervoeren? Ik vind dit een fascinerend beeld omdat het je doet afvragen waarom je hemel zou willen vervoeren? Misschien wil je die hemelmomenten van heldere dagen of mooie wolkenformatie bijhouden en verzamelen? Maar eigenlijk is de hemel er toch altijd… zoals het zijn er steeds is. Het kan dat we een vehikel uitvinden om het zijn zichtbaar te maken zoals de hemel in de spiegel op de kar verschijnt. Maar het zijn vervoeren, zal het zijn dan toch weer veranderen: verdwijnen en verschijnen? En een spiegelbeeld is ook maar een beeld.

Bij de huisbewaarders van het 'huis van het zijn', stel ik me mensen voor die taal gebruiken en dus de taal cultiveren door de taal te laten groeien, nieuwe woorden te bedenken en creatief te zijn met taal. Maar daarnaast gebruiken ‘gewone mensen’ toch ook ‘gewone taal’ om ‘gewone dingen’ te zeggen. Als je telkens op zoek moet gaan naar meerdere betekenissen in woorden dan gaat het ook niet meer vooruit, hé (blog 15 mei 2012). Bij de huisbewaarders van taal stel ik me alvast niet dit personage voor:



Dit is de versie van Jan Fabres De man die de wolken meet die sinds 1999 op deSingel in Antwerpen staat (er staat ook een versie op het S.M.A.K. in Gent, maar daar heb ik geen mooie foto van). De kunstenaar probeert in dit beeld het universum op te meten om het op die manier te kunnen grijpen en begrijpen. Een onmogelijke opdracht, als je het mij vraagt, die bovendien z’n doel voorbijschiet. Taal opmeten en bijvoorbeeld in woordenboeken proberen vatten (blog 18 mei 2012), is van dezelfde orde, toch?

Het is natuurlijk altijd gemakkelijk om commentaar te geven en te zeggen wat het niet moet zijn, maar ik denk dat ik ook een ideaal beeld of misschien zelfs ideaalbeeld gevonden heb bij de idee dat zijn altijd onderweg is naar taal (blog 8 juli 2012):


René Magritte heeft dit schilderij in 1953 La reconnaissance infinie genoemd. Het is alvast duidelijk dat hierin niet de platgetreden paden bewandeld werden. Magritte zou ooit gezegd hebben: “Ik breng het denken in beeld en maak daardoor iets mysterieus.” En daar is het ‘mysterieuze’ weer!

Ik vroeg me af of er een directe connectie is tussen Magritte en Heidegger. Op internet vond ik dat Magritte geïnspireerd zou zijn door Heidegger. In 2004 scheef Annemie Tormans een eindverhandeling over Magrittes werk waarin ze linken met filosofen onderzocht. Zij ontdekte onder meer dat Magritte rond 1954 met de Leuvense professor de Waelhens correspondeerde over de filosofie van Heidegger. Volgens Kaulingfreks, in Mijnheer Iedereen, toont Magritte in zijn werk de oorsprong van de dingen. Namelijk dat wat alle interpretaties en kaders waarin wij de werkelijkheid vatten en benoemen voorafgaat. Deze oorsprong is het mysterie. Ik denk dat onze cirkel rond begint te worden, Heidi.

Als je schrijft dat Heidegger omschrijvingen en vergelijkingen zoekt om uit te leggen wat hij wil zeggen, dan vind ik dat het hem in zekere zin menselijker maakt. Ik vind het steeds meer begrijpbaar. Dit begint eigenlijk best plezant te worden; kijk hoelang deze blog geworden is (en dat terwijl ik het in het begin erg moeilijk vond). Misschien is het toch steeds zoals met die woordjes dat je toch eerst een beetje door de zure appel heen moet, of moet durven springen, voor je resultaten plukt en ziet.

Het feit dat het vakantie is, helpt natuurlijk ook wel om hier wat meer tijd in te steken ;-). Als ik na het gipsplaten afmeten en uittellen en het vreselijk lastige schuren heen ben, dan is het in alle lichamelijke vermoeidheid nog net mogelijk een stukje niet gebruikte hersenenergie hieraan te besteden.

Hopelijk viel de nachttrein goed mee en vertel je me binnenkort boeiende verhalen uit Zeggen. Vertel me dan ook eens wanneer je terugkomt, want de terugreis kan je toch niet tot in het oneindige uitstellen.

Tot binnenkort?



Siebe

zaterdag 7 juli 2012

Gent,


Dag Heidi,

Ondertussen zijn we een weekje in Oostduinkerke geweest. De tante van Ilse heeft er een appartement en we mochten er een weekje logeren. Het was erg fijn en vooral in het begin van de week was het mooi weer! Heerlijk uitgerust zijn we ondertussen terug thuis. We hebben geen valleien of bergen gezien (of het moeten duinen geweest zijn), wel de zee… maar die vind ik minstens even mooi.

Het is blijkbaar nogal mysterieus die relatie tussen woorden en dingen; want je vindt inderdaad geen rechtstreekse link tussen woordklanken en dingen. Wel roepen woorden betekenissen op. Daardoor kunnen nieuwe woorden ontstaan (blog 18 mei 2012) en kunnen woorden evolueren zoals van stylus naar stylo en weer naar stylus. Stylo zou van het Latijnse stylus komen, maar het schrijfstokje dat je soms bij een smartphone krijgt, noemen ze nu weer een stylus. Met die stylus kan je preciezer aanduiden wat je precies wil op het kleine scherm. In zekere zin ga je daarmee terug naar een meer oorspronkelijke betekenis, maar toch is het woord nieuw want het roept nieuwe betekenissen op, toch? Het zijn nieuwe betekenissen die gelinkt zijn aan nieuwe technologieën.

Eigenlijk is het wel zo dat je een ding beter kan kennen als je meer betekenissen kent, als het woord dat bij het ding hoort bij jou meer betekenissen naar boven haalt. Ik herinner me nog dat we Latijnse woordjes moesten studeren. Veel woorden hadden verschillende en vooral uit elkaar liggende betekenissen. Vaak zei de leerkracht dat we sommige betekenissen niet moesten kennen omdat die eerder zeldzaam voorkwamen. De sport bestond er natuurlijk in de leraar te overtuigen dat we zo weinig mogelijk betekenissen moesten kennen ;-).

Ik hoop dat Heidegger je toch nog verder op weg helpt. Ik heb het gevoel dat hij wel nog meer uit de doeken te doen heeft.

De kinderen zijn een weekje bij oma. Ilse en ik gaan nog wat klussen in huis: die tweede kinderkamer moet nu echt eens in orde komen!

Veel plezier daar aan de andere kant van de wereld. Hopelijk heb je een deugddoende tocht achter de rug en heb je ook onderweg veel kunnen mijmeren!

Veel groetjes,



Siebe

zondag 24 juni 2012

Woorden,


Hoi Siebe,

Dank je voor de riem onder het hart! Of was het omgekeerd? Ondertussen ben ik in Woorden aangekomen. Het is hier werkelijk heel erg mooi. Woorden ligt op de flank van de Woordenberg aan de rand van de Vallei der Achtergronden. Bij mooi weer kan je Filosofia zien liggen. 

Het woord geeft het ding bestaan (blog 2 juni 2012); zover waren we al geraakt voor ik ziek werd. Maar hoe gaat dat dan in zijn werk? Het is niet eenvoudig het ‘mechanisme’ achter het geven, de gift, te pakken te krijgen. Heidegger vertrekt voor zijn onderzoek bij poëzie. Hoewel de dichter kan tonen hoe het woord bestaan geeft aan het ding kan ook de dichter zelf niet zeggen wat die gift precies is. De gift ontsnapt de dichter, niet dat het verdwijnt in het niets, het blijft een geschenk, maar de dichter kan het nooit (be)grijpen. (kaart Woorden [13])

Heidegger schrijft dat het woord het dingbedingt’ (kaart Woorden [6]). Dit wil niet zeggen dat het woord het ding bestaansredenen geeft, maar wel dat het het ding toelaat er te zijn als een ding (kaart Woorden [5]). Iets om op te zitten, noemen we een stoel. Eens het woord stoel er is, bestaat het ding ook: je kan erover spreken, want het heet een stoel. Maar stoel zegt als woord op zich niets over wat een stoel is. Het woord zeggen, is het ding benoemen en het zo laten zien: het tonen. Meer niet.

Veel verder geraak ik voorlopig niet. Op het einde van het onderdeel Das Wort in Unterwegs zur Sprache stelt Heidegger: “Sage und Sein, Wort und Ding gehören in einer verhüllten, kaum bedachten und unausdenkbaren Weise zueinander.” (kaart Woorden [10]). Zeggen en zijn, woord en ding horen bij elkaar maar gesluierd. Het is dus niet helemaal duidelijk hoe. Heidegger zegt erover dat het nog niet helemaal doorgedacht is…  hier strand ik dus.

Mijn kamer kijkt uit op de Sluivervijver.  Straks ga ik verder lezen op het strandje aan de vijver. Het decor stimuleert alvast het mijmeren…

Omdat het hier zo mooi is, Siebe, het ziek zijn nog in mijn kleren hangt en mijn reis nu toch al door elkaar gegooid is, heb ik besloten te voet naar Filosofia te trekken. Het schijnt een mooie tocht te zijn langs het Pad van Betekenis. Het pad kronkelt door een beschermd natuurgebied: open vlaktes en bossen wisselen elkaar af. Over de tocht zal ik waarschijnlijk elf dagen doen en onderweg zijn er wel pleisterplaatsen maar is er geen internet beschikbaar! Het zal dus eventjes duren voor je weer van me hoort (of leest).

Kussen,



Heidi

donderdag 7 juni 2012

Gent,


Dag Heidi,

Nu het warme weer het weer laat afweten, vind ik het lezen sowieso fijn. De kinderen zijn wel wat lastiger en vragen wat meer aandacht. Ik kan ze moeilijk ongelijk geven: vorige week konden ze buiten spelen en het nieuwe speelpark in de buurt uitproberen. Het was goed zichtbaar dat iedereen in de buurt snakte naar beter weer en meer open ruimte. ’t Is wel jammer voor het pas gezaaide gras dat waarschijnlijk nog niet opgewassen is tegen zoveel enthousiasme; wachten is zo moeilijk.

Nu lees ik je blog meestal wel een keer of twee, maar gelukkig ook geen honderden keren ;-).

Je doet me heel anders naar evidente dingen kijken, die dan opeens niet meer evident zijn. Het is best wel verwarrend. Dat men filosofie soms niet nuttig vindt, heeft misschien ook daarmee te maken? Het brengt je immers in de war en mensen zijn niet graag in de war: ze houden van zekerheden. Zou dat met die ‘afstandelijkheid’ kunnen te maken hebben waar je het al eerder over had (blog 26 mei 2012)?

Wat je schrijft over dingen die pas kunnen bestaan als er een woord voor is, deed me denken aan dit fragmentje uit The Simpsons:


Goede reis!



Siebe

zaterdag 2 juni 2012

Heen en Weer,


Hoi Siebe,

Ik schrok ook wat van de lengte van mijn vorige blog. Als ik mijn blogs uitschrijf, dan kom ik ook wel aan een paar bladzijden, maar dat ziet er niet zoveel uit; misschien omdat ik nogal groot schrijf? Uitgetypt, ziet het er wat meer uit…

Ik ben blij dat je het volhoudt en er net zoals ik plezier in vindt. Het is niet zo gemakkelijk mensen ervan te overtuigen dat filosofie gewoon fijn is om mee bezig te zijn. Men vindt het moeilijk en weinig nuttig, maar zo kijk ik er eigenlijk zelf niet naar. Sporters die hun prestaties willen verbeteren doen toch ook honderden keren dezelfde oefening om een honderdste van een seconde sneller te worden? Als je nu honderden keren dezelfde bladzijde leest om het net iets beter te begrijpen, dan is dat toch hetzelfde? En omdat het moeilijk is, put het je soms ook uit, kan je in dit geval even niet meer denken… Als ik lees hoeveel sommige atleten slapen…

Het zijn van taal achterhalen, daar is het ons om te doen. Ondertussen ben ik mij een weg aan het banen doorheen Unterwegs zur Sprache. In dat werk gaat Heidegger op zoek naar het zijn van taal. Volgens Heidegger laat taal zelf het niet toe dat we de oorspong van taal kunnen uitdrukken in taal. Deze weigering hoort tot het zijn van taal zelf (kaart Heen en Weer [11]). Dat het geen gemakkelijke klus zou worden, dat wisten we al, maar we gaan toch verder…

Ik ga nog wat dieper in op de relatie tussen woorden en dingen. Ik schreef eerder al dat er geen ‘logisch’ verband is tussen de woorden en dingen waar ze naar verwijzen: het woord is geen perfecte afspiegeling van het ding (blog 28 mei 2012). Er is een andere relatie tussen woorden en dingen. Een dingis’ als er een woord voor is (kaart Heen en Weer [24]). Zolang er geen woord voor is, kan iets niet bestaan. Meestal ontstaat er voor een nieuw ding een nieuw woord, zoals met ‘stoeproken’ (blog 18 mei 2012). We begrijpen een ding als er een woord voor ‘is’ (kaart Heen en Weer [26]). Het woord zorgt ervoor dat het dingis’. Het woord geeft het dingzijn’, maar een woordis’ ook zelf een ding. Dus het ene ding (een woord) zorgt ervoor dat een ander dingis’ (kaart Heen en Weer [25]). Woorden geven dingen bestaan.

Woorden zijn geen afspiegelingen van dingen. Over een woordenboek schrijft Heidegger het volgende: “Es ist voll von gedruckten Dingen. Allerdings. Lauter Wörter und kein einziges Wort. Denn das Wort, wodurch die Wörter zum Wort kommen, vermag ein Wörterbuch weder zu fassen noch zu bergen.” (kaart Heen en Weer [12]) In een woordenboek vind je dus geen woorden, maar dingen, omdat een woordenboek nooit de woorden op die manier kan grijpen zodat de termen woorden worden en spreken als woorden.

Omdat het heel hard regende, Siebe, ben ik in Heen en Weer in de bibliotheek terechtgekomen. Daar stond het citaat hierboven op het plafond geschilderd. Ik vraag me af welke grapjas dat bedacht heeft.

Vannacht gaat de reis naar Naburigheid. Ik neem de nachtbus en hoop dat ik wat kan slapen.

Tot binnenkort,



Heidi

vrijdag 1 juni 2012

Gent,


Hoi Heidi,

Whaaw, Heidi, wat een serieuze brok! Ik heb de indruk dat je erg goed hebt kunnen lezen, denken en schrijven op die boot naar Zwijgen en terug. Ik hoop dat je ondertussen toch ook wat genoten hebt van het varen zelf.

Terwijl ik je eerste blogs verschillende keren moest lezen om te begrijpen waar het over ging, heb ik nu het gevoel dat ik sneller mee ben. Ik ben nu wel blij dat ik mezelf er wat toe gedwongen heb om dit pennenvriendschapding serieus op te nemen.

Het is een fantastische gedachte dat er minder misverstanden zouden zijn als mensen dezelfde taal spreken. Maar elkaar verstaan is natuurlijk wel meer dat de woorden begrijpen die de ander zegt. Als taal de perfecte afspiegeling zou zijn van de werkelijkheid, zoals Wittgenstein voorstelt, dan zou dat een oplossing kunnen zijn, maar taal is geen perfecte afspiegeling van de wereld. Ik vind Heideggers ideeën over zwijgen eigenlijk een stuk sympathieker dan die van Wittgenstein. Ik denk dat je net door meer te spreken beter kan uitleggen en omschrijven wat je bedoelt en dus elkaar kan verstaan.

Ik wens je veel plezier op je rondreis! Je bent normaal gezien al vertrokken. Ik hoop dat je vlot kan reizen en dat je voor niet teveel verrassingen komt te staan… anders hoor ik dat wel.

Knuffel,



Siebe

maandag 28 mei 2012

Daseinstadt,


Dag Siebe,

Ik ben erg benieuwd hoeveel Emma en Lars ondertussen al weer gegroeid en veranderd zullen zijn. Ik begin België, na een goede maand op reis, ook al een beetje te missen. Het eten is hier lekker, maar ja, het is nooit als thuis, hé.

Ondertussen ben ik terug in Daseinstadt. Na mijn bezoek aan Ladder ben ik dus met de boot naar Zwijgen op het eiland Zwijgzaam gevaren. Zowel op de heen- als op de terugreis was het kalme zee! Het was er best wel boeiend. Je weet dat ik Zwijgzaam wou bezoeken omdat daar sporen van de ideeën van Wittgenstein te vinden zijn.

Ik denk dat het een mooi idee is zo’n gemeenschappelijke taal, maar tussen droom en daad staan praktische bezwaren in de weg, zeker? Toch geloven velen in zekere zin in de maakbaarheid van taal. Ik ben nooit een believer geweest en Heidegger reikt volgens mij een aantal argumenten aan die aangeven waarom het zo moeilijk is. Gisteren was het Pinksteren, Siebe. Als kind vond ik dat een fascinerend verhaal dat ik me eigenlijk moeilijk kon voorstellen. Er daalden namelijk ‘vurige tongen’ neer over de apostelen en zij konden opeens alle talen spreken om de blijde boodschap te verkondigen (bijbel.net). Alle talen, Siebe, wat een prachtidee! Dan zouden ze met iedereen kunnen spreken en dan zijn er geen misverstanden meer, of toch?

Een tijdje geleden heb ik me door het Tractatus Logico-Philosophicus – ook wel TLP genoemd – van Wittgenstein geworsteld. Dankzij de uitleg van Grayling in zijn boek met de passende titel Wittgenstein en de Stanford Encyclopedia of Philosophy die beschikbaar is op internet, ben ik erdoor geraakt.

Wittgenstein start zijn betoog met het uit de doeken doen hoe de wereld opgebouwd is, met name uit feiten. “Die Welt ist alles, was der Fall ist.” (TLP, p. 12, 1) Dat is de eerste stelling van de TLP. Eerder dan de traditionele atomistische idee dat de wereld opgebouwd is uit voorwerpen, stelt Wittgenstein dat de wereld uit feiten bestaat. Feiten zijn bestaande standen van zaken en dit zijn dan weer combinaties van voorwerpen. Deze voorwerpen zijn onveranderlijk en niet te ontleden. Deze onderdelen zie je in de eerste kolom van het schema hieronder (gebaseerd op Grayling, p. 48).


We maken beelden van de werkelijkheid. Wittgenstein stelt dat de wereld zoals ze werkelijk is, afgebeeld wordt in de taal. In de taal duiden namen voorwerpen aan. Een stapje hoger zijn elementaire proposities opgebouwd uit namen en deze zijn een logische afspiegeling van de ordening van de voorwerpen in standen van zaken. ‘Standen van zaken’ is moeilijk interpreteerbaar. Het gaat erover hoe de dingen zijn, op welke manier ze in de wereld geordend zijn. De totaliteit van standen van zaken, actueel en mogelijk, vormt de hele realiteit. De wereld is het geheel van deze standen van zaken die echt bestaan. “Die Gesamtheit der bestehenden Sachverhalte bestimmt auch, welche Sachverhalte nicht bestehen.” (TLP, p. 18, 2.05) Het geheel van deze standen van zaken duidt niet alleen aan wat er is maar bovendien wat er niet is en niet kan bestaan. Het bovenstaande schema van Grayling (Wittgenstein, p. 48) illustreert de parallellen in de opbouw van taal en wereld.

Taal moet voor Wittgenstein de perfecte weerspiegeling van de wereld zijn. Terwijl naam en voorwerp voor Wittgenstein perfect zouden moeten samenvallen, stelt Heidegger dat er geen verband is tussen woord en ding. Woorden kunnen ook niet van betekenis voorzien worden (blog 15 mei 2012). Kan Wittgensteins opzet slagen?

Wittgenstein kwam uiteindelijk tot de vaststelling dat filosofische problemen er enkel zijn omdat we de taal niet correct hanteren. Het zijn allemaal schijnproblemen door de manier waarop ze in de taal gerepresenteerd worden. Het functioneren van de taal is volgens Wittgenstein afhankelijk van de onderliggende logische structuur van taal. Dat is precies wat hij onder handen neemt. Zijn logische constructie van een filosofisch systeem heeft tot doel de limieten van de wereld, het denken en de taal te vinden om het onderscheid te kunnen maken tussen zin en onzin.

Als we deze redenering verder uitwerken, moeten we erop uitkomen dat de TLP zelf onzinnig is. De ‘oplossing’ voor deze spae ladnning is te vinden in Wittgensteins opmerking, waar hij de metafoor van de ladder gebruikt om de functie van de TLP uit te drukken. Het boek moet als een ladder gebruikt worden om in te klimmen en zo de wereld op de juiste manier te zien. Eens daar aangekomen moet het werk herkend worden als onzin en de ladder weggegooid worden.


Wetenschap is, volgens Wittgenstein, afbeeldbaar in de taal. Enkel de natuurwetenschappen kunnen afgebeeld worden in de taal omdat ze duidelijk verwijzen naar feiten, naar standen van zaken en voorwerpen. Enkel wat in de logische taal uitgedrukt en dus gedacht kan worden, is waar. In deze taal is het onmogelijk onwaarheden te formuleren. Dus wetenschap moet beoefend worden in de logische taal en waarover men niet kan spreken (in de letterlijke betekenis van spreken, namelijk uitdrukken) daarover moet men zwijgen, aangezien wat men niet kan uitdrukken zinledig is.

Heidegger is het in zekere zin eens met Wittgenstein als het over het zwijgen gaat, want hij stelt dat veel over iets praten geen garantie is dat het verstaan daarmee vooruitgeholpen wordt (kaart Daseinstadt [17]). Aan de andere kant vind ik ook dit bij Heidegger: “Wer nie etwas sagt, vermag im gegebenen Augenblick auch nicht zu schweigen. Nur im echten Reden ist eigentliches Schweigen möglich.” (kaart Daseinstadt [19]) Of: “Wie nooit iets zegt, kan als het nodig is ook niet zwijgen. Alleen in het echte spreken is een eigenlijk zwijgen mogelijk.”  En ook: “Het gepraat biedt de mogelijkheid alles te verstaan zonder voorafgaande toeëigening van de zaak.” (kaart Gepraat [39]

Terwijl Wittgenstein met zijn streven naar een logisch perfecte taal moest concluderen dat er dan maar veel gezwegen moest worden, stelt Heidegger bijna het omgekeerde: in het spreken, over dingen die je niet kent, kan het verstaan ontstaan.

Morgen vertrek ik dan naar Taalpoel, in het westen van het eiland. Ik heb een hele rondreis gepland over Heen en Weer, Naburigheid, Woorden, Filosofia en Zeggen om uiteindelijk ook Betekenis te bezoeken. Ik heb hard aan de voorbereiding gewerkt en me goed geïnformeerd over de reisroutes. Nu is het enkel nog hopen dat alles een beetje verloopt als gepland. Ik hoop ook dat ik overal even gemakkelijk op het internet kan. Je zal het wel zien…

Kussen,



Heidi

zondag 27 mei 2012

Gent,


Dag Heidi,

Morgen nog een dagje extra vakantie met de kinderen en het wordt een dagje aan zee! Ilse wil alvast vreselijk vroeg vertrekken om de drukste treinen voor te zijn, maar ik denk dat ze daarin de gepensioneerde medemens over het hoofd ziet. Emma is ondertussen al helemaal gewoon aan de crèche. Ik ben blij dat het zo’n vrolijke baby is. Met Lars was het in het begin toch een ander paar mouwen. Ondertussen begint hij al kleutermanieren te hebben: de discussies beginnen. Eigenlijk is het best wel grappig hoe zo’n kleine pruts begint te praten en te discussiëren om zijn willetje duidelijk te maken en te krijgen. We zullen zien wat dat morgen geeft; aan zee.

Toen ik mijn huis kocht, kocht ik de inboedel erbij. Dat was vooral interessant omdat we zo direct ook kasten, tafels en stoelen, een frigo en een tv hadden. Er waren ook een aantal boeken achtergebleven. Een klein boekje heb ik aan de kant gelegd: Esperanto: una lengua viva!

Ik geloof – met jou denk ik – niet helemaal dat Esperanto een levende taal is. En het zou wel eens kunnen kloppen dat het (nog) niet gelukt is met dat Esperanto net omdat het het resultaat is van bewuste keuzes. Er zijn natuurlijk wel believers die blijkbaar conferenties organiseren en er alles aan doen om het Esperanto leven in te blazen. Ik herinnerde me een aflevering van Man bijt hond. Ik heb het fragment even voor je opgezocht. De aanleiding is minister van onderwijs Pascal Smet die zich afvraagt waarom we niet proberen om één gemeenschappelijke taal in Europa te hebben.


Misschien heeft een computer minder last met Esperanto dan met andere talen? Net omdat het zo’n duidelijke en eenvoudige grammatica heeft? De mensen in het filmpje stellen dat ze alles kunnen uitdrukken in Esperanto, maar ik vraag me af hoe dat dan gaat met nieuwe concepten. Je kan het vergelijken met het Vaticaan die het Latijn aanvulde met nieuwe woorden zoals: 'tunicula minima', wat minirok betekent. Zonder die nieuwe woorden kan het Latijn immers niet langer gebruikt worden als “de universele taal van de Katholieke Kerk”; dat vond ik in een artikeltje van het Genootschap Onze Taal:


Wat denk jij over die poging om het Latijn nieuw leven in te blazen, Heidi?

Ilse zou het zeker niet kunnen vinden met die Linguatronic waar je het over had. Ze heeft het al moeilijk met de GPS-stem. Het mag om te beginnen geen vrouwenstem zijn, maar ook de man uit het bakje moet het nu en dan ontgelden. Vooral als hij tweemaal kort na elkaar “links afslaan” zegt. Dat verdraagt ze niet. “Je hebt dat al gezegd!” snauwt ze het toestel toe. Zou dat een uiting van ergernis zijn die zich vooral richt tegen het protocol van het toestel? Die geeft immers altijd tweemaal dezelfde instructie, maar als de bochten elkaar snel opvolgen dan zorgt dat eigenlijk voor verwarring (en ergernis).

Vele groetjes,



Siebe

zaterdag 26 mei 2012

Ladder,


Hoi Siebe,

Nu en dan kijk ik op internet eventjes naar het weerbericht in België… ik denk dat je nu wel niet mag klagen!

De busreis is beter meegevallen dan verwacht, behalve dan de buschauffeur die zijn roeping als stand-up-comedian had gemist... Op de stopplaatsen onderweg denk ik dat ze jouw toiletpictogrammen goed zouden kunnen gebruiken :-(. Morgen ga ik met de boot naar het eiland Zwijgzaam: een nieuw uitdaging voor mijn maag. Vingers kruisen en papieren zakjes in de aanslag!

Je sollicitant weet natuurlijk wel dat hij gaat solliciteren bij Ikea…  Zouden we zonder titel en zonder tekstballon de onderdelen als stoel herkend hebben?

Ik zou het hebben over ‘das Man’ of ‘het men’, een belangrijk concept uit Heideggers denken. `Het men’ is in dit verband de normale gebruiker van taal (Dreyfus, 152). Normaal mag je hier letterlijk nemen:  ‘het men’ is en bepaalt de norm. Er is nood aan een zekere norm, anders begrijpen we elkaar niet. Mensen willen als vanzelf aan de norm voldoen en maken zich zorgen over hoeveel verschil er is tussen zichzelf en anderen (Sein und Zeit, p. 126). Zich zorgen maken over dat verschil, die afstand, noemt Heidegger afstandelijkheid” (Sein und Zeit, p. 126). Dit gevoeld ervaar ik soms als ik als niet-taalkundige spreek met mensen die dat wel zijn. De stress verhoogt wanneer het onderwerp taal is ;-). Nu geef ik wel een eerder negatief voorbeeld, maar zo ziet Heidegger het niet.

Via socialisatie neemt Dasein de geworpenheid van het men over (Dreyfus, p. 235). Dat Dasein in de wereldgeworpen” is, is één van de kenmerken van Dasein (Sein und Zeit, p. 222). Op die manier raakt Dasein afgesloten van zichzelf, maar gaat het op in de publieke openbaarheid van ‘het men’ (Sein und Zeit, p. 167). Het is noodzakelijk voor het dagdagelijks begrijpen van de wereld dat Dasein de neiging heeft aan publieke norm te willen voldoen.

Om nog eens op woordenboeken terug te komen. Je gaf aan (blog 18 mei 2012) dat woorden veranderen in de loop van de tijd. Dat kan je zowel zeggen voor uitspraak als voor de betekenis van woorden. Dit zou Heideggertijdelijkheid” noemen: het fenomeen dat de socio-culturele achtergrond gradueel evolueert. “This sociocultural background too can change gradually, as does a language, but never all at once and never as the result of the conscious of groups or individuals.” (Dreyfus, p. 161). Taal verandert dus zoals de socio-culturele achtergrond verandert en taal is nooit het resultaat van bewuste keuzes.

Op onze gedeelde taal, de taal die beantwoordt aan de normen van het men, hebben we weinig invloed. Het ontstaat in en door het spreken, dit is nooit bewust. Een woordenboek loopt dus altijd de feiten achterna. Het is enkel een poging om een niet-representeerbare wereld toch te representeren. Dit is wellicht een verklaring waarom Esperanto nooit echt gewerkt heeft en ook waarom computers het zo moeilijk hebben met spraakherkenning, voorlezen en vertalen. Het blijft kunstmatig: het heeft geen betekenis.

Ondertussen al eventjes geleden reed ik mee met een kennis. Hij had net een nieuwe auto en moest uitpakken met de boordcomputer die aangestuurd kon worden via spraakherkenning: de Linguatronic. (Zou Nightrider dan toch werkelijkheid worden?) Daarbij doken een aantal problemen op. Eerst en vooral moest hij zich aan een soort protocol houden om de instructies te kunnen geven. Als je een fout maakt in de volgorde van commando’s slaat het systeem in de knoop. Het grappigste was dit: bij elk woord waar een ‘r’ in kwam, zei de boordcomputer “Radio aan” zei en zette de radio op. Het geluid van de radio zorgde voor nog meer lawaai, waardoor de boordcomputer nog minder begreep wat er moest gebeuren. Die kennis heeft het dan maar opgegeven om de routeplanner op te starten. Gelukkig wist ik zelf waar ik woonde en kon ik dat zelf nog uitleggen ook: ik ben thuis geraakt.

Voor jou zou ik zeggen: ga naar de zee! Als je dat wou doen, dan moet je nu gaan want misschien komt er daarna weer een koudegolf, nietwaar? Ik vrees wel dat heel veel mensen zo denken...

Groetjes,



Heidi

zondag 20 mei 2012

Gepraat,


Dag Siebe,

Je hebt gelijk: om op ontdekkingstocht te gaan, hoef je helemaal niet ver te gaan. Eigenlijk is reizen in dat opzicht soms een beetje vreemd. Voor je vertrekt, denk je aan alles wat je wil zien en meemaken. Eenmaal ter plaatse kom je toch snel aan de grenzen van wat je allemaal kan doen. Ook op Dasein zijn er maar 24 uur in een dag en sommige uren zijn erg vermoeiend omdat het hier toch wat te warm is om aangenaam te zijn.     

Via Men ben ik naar Gepraat gereisd. Morgen vertrek ik naar Ladder. Het wordt een eerder lastige busreis, want Ladder ligt aan de andere kant van het Objectgebergte. De bus slingert zich dan over de kronkelwegen en mijn maag is het daar meestal niet echt mee eens…

Om een woordenboek te maken moet je de taal analyseren, in stukjes trekken, regelmaat zoeken, een fonetisch schrift uitvinden, … Je zoekt naar eigenschappen van de taal en probeert die op een analytische, abstracte manier weer te geven. Het is, volgens Heidegger, echter hoogst ondenkbaar dat de betekenis van het geheel kan gevonden worden in zijn betekenisloze elementen (Dreyfus, p. 116).

Het is zoals met een stoel: je kan de stoel analyseren door te stellen dat de stoel uit vier poten, een zitting en een leuning bestaat. Je kan de materialen beschrijven waaruit die elementen gemaakt zijn: de kleur, de afmetingen, het gewicht, … Misschien bestaan de zitting of de leuning nog uit verschillende onderdelen? Die kan je verder analyseren. Maar dan komt het: de elementen van de stoel geven op geen enkele manier aan wat die stoel ‘is’. (Weet je nog wat ik schreef in blog 23 april 2012?) De betekenis van de stoel ontstaat maar als je erop gaat zitten en dat doe je maar als je weet dat die stoel dient om erop te zitten. Niemand gaat op een stoel staan.

Door de onderdelen te analyseren kom je er niet, dus probeer je er opnieuw betekenis aan toe te voegen. Zo kan je stellen dat een stoel bestaat uit vier poten, een zitting en een leuning en dat het dient om op te zitten. Een goed plan, maar zijn dit dan geen stoelen?


Volgens Google afbeeldingen zijn het alvast wel stoelen. Lossen we dit probleem op door te stellen dat een stoel dient om op te zitten, zonder het over de onderdelen te hebben? Zijn dit dan stoelen?


Eigenlijk is het onmogelijk om de betekenis van woorden te vatten in een woordenboek. Is een woordenboek dan wel nuttig en waarom investeren in een onmogelijke taak?

We waren het er al over eens, Siebe, dat taal een middel of een werktuig is (blog 9 mei 2012). Welnu, taal is een ‘publiek’ werktuig: het toont een zekere algemeenheid en gehoorzaamt aan normen (Dreyfus, p. 151). “Thus the very functioning of equipment is dependent upon social norms.” (Dreyfus, p. 154) We kunnen elkaar pas begrijpen via taal als die taal aan een aantal normen voldoet.

Het woordenboek speelt net hierin een rol want het is noodzakelijk taal ‘juist’ te hanteren. We schrijven ‘vakantie’, met een 't', maar we spreken uit ‘vakansie’, met een 's'. Indien iemand dit woord verkeerd uitspreekt zal de gesprekspartner door het woord correct te herhalen automatische confirmatie realiseren (Drefus, p. 152). In een woordenboek kan je dit opzoeken.

De manier waarop iets uitgesproken moet worden, gaat terug op een soort ‘gemiddeldheid’; ‘das Man’ of ‘het men’. Heidegger stelt dat het gezond verstand van ‘het men’ alleen het nakomen of niet nakomen van de gangbare regels kent. Dit is het voldoen of niet voldoen aan de publieke norm (Sein und Zeit, p. 288). Het woordenboek is een neerslag van die publieke norm. Ik vertel je in mijn volgende brief wat meer over ‘das Man’.

Ik hou er nu maar mee op want ik wil hier nog even rondlopen. Ik denk dat ik wat op het strand aan de Bodemloosstroom ga lezen. Het zou daar niet zo toeristisch zijn als op Gepraat plage aan het Bodemloosmeer. Ik hou niet van die drukte, maar het is een toerist niet gegeven die gemakkelijk te ontlopen.

Zwaaizwaai,



Heidi

vrijdag 18 mei 2012

Gent,


Dag Heidi,

Hier is alles prima: de tweede dag van een lang weekend. We hebben dan toch maar besloten thuis te blijven. Het is altijd zo’n heel gedoe om met de kinderen ergens naartoe te gaan: reisbedjes, pampers, speelgoed, … al die toestanden! We zijn nu bezig met een herontdekkingstocht van het speelgoed. Lars vindt het schitterend!

Het is leuk om te lezen dat je het daar goed hebt in Daseinstadt. Maar wanneer reis je verder, Heidi? Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar wat daar nog meer te zien is ;-).


Woorden betekenen op zichzelf niets in een zin. Eigenlijk is dat weer een gekke uitspraak, Heidi, maar ergens klopt het wel. Dit kan je misschien vergelijken met letters in een woord, die betekenen op zichzelf ook winieg wnat als je de lrettes in wedroon door eaaklr zet kan je het tcoh nog lezen. En smurfentaal smurfen we allemaal! Toch zijn er mensen die erg tegen die smurfentaal of fantasietalen zijn, want “zo leren de kinderen geen correct Nederlands spreken en begrijpen”. Eigenlijk geef je hier een tegenargument.


Het spreken in omschrijvingen deed me denken aan Gulliver's Travels. Daarin ontmoet Gulliver op een eiland professoren die taal willen optimaliseren door woorden af te schaffen. Aangezien woorden naar dingen verwijzen, leek het hen beter al die dingen mee te nemen en te tonen. Zo zouden er minder misverstanden zijn. Het was alleen jammer dat de vrouwen ertegen waren, anders hadden ze het plan zeker uitgevoerd! Toch een beetje omslachtig, als je het mij vraagt: die vrouwen hadden gelijk.


Met die fragmenten doe je me nadenken over de zinvolheid van woordenboeken. Is een woordenboek zinvol? Ik heb ondertussen op Youtube de hele aflevering van Black Adder (Ink and Incapability) bekeken. Het nut van een woordenboek wordt ook letterlijk in vraag gesteld:

Dr. Samuel Johnson: It is a book that tells you what English words mean.
Prince George: I know what English words mean. I speak English.

De prins ziet er duidelijk het nut niet van in en Black Adder zegt over het woordenboek van Dr. Johnson: “It's the most pointless book since How To Learn French was translated into French.” Ergens heeft hij wel gelijk. Hoe vaak gebeurt het niet dat je een woord opzoekt, maar dat de definitie niet voor opheldering zorgt omdat die even moeilijk is. En wat met vertaalwoordenboeken? Meestal moet je zelf nog, op basis van de zin, kiezen welke betekenis je uit het lijstje mogelijkheden weerhoudt. Woorden kunnen ook regionaal andere betekenissen krijgen. “Niet lopen”, staat op een bordje naast een Vlaams zwembad, waarop een Noord-Nederlandse zwemmer aan de redder vraagt hoe hij dan wel bij de glijbaan moet komen…

Je zegt dat woorden naar betekenissen toe groeien. Dat klopt, denk ik, niemand heeft het woord mama uitgevonden. De m-klank is nu eenmaal het geluid dat baby’s maken. Eerst is er betekenis, dan het woord. Zo gaat het ook met nieuwe woorden zoals ‘stoeproken’ want de mensen deden aan stoeproken voor het een woord werd. Pas als het woord genoeg gebruikt wordt mag het in het woordenboek… Dan zijn er nog woorden die van betekenis veranderen, zoals eufemismen scheldwoorden kunnen worden, maar na een tijd ook kunnen neutraal worden. Woorden kunnen verdwijnen, nieuwe woorden ontstaan en soms worden oude woorden opeens anders gebruikt. Een woordenboek kan dit niet vatten.

Ik vind het ook fijn dat je brieven concreter worden. Waarschijnlijk was het in het begin wel nodig het over een aantal moeilijkere of meer abstracte concepten te hebben. De filmpjes vond ik hilarisch, dat helpt ook.

Vele groetjes,



Siebe

dinsdag 15 mei 2012

Daseinstadt,


Beste Siebe,

Hoe gaat het eigenlijk nog in België? Alles oké met Ilse en de kinderen? Heb je al plannen voor de lange weekends die eraan komen?

Ik ben nogal altijd in Daseinstadt omdat het hier zo interessant is. Er is veel te zien, veel te bezoeken en het is relatief rustig voor een hoofdstad. Ik hou van de vele parkjes en tuinen waar ik mijn boeken lees en blogs naar je schrijf. Dat doe ik meestal ’s morgens, want ‘s middags wordt het te warm. Dan zoek ik de koelte op. Het is dan ideaal om de blogs te typen. Het is altijd wel een beetje spannend omdat de elektriciteit het regelmatig laat afweten. (Zou dat ook met de temperatuur te maken hebben?) Ik moet er dus op letten om tijdig op te slaan. Soms ben ik door die onderbrekingen lang bezig, want iedere keer moet ik me opnieuw aanmelden en het documenten vinden, verder typen, … maar zoals je ziet: het lukt wel.

Verdwijnen en verschijnen worden wel mooi geïllustreerd in het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg. Het gedicht zelf ontstaat door het ‘niet komen van bus’. Het toont dus hoe de busverschijnt’. Maar door daarover na te denken, dwalen de gedachten van de dichter af en verdwijnt het nadenken over het verschijnen. Zo plots als het ‘verschijnenverschijnt, verdwijnt het weer. Je kan het fenomeen niet grijpen en begrijpen. De wereld is niet-representeerbaar en kan niet gecommuniceerd worden, zo is het ook met taal (Dreyfus, p. 221).

Wat ik tot nu toe al geleerd en verteld heb, is dat taal bestaat zoals Dasein. Het is meer dan de som van woorden en interpreteert zichzelf (blog 30 april 2012). De betekenis van taal zit in de wereld. Dasein, wereld en taal zijn met elkaar verbonden (blog 5 mei 2012). Als onderdeel van de wereld is taal 'terhands' (zuhanden) en de woorden zijn 'voorhanden'. Taal kan dus ook een werktuig zijn, het verdwijnt in het gebruik; in het spreken (blog 9 mei 2012).

Volgens Heidegger is er geen diepere betekenis en geen metafysische grond. De enige diepe betekenis is dat er geen diepe betekenis is (Dreyfus, p. 157). Ken je dit stukje uit Black Adder een BBC-reeks?

Black Adder verzint woorden, woorden zonder betekenis, maar we begrijpen door de omstandigheden perfect wat hij bedoelt. Iets vertellen is dus niet zoals het transporteren van een boodschap van het ene subject naar het andere (kaart Daseinstadt [15]). Spreken is niet coderen en decoderen van woorden. Woorden betekenen op zichzelf weinig in een zin. Anders zouden we door de nieuwe woorden niet kunnen begrijpen wat hij bedoelt. Anderzijds zou in omschrijvingen spreken de zaak ook niet eenvoudiger maken…


Iedereen in de scène kent de woorden, eigenlijk moeten ze de woorden niet uitleg-gen door ze te omschrijven. Het is de situatie die voor problemen zorgt. Black Adder had vooraf gezegd dat Baldrick alles mocht gebruiken om het vuur aan te maken…

Door socialisering zijn we vertrouwd met taal. Socialisering wil niet zeggen 'ontcijferen en incorporeren' (Dreyfus, p. 161). Het is voor Heidegger zeker geen 'bewust' proces. Het gebeurt door anderen taal te zien en horen gebruiken en het zelf te leren door het te proberen. Betekenis toont zich in het gebruik van het woord. Naarmate je meer en meer gesocialiseerd raakt in de gewoontes van een gemeenschap krijgen woorden betekenis (Dreyfus, p. 219). Taal bestaat als Dasein en wordt deel van Dasein. Zoals de wereld een deel wordt van Dasein, wordt taal dat ook. Als je een taal spreekt, wordt die taal ‘transparant’. Je merkte terecht op dat als je vertrouwd bent met een taal dat die taal dan verdwijnt, transparant wordt, als je spreekt. Omdat er geen overeenkomsten zijn tussen de woorden en de dingen waar ze naar verwijzen, moet je er dus mee vertrouwd geraken. We zijn dit zo gewoon dat we er niet bij stilstaan. Humor laat taal verschijnen:


Is betekenis wel vatbaar in woorden? “Den Bedeutungen wachsen Worte zu. Nicht aber werden Wörterdinge mit Bedeutungen versehen.” (kaart Daseinstadt [13]). Woorden groeien, volgens Heidegger, naar betekenis toe en niet omgekeerd. Het is niet zo dat woord(ding)en van betekenissen worden voorzien. Dit is vervelend want hoe kan je taal dan bestuderen? Wat is dan de ‘grond’? De ultieme grond is gewoon gedeelde praktijk, de socio-culturele achtergrond die bovendien steeds verandert.

Ik ben blij dat ik het in mijn brieven ondertussen meer over taal kan hebben en minder over de algemenere concepten van Heidegger, zo wordt het toch concreter voor jou?

Kussen,



Heidi