Posts tonen met het label wereld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wereld. Alle posts tonen

zondag 15 juli 2012

Subjectia,


Hoi Siebe,

Een beetje geradbraakt ben ik aangekomen in Subjectia. Ik heb wel goed kunnen werken op de trein, maar het uren in een zeteltje zitten is toch lastig. Het voortdurend reizen van hier naar daar begint nu echt zijn tol te eisen. Ik denk dat elke spier van mijn lijf wel ergens onderweg al eens tegen getrokken heeft. Bijna thuis… maar de reis was het waard. Ik weet niet of het nuttig was, maar het was zeker wel zinvol voor mij en Betekenis was echt de moeite: een aanrader (zelfs de gids viel mee)!

Ik lees dat je het gevoel hebt alsof de betekenis je ontglipt! Het ontglippen van de betekenis van ons onderwerp taal is net één van zijn kenmerken, Siebe. Taal zelf laat het niet toe dat we de oorsprong van taal kunnen uitdrukken in taal, stelt Heidegger (blog 2 juni 2012). De betekenis van het zijn zit in de wereld en kan inderdaad naar boven komen in taal. Het is echter wel moeilijk om dit te zien omdat we zo gewoon zijn aan de taal die we gebruiken, dat ze voor ons transparant is geworden en dus is het net niet meer evident om de betekenis van het zijn in taal te zien: taal verbergt zich en is opeens verdwenen. Er gebeurt precies wat je ondervindt en schrijft in je vorige brief (blog 14 juli 2012) en toch zijn we er bijna...

Das Regende im Zeigen der Sage ist das Eignen.” (kaart Betekenis [81]). Het tonende van het zeggen, komt door het toeëigenen. Of het toeëigenen van taal ontsluiert zijn betekenis. Het toeëigenen van taal is tegelijk het je eigen maken van de normen en de opbouw van de taal. Alleen zo wordt wat gezegd wordt informatie (kaart Betekenis [87]). Omdat taal een intra-wereldlijk gegeven is -en dus deel is van de wereld (blog 9 mei 2012)- beantwoordt dat kader aan het beredenerend en berekenend denken van de tijdsgeest (kaart Betekenis [87]).

We hebben taal geleerd door taal te beluisteren. Daardoor kunnen we het spreken en horen we dus bij het spreken (zoals in ‘er deel van uitmaken’) (kaart Betekenis [76]). Taal hoort bij ons want we hebben het ons toegeëigend en die relatie is wederkerig. We kunnen daarom nooit uit het zijn van taal stappen en er van een andere kant naar kijken. We zien het wezen van taal enkel in zoverre taal ons ziet, ons toegeëigend heeft (kaart Betekenis [85]). We kunnen nooit buiten het kader kijken en het kader zelf is voor ons verborgen.

In Betekenis kan je op Zeggenberg uitkijken op de Zee der interpreten. Ze noemen die plek Vergezicht Stilte. Op de rand van de berg werd een kader gebouwd. Het kader doet je op een andere manier naar de zee kijken dan had het er niet gestaan. Toch maakt het samenspel van kader en zee het zicht extra interessant want het kader beïnvloedt je kijken terwijl het je niet stoort en het voegt zelfs betekenis toe.


Daarnet ben ik nog eens naar Figuurlijk geweest: het was ook prachtig! Straks neem ik de trein naar Daseinstadt. Dat is goed, want dan ben ik er vanavond al en moet ik me minder zorgen maken over het halen van de vlucht terug naar België. Die vertrekt dinsdagavond.


Groetjes,



Heidi

zaterdag 14 juli 2012

Gent,


Dag Heidi,

Morgen zijn Lars en Emma weer thuis: nog één keer uitslapen! Natuurlijk mis ik die twee kleine op-de-meest-onmogelijk-uren-lawaaimakertjes. Fijn dat je de wolken leuk vond. Het schilderwerk in huis is alvast goed gelukt (zegt Ilse).

Het is goed dat we dichter komen bij het doel want we zijn al even onderweg…  Ik denk dat ik begin te begrijpen waar het over gaat (ook omdat ik onze eerste brieven eens opnieuw gelezen heb).

Konden we in het begin al weten dat taal betekenis laat verschijnen? In je eerste brief (blog 23 april 2012) schreef je dat we de wereld kunnen ontdekken in de dagdagelijkse activiteit van Dasein. Taal gebruiken is toch een activiteit van Dasein, dus is het in die zin logisch dat we de wereld moeten kunnen ontdekken in taal? Je schreef: “De betekenis van dat zijn zit in de wereld.” Dus ook in taal?

En Dasein kent taal, want “het wonen in onze linguïstische praktijken ontsluiert de betekenis van woorden”, dat schreef je ook al (blog 5 mei 2012). Dan zou het toch niet zo moeilijk mogen zijn om de betekenis van taal te ontdekken, maar eerlijk, ik zie het nog niet helemaal (en nu denk ik toch weer dat ik er niets van begrijp).

Nog drie dagen…  en je hebt het precies helemaal uitgekiend om tot de laatste minuut je tijd nuttig te besteden. Als de deadline nadert, moet je er inderdaad voor zorgen dat je alles gedaan hebt wat je wou doen.

Succes met de gids (er niet van weglopen, hé!)

Vele groetjes,



Siebe

dinsdag 19 juni 2012

Gent,


Hoi Heidi,

Ik herken heel goed wat je schrijft over ziek zijn. Het lastigste aan ziek zijn, vind ik, is dat ik te weinig geduld heb om ziek te zijn.

Het verliezen van tijd en ruimte ervaar ik daarnaast ook in het woelen en dromen. Ook dan komt het voor dat je eerst niet helemaal meer weet waar je bent. En dan weet je het weer. Dromen verdraaien ook de dingen: het ene moment ben je op de ene plaats en daarna opeens op een andere plaats of je komt op een plaats terecht waar je wel in jouw zetel zit, maar je bent eigenlijk op school.

Is het in het dagelijks leven niet zo dat je eigenlijk maar over tijd nadenkt als je te vroeg bent of te laat komt? Opeens moet je wachten of het zien uit te leggen waarom je er niet was toen de vergadering begon. Het is een beetje zoals wachten op de bus en de fiets die verschijnt als hij gestolen is (blog 12 mei 2012). De tijd verschijnt als het wachten te lang duurt of de tijd voorbij gevolgen is en je ondertussen veel meer had willen doen. Hoe je tijd ervaart, of de betekenis van tijd in jouw woorden, kan wel eens redelijke relatief zijn. De ene minuut duurt dan langer dan de andere minuut. In een film gebruiken ze daarvoor slow-motion. In een stripverhaal krijgt een spannende gebeurtenis meer tekeningen.

Ik denk dat je de wereld en de samenhang tussen verleden, heden en toekomst toch ook kan laten verschijnen met beelden, bijvoorbeeld in strips. Het is anders dan met een klassieke tekenfilm waar je inderdaad uit de losse tekeningen vaak geen betekenis kan opmaken. De striptekenaar kiest echter beelden die de betekenisvolle momenten wel tonen en misschien ook de samenhang tussen verleden, heden en toekomst.

In verschillende werken toont Roy Lichtenstein hier een exponent van. Heden, verleden en toekomst in één beeld vatten, wordt in dit werk treffend geïllustreerd:

Explosion n° 1
Roy Lichtenstein (1965)

Ondertussen is de tijd achter het computerscherm ook weer voorbij gevlogen. Ook het schooljaar loopt op zijn laatste benen. De examens zijn verbeterd, de deliberaties achter de rug, de studenten moeten enkel nog hun certificaten komen halen. Het was weer een eindspurtje. Ilse is blij dat ik weer volop meedoe in het huishouden en me niet langer verstop in uitvluchten ;-). De kindjes maken zich nog niet teveel zorgen over vakantie, ze zijn nog klein, hé! Dag voor dag en minuut voor minuut leven: het heeft zo zijn voordelen.

Groetjes,



Siebe

zondag 17 juni 2012

Naburigheid,


Beste Siebe,

Inderdaad. Het is redelijk ellendig ziek zijn op reis. Hier is zoveel te zien en te doen, ik wil graag ook veel lezen, maar het lukte een week lang helemaal niet om me maar op iets voldoende te concentreren. Uitzieken is lastig: ik wil vanalles doen en het lukt niet. Maar ondertussen ben ik dus aan de beterhand (alleen nog een beetje moe) en ben ik weer aan het schrijven.

Volgens Heidegger zijn ruimte en tijd als parameters veel te dominant in de moderne technische wereld en dit verbergt hoe tijd en ruimte eigenlijk zijn (kaart Naburigheid [40]).

“Von der Zeit läßt sich sagen: die Zeit zeitigt.
Vom Raum läßt sich sagen: der Raum räumt.”

Over tijd kan gezegd worden: tijd tijdt.
Over ruimte kan gezegd worden: ruimte ruimtet.

Weerom een Heidegger-quote die door criticasters zelden geapprecieerd kan worden. We hadden het eerder al over tijd en ruimte (blog 28 april 2012 en blog 30 april 2012). Het ging er toen over hoe tijd en ruimte als een samenhangend geheel van het Dasein beïnvloeden. Hier heeft Heidegger het over het zijn zelf van tijd en ruimte. We zijn gewoon over tijd te denken als iets dat linear voortschrijdt: minuut per minuut en dag per dag. 

Als je ziek bent, krijgen tijd en ruimte toch een andere dimensie. Je ritme wordt door elkaar gegooid: wanneer je normaal werkt en bezig bent, slaap je nu ook. Het lijdt tot ergernis en ergernis over het ergeren. Je staat op vreemde uren op om te eten en medicatie te nemen. Je inschatting van tijd is helemaal in de knoei. Je doolt in gedachten tussen tijd en ruimte. Je wordt wakker en weet niet waar je bent of hoe laat het is. Vooral in het ziek zijn, mis ik thuis: mijn vertrouwde slaapkamer en de gekende route naar toilet en keuken.

Volgens Heidegger beweegt tijd niet: “Die Zeit selbst im Ganzen ihres Wesens bewegt sich nicht, ruht still.” (kaart Naburigheid [32]). Ook ruimte beweegt niet en rust in roerloosheid (kaart Naburigheid [30]).

Maar tijd tijdt en ruimte ruimtet… Waar zit dan de actie die het werkwoord uitdrukt? Tijd tijdt tegelijkertijd: het verleden, het heden en het heden dat ons te wachten staat en anders toekomst heet (kaart Naburigheid [32]). Tijd opent een heden, maakt het zichtbaar en doet het nu verschijnen. Maar tegelijkertijd toont tijd verleden en toekomst. Acties uit het verleden zijn zichtbaar in het heden en zijn de voorbode van de toekomst. Maar in de toekomst kan ook het verleden of het heden duidelijk worden. Tijd is dus niet strikt en lineair opdeelbaar, maar tegelijkertijd verleden, heden en toekomst.

Tijd en ruimte tot metrische parameters herleiden, doet afbreuk aan ruimte en tijd. Tijd als een parameter wordt niet meer dan een opeenvolging van nu’s. Tijd wordt als een worst in 'schelletjes' gesneden, de sneetjes verliezen daardoor hun samenhang en verband, maar ook hun betekenis. Het is zoals de afbeeldingen in een zoötroop.


De aparte afbeeldingen zijn de sneetjes. In de opdeling in beelden verdwijnt de betekenis (blog 20 mei 2012).


De betekenis moet je dan weer proberen toe te voegen. In dit geval door aan het rad te draaien…


… maar eigenlijk krijg je nooit het oorspronkelijke terug.

Morgen reis ik verder. Het was een redelijke krachttoer om mijn reis te herplannen. Ik ben er uiteindelijk in geslaagd om alles twee weken uit te stellen. Ik kom dus ook wat later terug naar België…

Vertel je in je antwoord nog wat over jou? Hoe gaat het daar? Is de vakantie al in zicht? Verlangen Emma en Lars al? En hoe gaat het met Ilse?

Dikke knuffel,



Heidi

vrijdag 1 juni 2012

Gent,


Hoi Heidi,

Whaaw, Heidi, wat een serieuze brok! Ik heb de indruk dat je erg goed hebt kunnen lezen, denken en schrijven op die boot naar Zwijgen en terug. Ik hoop dat je ondertussen toch ook wat genoten hebt van het varen zelf.

Terwijl ik je eerste blogs verschillende keren moest lezen om te begrijpen waar het over ging, heb ik nu het gevoel dat ik sneller mee ben. Ik ben nu wel blij dat ik mezelf er wat toe gedwongen heb om dit pennenvriendschapding serieus op te nemen.

Het is een fantastische gedachte dat er minder misverstanden zouden zijn als mensen dezelfde taal spreken. Maar elkaar verstaan is natuurlijk wel meer dat de woorden begrijpen die de ander zegt. Als taal de perfecte afspiegeling zou zijn van de werkelijkheid, zoals Wittgenstein voorstelt, dan zou dat een oplossing kunnen zijn, maar taal is geen perfecte afspiegeling van de wereld. Ik vind Heideggers ideeën over zwijgen eigenlijk een stuk sympathieker dan die van Wittgenstein. Ik denk dat je net door meer te spreken beter kan uitleggen en omschrijven wat je bedoelt en dus elkaar kan verstaan.

Ik wens je veel plezier op je rondreis! Je bent normaal gezien al vertrokken. Ik hoop dat je vlot kan reizen en dat je voor niet teveel verrassingen komt te staan… anders hoor ik dat wel.

Knuffel,



Siebe

maandag 28 mei 2012

Daseinstadt,


Dag Siebe,

Ik ben erg benieuwd hoeveel Emma en Lars ondertussen al weer gegroeid en veranderd zullen zijn. Ik begin België, na een goede maand op reis, ook al een beetje te missen. Het eten is hier lekker, maar ja, het is nooit als thuis, hé.

Ondertussen ben ik terug in Daseinstadt. Na mijn bezoek aan Ladder ben ik dus met de boot naar Zwijgen op het eiland Zwijgzaam gevaren. Zowel op de heen- als op de terugreis was het kalme zee! Het was er best wel boeiend. Je weet dat ik Zwijgzaam wou bezoeken omdat daar sporen van de ideeën van Wittgenstein te vinden zijn.

Ik denk dat het een mooi idee is zo’n gemeenschappelijke taal, maar tussen droom en daad staan praktische bezwaren in de weg, zeker? Toch geloven velen in zekere zin in de maakbaarheid van taal. Ik ben nooit een believer geweest en Heidegger reikt volgens mij een aantal argumenten aan die aangeven waarom het zo moeilijk is. Gisteren was het Pinksteren, Siebe. Als kind vond ik dat een fascinerend verhaal dat ik me eigenlijk moeilijk kon voorstellen. Er daalden namelijk ‘vurige tongen’ neer over de apostelen en zij konden opeens alle talen spreken om de blijde boodschap te verkondigen (bijbel.net). Alle talen, Siebe, wat een prachtidee! Dan zouden ze met iedereen kunnen spreken en dan zijn er geen misverstanden meer, of toch?

Een tijdje geleden heb ik me door het Tractatus Logico-Philosophicus – ook wel TLP genoemd – van Wittgenstein geworsteld. Dankzij de uitleg van Grayling in zijn boek met de passende titel Wittgenstein en de Stanford Encyclopedia of Philosophy die beschikbaar is op internet, ben ik erdoor geraakt.

Wittgenstein start zijn betoog met het uit de doeken doen hoe de wereld opgebouwd is, met name uit feiten. “Die Welt ist alles, was der Fall ist.” (TLP, p. 12, 1) Dat is de eerste stelling van de TLP. Eerder dan de traditionele atomistische idee dat de wereld opgebouwd is uit voorwerpen, stelt Wittgenstein dat de wereld uit feiten bestaat. Feiten zijn bestaande standen van zaken en dit zijn dan weer combinaties van voorwerpen. Deze voorwerpen zijn onveranderlijk en niet te ontleden. Deze onderdelen zie je in de eerste kolom van het schema hieronder (gebaseerd op Grayling, p. 48).


We maken beelden van de werkelijkheid. Wittgenstein stelt dat de wereld zoals ze werkelijk is, afgebeeld wordt in de taal. In de taal duiden namen voorwerpen aan. Een stapje hoger zijn elementaire proposities opgebouwd uit namen en deze zijn een logische afspiegeling van de ordening van de voorwerpen in standen van zaken. ‘Standen van zaken’ is moeilijk interpreteerbaar. Het gaat erover hoe de dingen zijn, op welke manier ze in de wereld geordend zijn. De totaliteit van standen van zaken, actueel en mogelijk, vormt de hele realiteit. De wereld is het geheel van deze standen van zaken die echt bestaan. “Die Gesamtheit der bestehenden Sachverhalte bestimmt auch, welche Sachverhalte nicht bestehen.” (TLP, p. 18, 2.05) Het geheel van deze standen van zaken duidt niet alleen aan wat er is maar bovendien wat er niet is en niet kan bestaan. Het bovenstaande schema van Grayling (Wittgenstein, p. 48) illustreert de parallellen in de opbouw van taal en wereld.

Taal moet voor Wittgenstein de perfecte weerspiegeling van de wereld zijn. Terwijl naam en voorwerp voor Wittgenstein perfect zouden moeten samenvallen, stelt Heidegger dat er geen verband is tussen woord en ding. Woorden kunnen ook niet van betekenis voorzien worden (blog 15 mei 2012). Kan Wittgensteins opzet slagen?

Wittgenstein kwam uiteindelijk tot de vaststelling dat filosofische problemen er enkel zijn omdat we de taal niet correct hanteren. Het zijn allemaal schijnproblemen door de manier waarop ze in de taal gerepresenteerd worden. Het functioneren van de taal is volgens Wittgenstein afhankelijk van de onderliggende logische structuur van taal. Dat is precies wat hij onder handen neemt. Zijn logische constructie van een filosofisch systeem heeft tot doel de limieten van de wereld, het denken en de taal te vinden om het onderscheid te kunnen maken tussen zin en onzin.

Als we deze redenering verder uitwerken, moeten we erop uitkomen dat de TLP zelf onzinnig is. De ‘oplossing’ voor deze spae ladnning is te vinden in Wittgensteins opmerking, waar hij de metafoor van de ladder gebruikt om de functie van de TLP uit te drukken. Het boek moet als een ladder gebruikt worden om in te klimmen en zo de wereld op de juiste manier te zien. Eens daar aangekomen moet het werk herkend worden als onzin en de ladder weggegooid worden.


Wetenschap is, volgens Wittgenstein, afbeeldbaar in de taal. Enkel de natuurwetenschappen kunnen afgebeeld worden in de taal omdat ze duidelijk verwijzen naar feiten, naar standen van zaken en voorwerpen. Enkel wat in de logische taal uitgedrukt en dus gedacht kan worden, is waar. In deze taal is het onmogelijk onwaarheden te formuleren. Dus wetenschap moet beoefend worden in de logische taal en waarover men niet kan spreken (in de letterlijke betekenis van spreken, namelijk uitdrukken) daarover moet men zwijgen, aangezien wat men niet kan uitdrukken zinledig is.

Heidegger is het in zekere zin eens met Wittgenstein als het over het zwijgen gaat, want hij stelt dat veel over iets praten geen garantie is dat het verstaan daarmee vooruitgeholpen wordt (kaart Daseinstadt [17]). Aan de andere kant vind ik ook dit bij Heidegger: “Wer nie etwas sagt, vermag im gegebenen Augenblick auch nicht zu schweigen. Nur im echten Reden ist eigentliches Schweigen möglich.” (kaart Daseinstadt [19]) Of: “Wie nooit iets zegt, kan als het nodig is ook niet zwijgen. Alleen in het echte spreken is een eigenlijk zwijgen mogelijk.”  En ook: “Het gepraat biedt de mogelijkheid alles te verstaan zonder voorafgaande toeëigening van de zaak.” (kaart Gepraat [39]

Terwijl Wittgenstein met zijn streven naar een logisch perfecte taal moest concluderen dat er dan maar veel gezwegen moest worden, stelt Heidegger bijna het omgekeerde: in het spreken, over dingen die je niet kent, kan het verstaan ontstaan.

Morgen vertrek ik dan naar Taalpoel, in het westen van het eiland. Ik heb een hele rondreis gepland over Heen en Weer, Naburigheid, Woorden, Filosofia en Zeggen om uiteindelijk ook Betekenis te bezoeken. Ik heb hard aan de voorbereiding gewerkt en me goed geïnformeerd over de reisroutes. Nu is het enkel nog hopen dat alles een beetje verloopt als gepland. Ik hoop ook dat ik overal even gemakkelijk op het internet kan. Je zal het wel zien…

Kussen,



Heidi

zaterdag 26 mei 2012

Ladder,


Hoi Siebe,

Nu en dan kijk ik op internet eventjes naar het weerbericht in België… ik denk dat je nu wel niet mag klagen!

De busreis is beter meegevallen dan verwacht, behalve dan de buschauffeur die zijn roeping als stand-up-comedian had gemist... Op de stopplaatsen onderweg denk ik dat ze jouw toiletpictogrammen goed zouden kunnen gebruiken :-(. Morgen ga ik met de boot naar het eiland Zwijgzaam: een nieuw uitdaging voor mijn maag. Vingers kruisen en papieren zakjes in de aanslag!

Je sollicitant weet natuurlijk wel dat hij gaat solliciteren bij Ikea…  Zouden we zonder titel en zonder tekstballon de onderdelen als stoel herkend hebben?

Ik zou het hebben over ‘das Man’ of ‘het men’, een belangrijk concept uit Heideggers denken. `Het men’ is in dit verband de normale gebruiker van taal (Dreyfus, 152). Normaal mag je hier letterlijk nemen:  ‘het men’ is en bepaalt de norm. Er is nood aan een zekere norm, anders begrijpen we elkaar niet. Mensen willen als vanzelf aan de norm voldoen en maken zich zorgen over hoeveel verschil er is tussen zichzelf en anderen (Sein und Zeit, p. 126). Zich zorgen maken over dat verschil, die afstand, noemt Heidegger afstandelijkheid” (Sein und Zeit, p. 126). Dit gevoeld ervaar ik soms als ik als niet-taalkundige spreek met mensen die dat wel zijn. De stress verhoogt wanneer het onderwerp taal is ;-). Nu geef ik wel een eerder negatief voorbeeld, maar zo ziet Heidegger het niet.

Via socialisatie neemt Dasein de geworpenheid van het men over (Dreyfus, p. 235). Dat Dasein in de wereldgeworpen” is, is één van de kenmerken van Dasein (Sein und Zeit, p. 222). Op die manier raakt Dasein afgesloten van zichzelf, maar gaat het op in de publieke openbaarheid van ‘het men’ (Sein und Zeit, p. 167). Het is noodzakelijk voor het dagdagelijks begrijpen van de wereld dat Dasein de neiging heeft aan publieke norm te willen voldoen.

Om nog eens op woordenboeken terug te komen. Je gaf aan (blog 18 mei 2012) dat woorden veranderen in de loop van de tijd. Dat kan je zowel zeggen voor uitspraak als voor de betekenis van woorden. Dit zou Heideggertijdelijkheid” noemen: het fenomeen dat de socio-culturele achtergrond gradueel evolueert. “This sociocultural background too can change gradually, as does a language, but never all at once and never as the result of the conscious of groups or individuals.” (Dreyfus, p. 161). Taal verandert dus zoals de socio-culturele achtergrond verandert en taal is nooit het resultaat van bewuste keuzes.

Op onze gedeelde taal, de taal die beantwoordt aan de normen van het men, hebben we weinig invloed. Het ontstaat in en door het spreken, dit is nooit bewust. Een woordenboek loopt dus altijd de feiten achterna. Het is enkel een poging om een niet-representeerbare wereld toch te representeren. Dit is wellicht een verklaring waarom Esperanto nooit echt gewerkt heeft en ook waarom computers het zo moeilijk hebben met spraakherkenning, voorlezen en vertalen. Het blijft kunstmatig: het heeft geen betekenis.

Ondertussen al eventjes geleden reed ik mee met een kennis. Hij had net een nieuwe auto en moest uitpakken met de boordcomputer die aangestuurd kon worden via spraakherkenning: de Linguatronic. (Zou Nightrider dan toch werkelijkheid worden?) Daarbij doken een aantal problemen op. Eerst en vooral moest hij zich aan een soort protocol houden om de instructies te kunnen geven. Als je een fout maakt in de volgorde van commando’s slaat het systeem in de knoop. Het grappigste was dit: bij elk woord waar een ‘r’ in kwam, zei de boordcomputer “Radio aan” zei en zette de radio op. Het geluid van de radio zorgde voor nog meer lawaai, waardoor de boordcomputer nog minder begreep wat er moest gebeuren. Die kennis heeft het dan maar opgegeven om de routeplanner op te starten. Gelukkig wist ik zelf waar ik woonde en kon ik dat zelf nog uitleggen ook: ik ben thuis geraakt.

Voor jou zou ik zeggen: ga naar de zee! Als je dat wou doen, dan moet je nu gaan want misschien komt er daarna weer een koudegolf, nietwaar? Ik vrees wel dat heel veel mensen zo denken...

Groetjes,



Heidi

dinsdag 15 mei 2012

Daseinstadt,


Beste Siebe,

Hoe gaat het eigenlijk nog in België? Alles oké met Ilse en de kinderen? Heb je al plannen voor de lange weekends die eraan komen?

Ik ben nogal altijd in Daseinstadt omdat het hier zo interessant is. Er is veel te zien, veel te bezoeken en het is relatief rustig voor een hoofdstad. Ik hou van de vele parkjes en tuinen waar ik mijn boeken lees en blogs naar je schrijf. Dat doe ik meestal ’s morgens, want ‘s middags wordt het te warm. Dan zoek ik de koelte op. Het is dan ideaal om de blogs te typen. Het is altijd wel een beetje spannend omdat de elektriciteit het regelmatig laat afweten. (Zou dat ook met de temperatuur te maken hebben?) Ik moet er dus op letten om tijdig op te slaan. Soms ben ik door die onderbrekingen lang bezig, want iedere keer moet ik me opnieuw aanmelden en het documenten vinden, verder typen, … maar zoals je ziet: het lukt wel.

Verdwijnen en verschijnen worden wel mooi geïllustreerd in het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg. Het gedicht zelf ontstaat door het ‘niet komen van bus’. Het toont dus hoe de busverschijnt’. Maar door daarover na te denken, dwalen de gedachten van de dichter af en verdwijnt het nadenken over het verschijnen. Zo plots als het ‘verschijnenverschijnt, verdwijnt het weer. Je kan het fenomeen niet grijpen en begrijpen. De wereld is niet-representeerbaar en kan niet gecommuniceerd worden, zo is het ook met taal (Dreyfus, p. 221).

Wat ik tot nu toe al geleerd en verteld heb, is dat taal bestaat zoals Dasein. Het is meer dan de som van woorden en interpreteert zichzelf (blog 30 april 2012). De betekenis van taal zit in de wereld. Dasein, wereld en taal zijn met elkaar verbonden (blog 5 mei 2012). Als onderdeel van de wereld is taal 'terhands' (zuhanden) en de woorden zijn 'voorhanden'. Taal kan dus ook een werktuig zijn, het verdwijnt in het gebruik; in het spreken (blog 9 mei 2012).

Volgens Heidegger is er geen diepere betekenis en geen metafysische grond. De enige diepe betekenis is dat er geen diepe betekenis is (Dreyfus, p. 157). Ken je dit stukje uit Black Adder een BBC-reeks?

Black Adder verzint woorden, woorden zonder betekenis, maar we begrijpen door de omstandigheden perfect wat hij bedoelt. Iets vertellen is dus niet zoals het transporteren van een boodschap van het ene subject naar het andere (kaart Daseinstadt [15]). Spreken is niet coderen en decoderen van woorden. Woorden betekenen op zichzelf weinig in een zin. Anders zouden we door de nieuwe woorden niet kunnen begrijpen wat hij bedoelt. Anderzijds zou in omschrijvingen spreken de zaak ook niet eenvoudiger maken…


Iedereen in de scène kent de woorden, eigenlijk moeten ze de woorden niet uitleg-gen door ze te omschrijven. Het is de situatie die voor problemen zorgt. Black Adder had vooraf gezegd dat Baldrick alles mocht gebruiken om het vuur aan te maken…

Door socialisering zijn we vertrouwd met taal. Socialisering wil niet zeggen 'ontcijferen en incorporeren' (Dreyfus, p. 161). Het is voor Heidegger zeker geen 'bewust' proces. Het gebeurt door anderen taal te zien en horen gebruiken en het zelf te leren door het te proberen. Betekenis toont zich in het gebruik van het woord. Naarmate je meer en meer gesocialiseerd raakt in de gewoontes van een gemeenschap krijgen woorden betekenis (Dreyfus, p. 219). Taal bestaat als Dasein en wordt deel van Dasein. Zoals de wereld een deel wordt van Dasein, wordt taal dat ook. Als je een taal spreekt, wordt die taal ‘transparant’. Je merkte terecht op dat als je vertrouwd bent met een taal dat die taal dan verdwijnt, transparant wordt, als je spreekt. Omdat er geen overeenkomsten zijn tussen de woorden en de dingen waar ze naar verwijzen, moet je er dus mee vertrouwd geraken. We zijn dit zo gewoon dat we er niet bij stilstaan. Humor laat taal verschijnen:


Is betekenis wel vatbaar in woorden? “Den Bedeutungen wachsen Worte zu. Nicht aber werden Wörterdinge mit Bedeutungen versehen.” (kaart Daseinstadt [13]). Woorden groeien, volgens Heidegger, naar betekenis toe en niet omgekeerd. Het is niet zo dat woord(ding)en van betekenissen worden voorzien. Dit is vervelend want hoe kan je taal dan bestuderen? Wat is dan de ‘grond’? De ultieme grond is gewoon gedeelde praktijk, de socio-culturele achtergrond die bovendien steeds verandert.

Ik ben blij dat ik het in mijn brieven ondertussen meer over taal kan hebben en minder over de algemenere concepten van Heidegger, zo wordt het toch concreter voor jou?

Kussen,



Heidi

woensdag 9 mei 2012

Daseinstadt,


Hoi Siebe,

Voorlopig geen gezondheidsklachten en ik beloof je dat ik op mijn hoede ben voor oplichters!

Het vergezicht van Figuurlijk is ietwat tegengevallen. Dikke mist versperde het zicht… grrr! Het was zo erg dat de kabelbaan niet open was omdat ze toch geen toeristen verwachtten. Ondertussen ben ik terug in Daseinstadt. Misschien ga ik nog eens terug naar Figuurlijk. Uiteindelijk ben ik hier nog tot eind juni. Ik maak er nu werk van Daseinstadt grondiger te bezoeken. Sympathieke taxichauffeurs die me al dan niet per ongeluk op de verkeerde plek brengen, zorgen wel voor een extra dimensie aan mijn verkenning.

Vroeger had ik ook altijd de indruk dat filosofen zo grootsprakerig doen. Door er meer mee bezig te zijn, denk ik er eigenlijk niet meer zo over. Zeker als het over Heidegger gaat. Eigenlijk probeert Heidegger net ‘voet aan de grond’ te krijgen door in het alledaagse betekenis te vinden. De essentie hier is de taal. Je vraagt me om 'mensentaal' te gebruiken om het uit te leggen. Heidegger stelde dat hij een nieuwe taal nodig had om zijn inzichten wereldkundig te maken. Dat is ook wat hij gedaan heeft. Als je dus Heidegger wil begrijpen, moet je zijn nieuwe taal leren voor je kan begrijpen wat hij bedoelt. “Nur wer schon versteht kann zuhören,” schrijft Heidegger (kaart Daseinstadt [1]). Ik denk dat dit voor elke taal geldt, ook voor de taal die Heidegger zelf gebruikte en vormgaf. Je moet het al kunnen begrijpen voor je kan horen wat er gezegd wordt.

Taal als totaliteit van woorden is een deel van de wereld, een soort wereld binnen de wereld. Maar een wereld die niet los te maken is van de wereld. Taal heeft in die betekenis zijn wortels in de wereld en weerspiegelt de structuur van de wereld.
Heidegger noemt taal een “innerweltlich Seiendes” en zegt erover dat het “Zuhanden” is (kaart Daseinstadt [11]). Taal is 'terhands', het is beschikbaar om direct te gebruiken. Het is zoals je fiets klaarstaat in de gang en als je ergens heen wil, dan neem je die gewoon.

Heidegger bespreekt werktuigen en is erdoor gefascineerd dat werktuigen verdwijnen tijdens het gebruik. Je vergeet de eigenschappen van je fiets; dat die wielen heeft en zo. Je fietst gewoon. Je bent op de een of andere manier één met je fiets, je beseft niet dat je fietst. Zo ook met taal. Je gebruikt de taal die je geleerd hebt en je weet zelfs niet hoe je die geleerd hebt. Je hoort nooit de geluiden of de klanken zelf, maar je begrijpt direct de woorden en de zinnen (kaart Daseinstadt [2] en [3]). Het is pas als er iets mis is met het werktuig dat je het werktuig in al zijn aspecten en onderdelen kan zien. Als je een lekke band rijdt en die band vervangt, dan weet je weer dat die band aan je fiets zit. In die zin verschijnt je fiets als hij gestolen is. Als je fiets gestolen is, besef je wat die fiets eigenlijk betekent, want nu moet je met de bus en dus wachten op die bus en dan moet je sowieso nog een stuk te voet en een nieuwe fiets gaan kopen en die fiets loopt dan niet zo goed als de fiets die je gisteren nog had … De bus is op dat moment 'vorhanden'. Je gebruikt de bus om toch thuis te geraken. Een werktuig kan 'terhands' zijn (fiets in de gang), maar ook voorhanden.

Taal ook. Taal is 'zuhanden' (zoals je fiets in de gang), maar de woorden kunnen ook voorhanden zijn: “Die Sprache kann zerschlagen werden in vorhandene Wörterdinge,” (kaart Daseinstadt [12]), schrijft Heidegger. Taal kan in stukjes gehakt worden en de woord(ding)en kan je gebruiken. Zoals eender welk werktuig kan taal opeens verschijnen. Je kan niet op een woord komen en je beseft dat je taal aan het gebruiken bent, maar je gebruikt een ander woord of een omschrijving. Dasein heeft taal (kaart Daseinstadt [10]) en gebruikt taal als een tool, als werktuig (Dreyfus, p. 221).

Ik ben er helemaal nog niet uit hoe Heidegger taal ziet, ik heb ook het gevoel dat mijn zoektocht nog maar net begonnen is. In Sein und Zeit schrijft Heidegger dat het filosofisch onderzoek een keer zal moeten besluiten “welche Seinsart der Sprache überhaupt zukommt” (kaart Daseinstadt [9]). Hij vraagt zich dus af wat voor een zijnde taal is.

Het is een geruststelling dat Heidegger het toen ook nog niet wist. Zo Siebe, dit heb ik de laatste dagen geleerd. Ondertussen maak ik nieuwe plannen voor mijn reis.

Vele groetjes,



Heidi

zondag 6 mei 2012

Gent,


Dag Heidi,

Ha! Zo ken ik je: klein maar dapper! Wat kan zo’n wereldlijk gegeven als een staking de filosoof in jou aan banden leggen?

Ja, het is hier nog geen zomer en ja, we zijn jaloers op jou. Wel geen zieken aan deze kant van het internet. Misschien wel ginder? Let op dat je geen toeristenkwaaltjes oploopt. Ik las een reisverhaal waarin de toeristen vergiftigd werden in het hotel omdat de zaakvoerder dan een procentje kreeg op de dokterskosten die bij het ‘genezen’ kwamen. Misschien is het een ‘urban legend’, maar misschien ook niet…

Met die paplepel zit je er juist op, denk ik. Het socialiseringsproces is uiterst belangrijk en begint nog voor we naar de kleuterklas gaan. Kinderen die nog voor de kleuterklas gestimuleerd worden om aandacht te schenken en te leren, hebben op volwassen leeftijd interessanter werk, een beter inkomen, een betere gezondheid, raken minder gemakkelijk verwikkeld in criminaliteit, … “High quality preschool,” stelt Melhuish, een Londense onderzoeker, “can protect a child from consequences of attending low effective school.” Wat een kind aan leervaardigheden meekrijgt voor het naar de lagere school gaat, bepaalt dus echt zijn leven. Maar wist je dat analfabeten op verschillende vlakken creatiever zijn dan mensen die wel gealfabetiseerd zijn? Dat onderzocht Jeanne Kurvers in Nederland. Leren lezen en schrijven leert je op een bepaalde manier denken. Deze gedeelde manier van denken – zo schrijf jij dat – beknot in zekere zin je creativiteit want je leert denken binnen de lijnen van een bepaalde manier van naar de wereld kijken en dus niet daarbuiten: je creativiteit wordt begrensd binnen die lijnen. Het voordeel is dat je je weg gemakkelijker vindt in de samenleving, want je kent de spelregels en de scenario’s. Het nadeel is dat je inboet aan creativiteit?

Iets anders. Waarom moeten die filosofen altijd zo grootsprakerig doen? Waarom moeten die begrippen altijd zo bombastisch overkomen? Ik heb het over ‘taal als huis van het zijn’. Al moet ik toegeven dat mijn aandacht getrokken wordt door deze omschrijving. Ik hoop ook dat je het me snel kan uitleggen of toch ten minste enig inzicht daarin kan geven. Ik hoop ook dat het enigszins in 'mensentaal' kan. Voor mij is taal een middel. Ik vind dat taal te vaak als doel vooropgesteld wordt, als zaligmakende oplossing. Vaak doet men alsof dat als men dezelfde taal zou spreken, er geen problemen zouden zijn. In dat geval bedoelt men letterlijk dezelfde taal spreken. Terwijl ik net bedoel, wat misschien wel meer oorspronkelijk is: dezelfde taal spreken in de betekenis van elkaar begrijpen en willen begrijpen.

Het is een goede tip ‘zijn’ meer gebruiken, dat onthou ik.

Veel plezier bij het lezen, het reizen, en bij het onderweg zijn in het lezen. Dat is toch de betekenis van Unterwegs zur Sprache, namelijk Onderweg naar taal?

Tot binnenkort,



Siebe

zaterdag 5 mei 2012

Subjectia,


Lieve Siebe,

Een stakingetje meer of minder houdt een wereldreiziger als ik niet tegen! Hoe is het daar in België? In het al warm aan het worden? Hier is het alvast aangenaam warm: een vlotte 28° C.
Je hoort mij niet klagen. Alles goed met Emma en Lars? Nog geen crècheziektes opgedaan?
In alle eerlijkheid, Siebe, de boeken die me op deze reis vergezellen, kan ik ook geen uren aan één stuk aan! Ik lees een paar uur per dag en probeer daarna de inhoud te verwerken. ‘Er een nachtje over slapen’ is mijn meest favoriete volkswijsheid. Bovendien, vond ik op internet, schijnt het wetenschappelijk onderbouwd te zijn: “The most surprising finding of our study was that sleep, relative to an equal-length wake interval, benefited performance on the novel, ‘transfer’ integration problems without affecting performance on the basic, trained problems” (Scullin in: Science News, 2011). Volledig uitgeslapen beantwoord ik je vragen…

Betekenis! Goed gezien: daar gaat het over. Het is net betekenis die oorspronkelijker is dan de tweedeling subject-object of figuurlijk-letterlijk. Het is dus niet het één of het ander en er is geen derde hond nodig (die met het been kan gaan lopen). Het is voor jou zo vanzelfsprekend dat het of figuurlijk of letterlijk moet zijn dat je die vraag stelt. Door die vraag te stellen, laat je zien dat je uitgaat van die veronderstelde tweedeling. Het is een veronderstelling die je met de paplepel ingelepeld kreeg. Ik herinner me wel dat we in de lagere school uitdrukkingen als ‘op school zijn’ ongelofelijk grappig vonden. Want we waren uiteraard niet ‘op’ school. Stel je voor dat je op het dak zou les krijgen? En omdat onze school een plat dak had, was dat eigenlijk nog niet zo’n onnozel plan.

Weet je nog dat ik schreef dat de betekenis van het zijn in de wereld zit? Welnu, zoals de betekenis van het zijn zelf, ligt de betekenis van taal in de wereld; meer bepaald in de gedeeldheid van de wereld. Delen heeft hier de betekenis van samen gebruiken, niet verdelen. Dreyfus legt uit dat zodra iemand gesocialiseerd is in de gebruiken van een gemeenschap, dat de woorden dan pas betekenisvol worden. “Only dwelling in our linguistic practices reveals their [words] sense.” (Dreyfus, p. 219, mijn toevoeging) Of: alleen het wonen in onze linguïstische praktijken ontsluiert de betekenis van woorden. Je moet de taal leren kennen om de woorden te kunnen begrijpen. Maar herinner je dat taal meer is dan de som van de woorden.

Heb je opgemerkt dat ‘wonen’ opnieuw opduikt? Ik had het al over wonen in de oorspronkelijke betekenis van ‘in’. “When we inhabit something, it is no longer an object for us but becomes part of us and pervades our relation to other objects in the world.” (Dreyfus, p. 45) Wat Dreyfus hier interpreteert uit Heideggers Sein und Zeit is opmerkelijk. De taal wordt dus deel van ons en doordringt onze relaties met andere objecten in de wereld. Dit lijkt erg op de verhouding van de wereld en Dasein, waar ik het al over had. Dreyfus stelt dat de basismanier van Daseins in-de-wereld-zijn, ‘wonen’ is (Dreyfus, p. 45) en dat taal Daseins zelfinterpreterend in-de-wereld-zijn, reflecteert (Dreyfus, p. 218). Zoals ik al stelde: taal bestaat zoals Dasein bestaat.

Dasein en wereld komen niet ‘naast elkaar’ voor (Heidegger, Sein und Zeit, p. 55), ook taal niet. Ze zijn alle drie met elkaar verbonden. Volgens Dreyfus is het pas in Heideggers later werk dat hij echt op zoek gaat naar het zijn van taal (Dreyfus, p. 220). Eén van Heideggers concepten is  ‘taal als huis van het zijn’. Op mijn leeslijstje staat nog Unterwegs zur Sprache, een werk dat Heidegger publiceerde in 1959.

Tussen haakjes: weet je waar ik me op betrap? Als ik niet weet welk werkwoord te gebruiken om iets uit te leggen, gebruik ik  ‘is’. Soms is een leeg begrip best wel handig. Van een nadeel moet je dan maar een voordeel maken nietwaar?

Het alleen reizen valt goed mee. Ik kan mijn eigen zin doen, mijn eigen dag indelen, lezen als ik zin hebt om te lezen, iets gaan bezoeken als ik daar zin in heb.

Hier in Subjectia hangt er wel een speciale sfeer. Als ik alleen rondloop, word ik heel vaak lastiggevallen. Ik vrees dat die reisverhalen waar je het over had, niet overdreven zijn. Ze bekijken me precies als een wandelende portefeuille, het is onvoorstelbaar waar ze me allemaal willen mee opzadelen. Aan menselijk contact is hier geen gebrek; integendeel. Als ‘ontmoetingen’ zou ik dat contact nu ook niet omschrijven. Mensen zijn bezig met overleven, Siebe, het gezicht van de armoede is onvoorstelbaar schrijnend.

Vele groetjes,



Heidi

maandag 30 april 2012

Daseinstadt,


Hoi Siebe,

Ritme en routine zitten er voor mij niet in voorlopig. Iedere dag is totaal anders als je reist. Ik leer tijd anders te appreciëren, want het reizen doet wel iets met mijn tijdsbeleving. Je wijst me er terecht op dat reizen ontspannend en inspirerend kan zijn. Bij elke vertraging en bij elk wachten probeer ik die tijd te interpreteren als gewonnen tijd. Tijd waarin je misschien dit en dat niet kan doen, maar wel de mogelijkheid biedt om dan maar iets anders te doen; te observeren of te denken. Vaak heb ik het gevoel teveel te denken en te overdenken en nog eens in gedachten door te lopen wat ik wil gaan doen. Maar tijd die je niet kan besteden om dit of dat te doen, kan je altijd gebruiken om te denken… Als ik ’s morgens te vroeg wakker word, probeer ik me ervan te overtuigen dat dit me extra tijd geeft om te denken; om eens rustig te denken…

Op internet vond ik op de website www.ishs.hu (International Society for Hermeneutics and Science) het artikel Einstein’s time in Heidegger's context. Het is dus niet zo gek het begrip tijd bij beide intelligentsia te vergelijken. Volgens mij gaat het er voor Einstein over dat hij een wiskundige formule vond die tijd en ruimte verbindt. Heidegger is niet zozeer geïnteresseerd in de verhouding tussen tijd als ruimte. Hij stelt dat Dasein zowel beïnvloed wordt door tijd en ruimte. Het gaat dus niet over de relatie tussen tijd en ruimte, maar wel over de relatie tussen enerzijds Dasein en anderzijds tijd en ruimte. Tijd en ruimte worden hier in één adem genoemd om aan te tonen dat het geheel van tijd en ruimte een invloed heeft, niet om het onderscheid ertussen aan te tonen. Als je een tijdsaanduiding als een plaatsaanduiding ziet, kan je waarschijnlijk deze tweedeling overstijgen. Je gaat immers op zoek naar wat aan de grondslag van beide ligt, namelijk de aanduiding.

Ik denk dat je volgens Heidegger niet kan weten wie je bent. ‘Wie’ definiëren is onmogelijk omdat je niet weet welke invloeden je ondergaan hebt. Er is geen strikte scheiding tussen Dasein en de wereld van Dasein. De wereld is door Dasein gesocialiseerd te hebben, een deel van Dasein geworden en Dasein is een deel van de wereld. Het klopt dat het zelfbewustzijn van jezelf daardoor vervaagd is. De keuzes die Dasein maakt, worden door het in-de-wereld-zijn van Dasein beïnvloed. Ze zijn dus nooit helemaal vrij; ook als Dasein denkt dat het om een vrije keuze gaat. Wat Heidegger over “durf denken” zou zeggen, daar moet ik nog eens over nadenken. Ik probeer eerst in te gaan op je andere vragen.

Er is niet alleen menselijk Dasein. Ik vertrok vandaar in mijn vorige brief omdat ik ervan uitging dat die invalshoek het voor jou meest aanschouwelijk zou zijn. Zelf kan ik me daar het meest bij voorstellen.

Heidegger heeft het over andere vormen van Dasein. Een Dasein is een zijnde dat zijn eigen zijn begrijpt. “Dasein versteht sich in irgendeiner Weise und Ausdrücklichkeit in seinem Sein.” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 12). We moeten op zoek naar zaken die zichzelf verstaan in het eigen zijn. Heidegger geeft dit genuanceerd weer door te stellen dat dit “op één of andere wijze en meer of minder nadrukkelijk” is. Culturen en wetenschappen bestaan op dezelfde manier als Dasein. Hun activiteiten bevatten ook een interpretatie van wat het is een cultuur of een wetenschap te zijn (Dreyfus, p. 15).

Ook taal is een Dasein. Taal is meer dan de totaliteit of de som van woorden. Taal bestaat, net zoals Dasein bestaat (Dreyfus, p. 15). Ze hebben dezelfde structuur (Dreyfus, p. 218). Taal als Dasein is het zijn van de taal en de zelfinterpretatie van de taal door de taal.

Ik geef hieronder een voorbeeld van hoe, volgens Heidegger, taal zichzelf interpreteert. Dit voorbeeld kan je vergelijken met het overstijgen van het onderscheid subject-object. Het gaat over ‘in’. Heidegger stelt zich de vraag wat ‘in’ in ‘in-zijn’ wil zeggen. Hij heeft het dan over in-de-wereld-zijn. Heidegger heeft het bijvoorbeeld over water in een glas: “Wir meinen mit dem »in« das Seinsverhältnis zweier »im« Raum ausgedehnter Seienden zueinander in bezug auf ihren Ort in diesem Raum.” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Of vertaald: “Met het ‘in’ doelen we op de onderlinge zijnsverhouding van twee zijnden [water en glas] met een bepaalde uitgebreidheid ‘in’ de ruimte en met betrekking tot hun plaats in die ruimte.” (Heidegger, Zijn en tijd, p. 81). We kunnen dit de letterlijke of objectieve betekenis van ‘in’ noemen.

Volgens Heidegger is ‘in-de-wereld-zijn’ een andere manier van zijn, het gaat niet zomaar over letterlijk in de wereld zijn. “»in« stammt von innan-, wohnen, habitare, sich aufhalten;” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Het gaat dus over meer dan letterlijk op een plaats en in een bepaalde tijd zijn. Het gaat eveneens over de band met die plaats en die tijd; eerder ‘thuis’ dan ‘in huis’.

Dasein is steeds in-de-wereld-zijn (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Volgens Heidegger is deze betekenis van ‘in’ (vb. thuis) oorspronkelijker dan wat ik daarnet de letterlijke betekenis (vb. in huis) noemde. Is ‘in’ als in het voorbeeld ‘thuis’ dan figuurlijk? Ik denk het niet. Dreyfus stelt het zo: “Heidegger wants us to see that at an early stage of language the distinction metaphorical/literal has not yet emerged.” (Dreyfus, p. 42)

Een bezoek aan de het vergezicht van Figuurlijk staat inderdaad op mijn verlanglijstje. Ik beloof je erover te schrijven. Over opdringerige verkopers heb ik al heel wat gelezen in reisverhalen. Ik hoop inderdaad dat ik daar enigszins van gespaard blijf. Blijkbaar is het geen voordeel als vrouw alleen te reizen; jammer maar helaas…

Dikke kussen,



Heidi