Posts tonen met het label bestaan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bestaan. Alle posts tonen

woensdag 18 juli 2012

Daseinstadt,


Dag Siebe,

De reis zit er nu echt bijna op. Dit is mijn laatste blog. De tijd is ongelofelijk snel voorbij gevlogen. De reis was soms lastig, maar ik heb ook mooie momenten beleefd. Het zoeken naar een internetconnectie was soms frustrerend, maar het is toch maar altijd gelukt. Ik ben erg moe geweest, maar tegelijk vaak ook erg ontspannen. Ik mis dit al, terwijl het nog niet helemaal afgelopen is…

Zoals 'saudade' in het Portugees. Een woord dat zich niet in één woord laat vertalen in het Nederlands. Het is het gevoel dat geliefden hebben wanneer ze nog bij elkaar zijn, maar binnenkort afscheid zullen moeten nemen. Ze treuren omdat de tijd die ze samen doorbrengen bijna ten einde loopt terwijl ze tegelijkertijd nog genieten van het samenzijn. De twijfel tussen omslaande emoties…

Dat van die Möbiusband heb je goed gevonden. Het is in zekere zin ook een zaak van elementen die soms wel en soms niet in elkaar lijken over te gaan. Je mannetjes doen me denken aan de platlijven die zelf tweedimensioneel (want plat) zijn en zich niet kunnen inbeelden dat hun universum drie dimensies zou kunnen hebben.

Taal laat dingenverschijnen’. Woorden geven dingen bestaan (blog 24 juni 2012). Taal is ‘zeggen’ in de betekenis van ‘tonen’ (blog 11 juli 2012). Maar wat is de oorsprong van taal? Daar heb ik nog niets over geschreven. Welnu, Heidegger heeft er lang over gedacht en nagedacht want deze vraag komt verschillende keren in zijn werk voor. Het is maar als je alle puzzelstukjes bij elkaar legt dat het geheel duidelijk wordt.

Taal vindt zijn oorsprong in de stilte (kaart Betekenis [88]). Zonder stilte is er geen taal en wanneer taal uit stilte ontstaat, verschijnt er iets. Er verschijnen dingen die dan alleen kunnen zijn en kunnen bestaan, dankzij taal.

Straks vertrekt mijn vlucht. Mijn koffers zijn gepakt en mijn boeken gelezen… Het was niet altijd gemakkelijk in blogs te vatten wat ik wou zeggen en in te schatten of je er iets zou aan hebben en of ik je zou kunnen blijven boeien. Soms betrapte ik me erop dat ik hardop aan mezelf aan het uitleggen was wat ik bedoelde. Binnenkort kunnen we weer ‘in real live ’ discussiëren; dat zal veel beter zijn.

Ik probeer nog wat zon mee te smokkelen ;-).

Dankjewel en dikke kus!



Heidi

zondag 24 juni 2012

Woorden,


Hoi Siebe,

Dank je voor de riem onder het hart! Of was het omgekeerd? Ondertussen ben ik in Woorden aangekomen. Het is hier werkelijk heel erg mooi. Woorden ligt op de flank van de Woordenberg aan de rand van de Vallei der Achtergronden. Bij mooi weer kan je Filosofia zien liggen. 

Het woord geeft het ding bestaan (blog 2 juni 2012); zover waren we al geraakt voor ik ziek werd. Maar hoe gaat dat dan in zijn werk? Het is niet eenvoudig het ‘mechanisme’ achter het geven, de gift, te pakken te krijgen. Heidegger vertrekt voor zijn onderzoek bij poëzie. Hoewel de dichter kan tonen hoe het woord bestaan geeft aan het ding kan ook de dichter zelf niet zeggen wat die gift precies is. De gift ontsnapt de dichter, niet dat het verdwijnt in het niets, het blijft een geschenk, maar de dichter kan het nooit (be)grijpen. (kaart Woorden [13])

Heidegger schrijft dat het woord het dingbedingt’ (kaart Woorden [6]). Dit wil niet zeggen dat het woord het ding bestaansredenen geeft, maar wel dat het het ding toelaat er te zijn als een ding (kaart Woorden [5]). Iets om op te zitten, noemen we een stoel. Eens het woord stoel er is, bestaat het ding ook: je kan erover spreken, want het heet een stoel. Maar stoel zegt als woord op zich niets over wat een stoel is. Het woord zeggen, is het ding benoemen en het zo laten zien: het tonen. Meer niet.

Veel verder geraak ik voorlopig niet. Op het einde van het onderdeel Das Wort in Unterwegs zur Sprache stelt Heidegger: “Sage und Sein, Wort und Ding gehören in einer verhüllten, kaum bedachten und unausdenkbaren Weise zueinander.” (kaart Woorden [10]). Zeggen en zijn, woord en ding horen bij elkaar maar gesluierd. Het is dus niet helemaal duidelijk hoe. Heidegger zegt erover dat het nog niet helemaal doorgedacht is…  hier strand ik dus.

Mijn kamer kijkt uit op de Sluivervijver.  Straks ga ik verder lezen op het strandje aan de vijver. Het decor stimuleert alvast het mijmeren…

Omdat het hier zo mooi is, Siebe, het ziek zijn nog in mijn kleren hangt en mijn reis nu toch al door elkaar gegooid is, heb ik besloten te voet naar Filosofia te trekken. Het schijnt een mooie tocht te zijn langs het Pad van Betekenis. Het pad kronkelt door een beschermd natuurgebied: open vlaktes en bossen wisselen elkaar af. Over de tocht zal ik waarschijnlijk elf dagen doen en onderweg zijn er wel pleisterplaatsen maar is er geen internet beschikbaar! Het zal dus eventjes duren voor je weer van me hoort (of leest).

Kussen,



Heidi

zaterdag 2 juni 2012

Heen en Weer,


Hoi Siebe,

Ik schrok ook wat van de lengte van mijn vorige blog. Als ik mijn blogs uitschrijf, dan kom ik ook wel aan een paar bladzijden, maar dat ziet er niet zoveel uit; misschien omdat ik nogal groot schrijf? Uitgetypt, ziet het er wat meer uit…

Ik ben blij dat je het volhoudt en er net zoals ik plezier in vindt. Het is niet zo gemakkelijk mensen ervan te overtuigen dat filosofie gewoon fijn is om mee bezig te zijn. Men vindt het moeilijk en weinig nuttig, maar zo kijk ik er eigenlijk zelf niet naar. Sporters die hun prestaties willen verbeteren doen toch ook honderden keren dezelfde oefening om een honderdste van een seconde sneller te worden? Als je nu honderden keren dezelfde bladzijde leest om het net iets beter te begrijpen, dan is dat toch hetzelfde? En omdat het moeilijk is, put het je soms ook uit, kan je in dit geval even niet meer denken… Als ik lees hoeveel sommige atleten slapen…

Het zijn van taal achterhalen, daar is het ons om te doen. Ondertussen ben ik mij een weg aan het banen doorheen Unterwegs zur Sprache. In dat werk gaat Heidegger op zoek naar het zijn van taal. Volgens Heidegger laat taal zelf het niet toe dat we de oorspong van taal kunnen uitdrukken in taal. Deze weigering hoort tot het zijn van taal zelf (kaart Heen en Weer [11]). Dat het geen gemakkelijke klus zou worden, dat wisten we al, maar we gaan toch verder…

Ik ga nog wat dieper in op de relatie tussen woorden en dingen. Ik schreef eerder al dat er geen ‘logisch’ verband is tussen de woorden en dingen waar ze naar verwijzen: het woord is geen perfecte afspiegeling van het ding (blog 28 mei 2012). Er is een andere relatie tussen woorden en dingen. Een dingis’ als er een woord voor is (kaart Heen en Weer [24]). Zolang er geen woord voor is, kan iets niet bestaan. Meestal ontstaat er voor een nieuw ding een nieuw woord, zoals met ‘stoeproken’ (blog 18 mei 2012). We begrijpen een ding als er een woord voor ‘is’ (kaart Heen en Weer [26]). Het woord zorgt ervoor dat het dingis’. Het woord geeft het dingzijn’, maar een woordis’ ook zelf een ding. Dus het ene ding (een woord) zorgt ervoor dat een ander dingis’ (kaart Heen en Weer [25]). Woorden geven dingen bestaan.

Woorden zijn geen afspiegelingen van dingen. Over een woordenboek schrijft Heidegger het volgende: “Es ist voll von gedruckten Dingen. Allerdings. Lauter Wörter und kein einziges Wort. Denn das Wort, wodurch die Wörter zum Wort kommen, vermag ein Wörterbuch weder zu fassen noch zu bergen.” (kaart Heen en Weer [12]) In een woordenboek vind je dus geen woorden, maar dingen, omdat een woordenboek nooit de woorden op die manier kan grijpen zodat de termen woorden worden en spreken als woorden.

Omdat het heel hard regende, Siebe, ben ik in Heen en Weer in de bibliotheek terechtgekomen. Daar stond het citaat hierboven op het plafond geschilderd. Ik vraag me af welke grapjas dat bedacht heeft.

Vannacht gaat de reis naar Naburigheid. Ik neem de nachtbus en hoop dat ik wat kan slapen.

Tot binnenkort,



Heidi

maandag 28 mei 2012

Daseinstadt,


Dag Siebe,

Ik ben erg benieuwd hoeveel Emma en Lars ondertussen al weer gegroeid en veranderd zullen zijn. Ik begin België, na een goede maand op reis, ook al een beetje te missen. Het eten is hier lekker, maar ja, het is nooit als thuis, hé.

Ondertussen ben ik terug in Daseinstadt. Na mijn bezoek aan Ladder ben ik dus met de boot naar Zwijgen op het eiland Zwijgzaam gevaren. Zowel op de heen- als op de terugreis was het kalme zee! Het was er best wel boeiend. Je weet dat ik Zwijgzaam wou bezoeken omdat daar sporen van de ideeën van Wittgenstein te vinden zijn.

Ik denk dat het een mooi idee is zo’n gemeenschappelijke taal, maar tussen droom en daad staan praktische bezwaren in de weg, zeker? Toch geloven velen in zekere zin in de maakbaarheid van taal. Ik ben nooit een believer geweest en Heidegger reikt volgens mij een aantal argumenten aan die aangeven waarom het zo moeilijk is. Gisteren was het Pinksteren, Siebe. Als kind vond ik dat een fascinerend verhaal dat ik me eigenlijk moeilijk kon voorstellen. Er daalden namelijk ‘vurige tongen’ neer over de apostelen en zij konden opeens alle talen spreken om de blijde boodschap te verkondigen (bijbel.net). Alle talen, Siebe, wat een prachtidee! Dan zouden ze met iedereen kunnen spreken en dan zijn er geen misverstanden meer, of toch?

Een tijdje geleden heb ik me door het Tractatus Logico-Philosophicus – ook wel TLP genoemd – van Wittgenstein geworsteld. Dankzij de uitleg van Grayling in zijn boek met de passende titel Wittgenstein en de Stanford Encyclopedia of Philosophy die beschikbaar is op internet, ben ik erdoor geraakt.

Wittgenstein start zijn betoog met het uit de doeken doen hoe de wereld opgebouwd is, met name uit feiten. “Die Welt ist alles, was der Fall ist.” (TLP, p. 12, 1) Dat is de eerste stelling van de TLP. Eerder dan de traditionele atomistische idee dat de wereld opgebouwd is uit voorwerpen, stelt Wittgenstein dat de wereld uit feiten bestaat. Feiten zijn bestaande standen van zaken en dit zijn dan weer combinaties van voorwerpen. Deze voorwerpen zijn onveranderlijk en niet te ontleden. Deze onderdelen zie je in de eerste kolom van het schema hieronder (gebaseerd op Grayling, p. 48).


We maken beelden van de werkelijkheid. Wittgenstein stelt dat de wereld zoals ze werkelijk is, afgebeeld wordt in de taal. In de taal duiden namen voorwerpen aan. Een stapje hoger zijn elementaire proposities opgebouwd uit namen en deze zijn een logische afspiegeling van de ordening van de voorwerpen in standen van zaken. ‘Standen van zaken’ is moeilijk interpreteerbaar. Het gaat erover hoe de dingen zijn, op welke manier ze in de wereld geordend zijn. De totaliteit van standen van zaken, actueel en mogelijk, vormt de hele realiteit. De wereld is het geheel van deze standen van zaken die echt bestaan. “Die Gesamtheit der bestehenden Sachverhalte bestimmt auch, welche Sachverhalte nicht bestehen.” (TLP, p. 18, 2.05) Het geheel van deze standen van zaken duidt niet alleen aan wat er is maar bovendien wat er niet is en niet kan bestaan. Het bovenstaande schema van Grayling (Wittgenstein, p. 48) illustreert de parallellen in de opbouw van taal en wereld.

Taal moet voor Wittgenstein de perfecte weerspiegeling van de wereld zijn. Terwijl naam en voorwerp voor Wittgenstein perfect zouden moeten samenvallen, stelt Heidegger dat er geen verband is tussen woord en ding. Woorden kunnen ook niet van betekenis voorzien worden (blog 15 mei 2012). Kan Wittgensteins opzet slagen?

Wittgenstein kwam uiteindelijk tot de vaststelling dat filosofische problemen er enkel zijn omdat we de taal niet correct hanteren. Het zijn allemaal schijnproblemen door de manier waarop ze in de taal gerepresenteerd worden. Het functioneren van de taal is volgens Wittgenstein afhankelijk van de onderliggende logische structuur van taal. Dat is precies wat hij onder handen neemt. Zijn logische constructie van een filosofisch systeem heeft tot doel de limieten van de wereld, het denken en de taal te vinden om het onderscheid te kunnen maken tussen zin en onzin.

Als we deze redenering verder uitwerken, moeten we erop uitkomen dat de TLP zelf onzinnig is. De ‘oplossing’ voor deze spae ladnning is te vinden in Wittgensteins opmerking, waar hij de metafoor van de ladder gebruikt om de functie van de TLP uit te drukken. Het boek moet als een ladder gebruikt worden om in te klimmen en zo de wereld op de juiste manier te zien. Eens daar aangekomen moet het werk herkend worden als onzin en de ladder weggegooid worden.


Wetenschap is, volgens Wittgenstein, afbeeldbaar in de taal. Enkel de natuurwetenschappen kunnen afgebeeld worden in de taal omdat ze duidelijk verwijzen naar feiten, naar standen van zaken en voorwerpen. Enkel wat in de logische taal uitgedrukt en dus gedacht kan worden, is waar. In deze taal is het onmogelijk onwaarheden te formuleren. Dus wetenschap moet beoefend worden in de logische taal en waarover men niet kan spreken (in de letterlijke betekenis van spreken, namelijk uitdrukken) daarover moet men zwijgen, aangezien wat men niet kan uitdrukken zinledig is.

Heidegger is het in zekere zin eens met Wittgenstein als het over het zwijgen gaat, want hij stelt dat veel over iets praten geen garantie is dat het verstaan daarmee vooruitgeholpen wordt (kaart Daseinstadt [17]). Aan de andere kant vind ik ook dit bij Heidegger: “Wer nie etwas sagt, vermag im gegebenen Augenblick auch nicht zu schweigen. Nur im echten Reden ist eigentliches Schweigen möglich.” (kaart Daseinstadt [19]) Of: “Wie nooit iets zegt, kan als het nodig is ook niet zwijgen. Alleen in het echte spreken is een eigenlijk zwijgen mogelijk.”  En ook: “Het gepraat biedt de mogelijkheid alles te verstaan zonder voorafgaande toeëigening van de zaak.” (kaart Gepraat [39]

Terwijl Wittgenstein met zijn streven naar een logisch perfecte taal moest concluderen dat er dan maar veel gezwegen moest worden, stelt Heidegger bijna het omgekeerde: in het spreken, over dingen die je niet kent, kan het verstaan ontstaan.

Morgen vertrek ik dan naar Taalpoel, in het westen van het eiland. Ik heb een hele rondreis gepland over Heen en Weer, Naburigheid, Woorden, Filosofia en Zeggen om uiteindelijk ook Betekenis te bezoeken. Ik heb hard aan de voorbereiding gewerkt en me goed geïnformeerd over de reisroutes. Nu is het enkel nog hopen dat alles een beetje verloopt als gepland. Ik hoop ook dat ik overal even gemakkelijk op het internet kan. Je zal het wel zien…

Kussen,



Heidi

dinsdag 15 mei 2012

Daseinstadt,


Beste Siebe,

Hoe gaat het eigenlijk nog in België? Alles oké met Ilse en de kinderen? Heb je al plannen voor de lange weekends die eraan komen?

Ik ben nogal altijd in Daseinstadt omdat het hier zo interessant is. Er is veel te zien, veel te bezoeken en het is relatief rustig voor een hoofdstad. Ik hou van de vele parkjes en tuinen waar ik mijn boeken lees en blogs naar je schrijf. Dat doe ik meestal ’s morgens, want ‘s middags wordt het te warm. Dan zoek ik de koelte op. Het is dan ideaal om de blogs te typen. Het is altijd wel een beetje spannend omdat de elektriciteit het regelmatig laat afweten. (Zou dat ook met de temperatuur te maken hebben?) Ik moet er dus op letten om tijdig op te slaan. Soms ben ik door die onderbrekingen lang bezig, want iedere keer moet ik me opnieuw aanmelden en het documenten vinden, verder typen, … maar zoals je ziet: het lukt wel.

Verdwijnen en verschijnen worden wel mooi geïllustreerd in het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg. Het gedicht zelf ontstaat door het ‘niet komen van bus’. Het toont dus hoe de busverschijnt’. Maar door daarover na te denken, dwalen de gedachten van de dichter af en verdwijnt het nadenken over het verschijnen. Zo plots als het ‘verschijnenverschijnt, verdwijnt het weer. Je kan het fenomeen niet grijpen en begrijpen. De wereld is niet-representeerbaar en kan niet gecommuniceerd worden, zo is het ook met taal (Dreyfus, p. 221).

Wat ik tot nu toe al geleerd en verteld heb, is dat taal bestaat zoals Dasein. Het is meer dan de som van woorden en interpreteert zichzelf (blog 30 april 2012). De betekenis van taal zit in de wereld. Dasein, wereld en taal zijn met elkaar verbonden (blog 5 mei 2012). Als onderdeel van de wereld is taal 'terhands' (zuhanden) en de woorden zijn 'voorhanden'. Taal kan dus ook een werktuig zijn, het verdwijnt in het gebruik; in het spreken (blog 9 mei 2012).

Volgens Heidegger is er geen diepere betekenis en geen metafysische grond. De enige diepe betekenis is dat er geen diepe betekenis is (Dreyfus, p. 157). Ken je dit stukje uit Black Adder een BBC-reeks?

Black Adder verzint woorden, woorden zonder betekenis, maar we begrijpen door de omstandigheden perfect wat hij bedoelt. Iets vertellen is dus niet zoals het transporteren van een boodschap van het ene subject naar het andere (kaart Daseinstadt [15]). Spreken is niet coderen en decoderen van woorden. Woorden betekenen op zichzelf weinig in een zin. Anders zouden we door de nieuwe woorden niet kunnen begrijpen wat hij bedoelt. Anderzijds zou in omschrijvingen spreken de zaak ook niet eenvoudiger maken…


Iedereen in de scène kent de woorden, eigenlijk moeten ze de woorden niet uitleg-gen door ze te omschrijven. Het is de situatie die voor problemen zorgt. Black Adder had vooraf gezegd dat Baldrick alles mocht gebruiken om het vuur aan te maken…

Door socialisering zijn we vertrouwd met taal. Socialisering wil niet zeggen 'ontcijferen en incorporeren' (Dreyfus, p. 161). Het is voor Heidegger zeker geen 'bewust' proces. Het gebeurt door anderen taal te zien en horen gebruiken en het zelf te leren door het te proberen. Betekenis toont zich in het gebruik van het woord. Naarmate je meer en meer gesocialiseerd raakt in de gewoontes van een gemeenschap krijgen woorden betekenis (Dreyfus, p. 219). Taal bestaat als Dasein en wordt deel van Dasein. Zoals de wereld een deel wordt van Dasein, wordt taal dat ook. Als je een taal spreekt, wordt die taal ‘transparant’. Je merkte terecht op dat als je vertrouwd bent met een taal dat die taal dan verdwijnt, transparant wordt, als je spreekt. Omdat er geen overeenkomsten zijn tussen de woorden en de dingen waar ze naar verwijzen, moet je er dus mee vertrouwd geraken. We zijn dit zo gewoon dat we er niet bij stilstaan. Humor laat taal verschijnen:


Is betekenis wel vatbaar in woorden? “Den Bedeutungen wachsen Worte zu. Nicht aber werden Wörterdinge mit Bedeutungen versehen.” (kaart Daseinstadt [13]). Woorden groeien, volgens Heidegger, naar betekenis toe en niet omgekeerd. Het is niet zo dat woord(ding)en van betekenissen worden voorzien. Dit is vervelend want hoe kan je taal dan bestuderen? Wat is dan de ‘grond’? De ultieme grond is gewoon gedeelde praktijk, de socio-culturele achtergrond die bovendien steeds verandert.

Ik ben blij dat ik het in mijn brieven ondertussen meer over taal kan hebben en minder over de algemenere concepten van Heidegger, zo wordt het toch concreter voor jou?

Kussen,



Heidi

zaterdag 5 mei 2012

Subjectia,


Lieve Siebe,

Een stakingetje meer of minder houdt een wereldreiziger als ik niet tegen! Hoe is het daar in België? In het al warm aan het worden? Hier is het alvast aangenaam warm: een vlotte 28° C.
Je hoort mij niet klagen. Alles goed met Emma en Lars? Nog geen crècheziektes opgedaan?
In alle eerlijkheid, Siebe, de boeken die me op deze reis vergezellen, kan ik ook geen uren aan één stuk aan! Ik lees een paar uur per dag en probeer daarna de inhoud te verwerken. ‘Er een nachtje over slapen’ is mijn meest favoriete volkswijsheid. Bovendien, vond ik op internet, schijnt het wetenschappelijk onderbouwd te zijn: “The most surprising finding of our study was that sleep, relative to an equal-length wake interval, benefited performance on the novel, ‘transfer’ integration problems without affecting performance on the basic, trained problems” (Scullin in: Science News, 2011). Volledig uitgeslapen beantwoord ik je vragen…

Betekenis! Goed gezien: daar gaat het over. Het is net betekenis die oorspronkelijker is dan de tweedeling subject-object of figuurlijk-letterlijk. Het is dus niet het één of het ander en er is geen derde hond nodig (die met het been kan gaan lopen). Het is voor jou zo vanzelfsprekend dat het of figuurlijk of letterlijk moet zijn dat je die vraag stelt. Door die vraag te stellen, laat je zien dat je uitgaat van die veronderstelde tweedeling. Het is een veronderstelling die je met de paplepel ingelepeld kreeg. Ik herinner me wel dat we in de lagere school uitdrukkingen als ‘op school zijn’ ongelofelijk grappig vonden. Want we waren uiteraard niet ‘op’ school. Stel je voor dat je op het dak zou les krijgen? En omdat onze school een plat dak had, was dat eigenlijk nog niet zo’n onnozel plan.

Weet je nog dat ik schreef dat de betekenis van het zijn in de wereld zit? Welnu, zoals de betekenis van het zijn zelf, ligt de betekenis van taal in de wereld; meer bepaald in de gedeeldheid van de wereld. Delen heeft hier de betekenis van samen gebruiken, niet verdelen. Dreyfus legt uit dat zodra iemand gesocialiseerd is in de gebruiken van een gemeenschap, dat de woorden dan pas betekenisvol worden. “Only dwelling in our linguistic practices reveals their [words] sense.” (Dreyfus, p. 219, mijn toevoeging) Of: alleen het wonen in onze linguïstische praktijken ontsluiert de betekenis van woorden. Je moet de taal leren kennen om de woorden te kunnen begrijpen. Maar herinner je dat taal meer is dan de som van de woorden.

Heb je opgemerkt dat ‘wonen’ opnieuw opduikt? Ik had het al over wonen in de oorspronkelijke betekenis van ‘in’. “When we inhabit something, it is no longer an object for us but becomes part of us and pervades our relation to other objects in the world.” (Dreyfus, p. 45) Wat Dreyfus hier interpreteert uit Heideggers Sein und Zeit is opmerkelijk. De taal wordt dus deel van ons en doordringt onze relaties met andere objecten in de wereld. Dit lijkt erg op de verhouding van de wereld en Dasein, waar ik het al over had. Dreyfus stelt dat de basismanier van Daseins in-de-wereld-zijn, ‘wonen’ is (Dreyfus, p. 45) en dat taal Daseins zelfinterpreterend in-de-wereld-zijn, reflecteert (Dreyfus, p. 218). Zoals ik al stelde: taal bestaat zoals Dasein bestaat.

Dasein en wereld komen niet ‘naast elkaar’ voor (Heidegger, Sein und Zeit, p. 55), ook taal niet. Ze zijn alle drie met elkaar verbonden. Volgens Dreyfus is het pas in Heideggers later werk dat hij echt op zoek gaat naar het zijn van taal (Dreyfus, p. 220). Eén van Heideggers concepten is  ‘taal als huis van het zijn’. Op mijn leeslijstje staat nog Unterwegs zur Sprache, een werk dat Heidegger publiceerde in 1959.

Tussen haakjes: weet je waar ik me op betrap? Als ik niet weet welk werkwoord te gebruiken om iets uit te leggen, gebruik ik  ‘is’. Soms is een leeg begrip best wel handig. Van een nadeel moet je dan maar een voordeel maken nietwaar?

Het alleen reizen valt goed mee. Ik kan mijn eigen zin doen, mijn eigen dag indelen, lezen als ik zin hebt om te lezen, iets gaan bezoeken als ik daar zin in heb.

Hier in Subjectia hangt er wel een speciale sfeer. Als ik alleen rondloop, word ik heel vaak lastiggevallen. Ik vrees dat die reisverhalen waar je het over had, niet overdreven zijn. Ze bekijken me precies als een wandelende portefeuille, het is onvoorstelbaar waar ze me allemaal willen mee opzadelen. Aan menselijk contact is hier geen gebrek; integendeel. Als ‘ontmoetingen’ zou ik dat contact nu ook niet omschrijven. Mensen zijn bezig met overleven, Siebe, het gezicht van de armoede is onvoorstelbaar schrijnend.

Vele groetjes,



Heidi

maandag 30 april 2012

Daseinstadt,


Hoi Siebe,

Ritme en routine zitten er voor mij niet in voorlopig. Iedere dag is totaal anders als je reist. Ik leer tijd anders te appreciëren, want het reizen doet wel iets met mijn tijdsbeleving. Je wijst me er terecht op dat reizen ontspannend en inspirerend kan zijn. Bij elke vertraging en bij elk wachten probeer ik die tijd te interpreteren als gewonnen tijd. Tijd waarin je misschien dit en dat niet kan doen, maar wel de mogelijkheid biedt om dan maar iets anders te doen; te observeren of te denken. Vaak heb ik het gevoel teveel te denken en te overdenken en nog eens in gedachten door te lopen wat ik wil gaan doen. Maar tijd die je niet kan besteden om dit of dat te doen, kan je altijd gebruiken om te denken… Als ik ’s morgens te vroeg wakker word, probeer ik me ervan te overtuigen dat dit me extra tijd geeft om te denken; om eens rustig te denken…

Op internet vond ik op de website www.ishs.hu (International Society for Hermeneutics and Science) het artikel Einstein’s time in Heidegger's context. Het is dus niet zo gek het begrip tijd bij beide intelligentsia te vergelijken. Volgens mij gaat het er voor Einstein over dat hij een wiskundige formule vond die tijd en ruimte verbindt. Heidegger is niet zozeer geïnteresseerd in de verhouding tussen tijd als ruimte. Hij stelt dat Dasein zowel beïnvloed wordt door tijd en ruimte. Het gaat dus niet over de relatie tussen tijd en ruimte, maar wel over de relatie tussen enerzijds Dasein en anderzijds tijd en ruimte. Tijd en ruimte worden hier in één adem genoemd om aan te tonen dat het geheel van tijd en ruimte een invloed heeft, niet om het onderscheid ertussen aan te tonen. Als je een tijdsaanduiding als een plaatsaanduiding ziet, kan je waarschijnlijk deze tweedeling overstijgen. Je gaat immers op zoek naar wat aan de grondslag van beide ligt, namelijk de aanduiding.

Ik denk dat je volgens Heidegger niet kan weten wie je bent. ‘Wie’ definiëren is onmogelijk omdat je niet weet welke invloeden je ondergaan hebt. Er is geen strikte scheiding tussen Dasein en de wereld van Dasein. De wereld is door Dasein gesocialiseerd te hebben, een deel van Dasein geworden en Dasein is een deel van de wereld. Het klopt dat het zelfbewustzijn van jezelf daardoor vervaagd is. De keuzes die Dasein maakt, worden door het in-de-wereld-zijn van Dasein beïnvloed. Ze zijn dus nooit helemaal vrij; ook als Dasein denkt dat het om een vrije keuze gaat. Wat Heidegger over “durf denken” zou zeggen, daar moet ik nog eens over nadenken. Ik probeer eerst in te gaan op je andere vragen.

Er is niet alleen menselijk Dasein. Ik vertrok vandaar in mijn vorige brief omdat ik ervan uitging dat die invalshoek het voor jou meest aanschouwelijk zou zijn. Zelf kan ik me daar het meest bij voorstellen.

Heidegger heeft het over andere vormen van Dasein. Een Dasein is een zijnde dat zijn eigen zijn begrijpt. “Dasein versteht sich in irgendeiner Weise und Ausdrücklichkeit in seinem Sein.” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 12). We moeten op zoek naar zaken die zichzelf verstaan in het eigen zijn. Heidegger geeft dit genuanceerd weer door te stellen dat dit “op één of andere wijze en meer of minder nadrukkelijk” is. Culturen en wetenschappen bestaan op dezelfde manier als Dasein. Hun activiteiten bevatten ook een interpretatie van wat het is een cultuur of een wetenschap te zijn (Dreyfus, p. 15).

Ook taal is een Dasein. Taal is meer dan de totaliteit of de som van woorden. Taal bestaat, net zoals Dasein bestaat (Dreyfus, p. 15). Ze hebben dezelfde structuur (Dreyfus, p. 218). Taal als Dasein is het zijn van de taal en de zelfinterpretatie van de taal door de taal.

Ik geef hieronder een voorbeeld van hoe, volgens Heidegger, taal zichzelf interpreteert. Dit voorbeeld kan je vergelijken met het overstijgen van het onderscheid subject-object. Het gaat over ‘in’. Heidegger stelt zich de vraag wat ‘in’ in ‘in-zijn’ wil zeggen. Hij heeft het dan over in-de-wereld-zijn. Heidegger heeft het bijvoorbeeld over water in een glas: “Wir meinen mit dem »in« das Seinsverhältnis zweier »im« Raum ausgedehnter Seienden zueinander in bezug auf ihren Ort in diesem Raum.” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Of vertaald: “Met het ‘in’ doelen we op de onderlinge zijnsverhouding van twee zijnden [water en glas] met een bepaalde uitgebreidheid ‘in’ de ruimte en met betrekking tot hun plaats in die ruimte.” (Heidegger, Zijn en tijd, p. 81). We kunnen dit de letterlijke of objectieve betekenis van ‘in’ noemen.

Volgens Heidegger is ‘in-de-wereld-zijn’ een andere manier van zijn, het gaat niet zomaar over letterlijk in de wereld zijn. “»in« stammt von innan-, wohnen, habitare, sich aufhalten;” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Het gaat dus over meer dan letterlijk op een plaats en in een bepaalde tijd zijn. Het gaat eveneens over de band met die plaats en die tijd; eerder ‘thuis’ dan ‘in huis’.

Dasein is steeds in-de-wereld-zijn (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Volgens Heidegger is deze betekenis van ‘in’ (vb. thuis) oorspronkelijker dan wat ik daarnet de letterlijke betekenis (vb. in huis) noemde. Is ‘in’ als in het voorbeeld ‘thuis’ dan figuurlijk? Ik denk het niet. Dreyfus stelt het zo: “Heidegger wants us to see that at an early stage of language the distinction metaphorical/literal has not yet emerged.” (Dreyfus, p. 42)

Een bezoek aan de het vergezicht van Figuurlijk staat inderdaad op mijn verlanglijstje. Ik beloof je erover te schrijven. Over opdringerige verkopers heb ik al heel wat gelezen in reisverhalen. Ik hoop inderdaad dat ik daar enigszins van gespaard blijf. Blijkbaar is het geen voordeel als vrouw alleen te reizen; jammer maar helaas…

Dikke kussen,



Heidi

zaterdag 28 april 2012

Daseinstadt,


Dag Siebe,

Fijn dat de crèche meevalt voor je dochter. Ilse is ondertussen weer aan het werk neem ik aan? Wat die ziektekiemen betreft, hadden jullie misschien zelf beter een ander beroep gekozen? Beiden in het onderwijs gaan, is het sowieso wel een beetje zoeken, vind ik.

Hier in Dasein heb ik al een vaste stek gevonden om mijn mails te kunnen checken. Zolang ik hier blijf zal dat geen probleem zijn. Binnenkort reis ik wel door naar het Objectgebergte. Ik heb alvast een plaatsje op de trein geboekt. Ik neem me voor om van de gelegenheid gebruik te maken om Subjectia te verkennen. Waar ik echt naartoe wil, weet ik nog niet. Maar we reizen om te leren; misschien geldt dat ook voor de bestemming.

Bij veel zaken die ik nu lees, maak ik me ook de bedenking dat ik er nooit echt bij stilstond. Veel is vanzelfsprekend, tot je er begint op door te denken. De ‘da’ in Dasein, kan je net als ‘sein’ vrij letterlijk vertalen naar het Nederlands, namelijk als ‘er’. Het kan zowel ‘hier’ als ‘daar’ betekenen (Heidegger, Sein und Zeit, p. 133). ‘Erzijn’ of ‘ergens zijn’ hangt samen met een bepaalde plaats en een bepaalde tijd. Het betekent redelijk letterlijk ér zijn zoals in ‘deel uitmaken van’. De menselijke manier van Dasein is de mens met zijn mentale toestand op een bepaalde plaats en in een bepaalde tijd. Dasein is zich eigenlijk niet bewust van het plaatselijke en het tijdelijke van zijn bestaan. Dat komt omdat Dasein gesocialiseerd is. Dasein heeft zich de cultuur van een bepaalde context (in ruimte en tijd) eigen gemaakt. Het is net dat socialiseringsproces dat ervoor gezorgd heeft dat Dasein de wereld als vanzelfsprekend ervaart.

Dasein is meer dan een zijn, het is ook de eigen interpretatie van het eigen zijn. Heidegger schrijft: “Das Dasein versteht sich selbst immer aus seiner Existenz” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 12). Dasein begrijpt zichzelf vanuit zijn bestaan. Maar omdat Dasein de wereld als vanzelfsprekend ervaart, is het goed mogelijk dat Dasein zichzelf misinterpreteert…

Volgens Heidegger is deze interpretatie geen bewuste aangelegenheid. Dreyfus stelt dat veel auteurs die fout maakten (Dreyfus, p. 13). Volgens Dreyfus ontkent Heidegger niet dat we soms onszelf ervaren als een bewust subject. Maar dat is eerder een afgeleide van een meer fundamentele manier van in-de-wereld-zijn (Dreyfus, p. 5). De manier van in-de-wereld-zijn overstijgt de klassieke tweedeling subject-object. Heidegger stelt in vraag dat ervaring gebaseerd moet zijn op de relatie tussen een zelfbewust subject (het innerlijke) en een onafhankelijk object (het uiterlijke). (Dreyfus, p. 5)

Het is interessant, Siebe, dat je je de vraag stelt ‘wie’ dan ‘wat’ ontdekt. Volgens Heidegger is het net onmogelijk ‘wie’ of ‘wat’ te definiëren omdat we door in-de-wereld te zijn geen weet hebben van de onderliggende overwegingen die ons denken beïnvloeden. Omdat die overwegingen voor ons vanzelfsprekend zijn. In het interpreteren is Dasein er zich niet van bewust dat zijn interpreteren beïnvloed is door zijn in-de-wereld-zijn.

Het is inderdaad in de dagdagelijkse activiteiten, in het handelen, zo je wil, dat de wereld ontdekt kan worden. De betekenis van het handelen zit al in-de-wereld. Je vraag of je door te beseffen dat je in-de-wereld bent, het waarom van het zijn kan begrijpen, is hier niet aan de orde. Heidegger stelt in vraag of je wel tot een echt besef van bestaan kan komen. De onderliggende invloeden zijn moeilijk te grijpen. Daarmee gaat hij in tegen het credo van Descartes: “Je pense, donc je suis”.

In een volgende brief probeer ik een goed voorbeeld te vinden om dit te illustreren. De treinreis naar Subjectia leent zich er waarschijnlijk toe. Ik hoop je zo te blijven boeien. En je hebt zeker gelijk: de woordkeuze van Heidegger kan hier en daar wel poëtisch zijn…

In Dasein is het aangenaam vertoeven. Het gehalte Eau de Dasein valt best mee. Als je het niet erg vindt, breng ik je er toch maar geen souvenirverpakking van mee.


Tschüss!



Heidi