Posts tonen met het label spreken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spreken. Alle posts tonen

zondag 15 juli 2012

Subjectia,


Hoi Siebe,

Een beetje geradbraakt ben ik aangekomen in Subjectia. Ik heb wel goed kunnen werken op de trein, maar het uren in een zeteltje zitten is toch lastig. Het voortdurend reizen van hier naar daar begint nu echt zijn tol te eisen. Ik denk dat elke spier van mijn lijf wel ergens onderweg al eens tegen getrokken heeft. Bijna thuis… maar de reis was het waard. Ik weet niet of het nuttig was, maar het was zeker wel zinvol voor mij en Betekenis was echt de moeite: een aanrader (zelfs de gids viel mee)!

Ik lees dat je het gevoel hebt alsof de betekenis je ontglipt! Het ontglippen van de betekenis van ons onderwerp taal is net één van zijn kenmerken, Siebe. Taal zelf laat het niet toe dat we de oorsprong van taal kunnen uitdrukken in taal, stelt Heidegger (blog 2 juni 2012). De betekenis van het zijn zit in de wereld en kan inderdaad naar boven komen in taal. Het is echter wel moeilijk om dit te zien omdat we zo gewoon zijn aan de taal die we gebruiken, dat ze voor ons transparant is geworden en dus is het net niet meer evident om de betekenis van het zijn in taal te zien: taal verbergt zich en is opeens verdwenen. Er gebeurt precies wat je ondervindt en schrijft in je vorige brief (blog 14 juli 2012) en toch zijn we er bijna...

Das Regende im Zeigen der Sage ist das Eignen.” (kaart Betekenis [81]). Het tonende van het zeggen, komt door het toeëigenen. Of het toeëigenen van taal ontsluiert zijn betekenis. Het toeëigenen van taal is tegelijk het je eigen maken van de normen en de opbouw van de taal. Alleen zo wordt wat gezegd wordt informatie (kaart Betekenis [87]). Omdat taal een intra-wereldlijk gegeven is -en dus deel is van de wereld (blog 9 mei 2012)- beantwoordt dat kader aan het beredenerend en berekenend denken van de tijdsgeest (kaart Betekenis [87]).

We hebben taal geleerd door taal te beluisteren. Daardoor kunnen we het spreken en horen we dus bij het spreken (zoals in ‘er deel van uitmaken’) (kaart Betekenis [76]). Taal hoort bij ons want we hebben het ons toegeëigend en die relatie is wederkerig. We kunnen daarom nooit uit het zijn van taal stappen en er van een andere kant naar kijken. We zien het wezen van taal enkel in zoverre taal ons ziet, ons toegeëigend heeft (kaart Betekenis [85]). We kunnen nooit buiten het kader kijken en het kader zelf is voor ons verborgen.

In Betekenis kan je op Zeggenberg uitkijken op de Zee der interpreten. Ze noemen die plek Vergezicht Stilte. Op de rand van de berg werd een kader gebouwd. Het kader doet je op een andere manier naar de zee kijken dan had het er niet gestaan. Toch maakt het samenspel van kader en zee het zicht extra interessant want het kader beïnvloedt je kijken terwijl het je niet stoort en het voegt zelfs betekenis toe.


Daarnet ben ik nog eens naar Figuurlijk geweest: het was ook prachtig! Straks neem ik de trein naar Daseinstadt. Dat is goed, want dan ben ik er vanavond al en moet ik me minder zorgen maken over het halen van de vlucht terug naar België. Die vertrekt dinsdagavond.


Groetjes,



Heidi

woensdag 11 juli 2012

Zeggen,


Beste Siebe,

Fijn dat je je amuseert in je vakantie. Hopelijk mis je de kinderen niet teveel deze week. Ik kan me voorstellen dat je huis wat leeg lijkt zonder die twee schatjes.

Ik ben benieuwd naar dat wolkenhemelplafond en wil je feliciteren met je wolkenvondsten! Het zijn mooie aanvullingen bij ons onderwerp. Ik heb het gevoel dat ik dit echt ons onderwerp mag beginnen noemen omdat je precies mee onderweg bent en meedenkt. Dank je!

We komen inderdaad dichter bij ons doel. Met je schilderij van Magritte toon je enigszins wat we aan het doen zijn. We zijn onderweg naar taal en volgen een weg die voor ons onbekend is, naar een bestemming die onzichtbaar is: een mysterie. We volgen een ongewone weg, een weg die Heidegger ons wijst, omdat we taal niet proberen uit te leggen aan de hand van onderdelen, waardoor we er eigenlijk alleen verder van weg zouden geraken (kaart Zeggen [71]). Het is een beetje zoals De man die de wolken meet uit je vorige blog! Volgens Heidegger houdt de weg naar taal het ervaren van taal als taal in (kaart Zeggen [71]).

Maar hoe kunnen we taal ervaren zolang Heidegger zo duister blijft over wat taal is? In Der Weg zur Sprache stelt Heidegger: “Das Wesende der Sprache ist die Sage als die Zeige.” (kaart Zeggen [70]) Of: het essentiële zijn van taal is 'zeggen' in de betekenis van 'tonen'. Taal doet met andere woorden betekenis verschijnen. En: "»Sagan« heißt: zeigen, erscheinen-, sehen- und hören-lassen." (Kaart Zeggen [67]) Of: 'zeggen' betekent tonen, laten verschijnen, zien en horen. Als taal spreekt dan zegt het ook iets, dan betekent het ook iets. Vandaar ook dat zwijgen veel kan betekenen (blog 28 mei 2012).

Overmorgen ga ik een dag naar Betekenis. Ik hoop dat het meevalt, want ik sluit me aan bij een georganiseerde uitstap (met gids!) en dat kan al eens tegenvallen of de al te commerciële toer opgaan. Eigenlijk zie ik deze uitstap als het hoogtepunt van mijn reis dus ben ik ook wel een beetje zenuwachtig.

Zaterdag neem ik dan de trein terug richting Daseinstadt. Ik maak wel nog een tussenstop in Subjectia om toch nog het vergezicht van Figuurlijk te kunnen zien. Ik twijfelde eerst om nog naar Humboldt te gaan, maar ik moest kiezen en heb dus voor Figuurlijk gekozen. Ik hoop echt dat het de moeite waard is! Weet je nog dat het veel te mistig was toen ik er eerder was (blog 9 mei 2012)? Deze keer hou ik het weerbericht in de gaten en ziet het er goed uit: vingers kruisen. (Als het dan slecht uitkomt, kan ik nog altijd een weerman aanklagen. Ik zag net op CNN dat een Belgische weerman een dagvaarding mag verwachten omdat hij al drie dagen regenweer voorspelde voor de Belgische kust, terwijl het er al drie dagen droog is.)

Het einde van deze onderneming komt dichterbij: nog zes dagen…

Knuffel,



Heidi

zondag 24 juni 2012

Woorden,


Hoi Siebe,

Dank je voor de riem onder het hart! Of was het omgekeerd? Ondertussen ben ik in Woorden aangekomen. Het is hier werkelijk heel erg mooi. Woorden ligt op de flank van de Woordenberg aan de rand van de Vallei der Achtergronden. Bij mooi weer kan je Filosofia zien liggen. 

Het woord geeft het ding bestaan (blog 2 juni 2012); zover waren we al geraakt voor ik ziek werd. Maar hoe gaat dat dan in zijn werk? Het is niet eenvoudig het ‘mechanisme’ achter het geven, de gift, te pakken te krijgen. Heidegger vertrekt voor zijn onderzoek bij poëzie. Hoewel de dichter kan tonen hoe het woord bestaan geeft aan het ding kan ook de dichter zelf niet zeggen wat die gift precies is. De gift ontsnapt de dichter, niet dat het verdwijnt in het niets, het blijft een geschenk, maar de dichter kan het nooit (be)grijpen. (kaart Woorden [13])

Heidegger schrijft dat het woord het dingbedingt’ (kaart Woorden [6]). Dit wil niet zeggen dat het woord het ding bestaansredenen geeft, maar wel dat het het ding toelaat er te zijn als een ding (kaart Woorden [5]). Iets om op te zitten, noemen we een stoel. Eens het woord stoel er is, bestaat het ding ook: je kan erover spreken, want het heet een stoel. Maar stoel zegt als woord op zich niets over wat een stoel is. Het woord zeggen, is het ding benoemen en het zo laten zien: het tonen. Meer niet.

Veel verder geraak ik voorlopig niet. Op het einde van het onderdeel Das Wort in Unterwegs zur Sprache stelt Heidegger: “Sage und Sein, Wort und Ding gehören in einer verhüllten, kaum bedachten und unausdenkbaren Weise zueinander.” (kaart Woorden [10]). Zeggen en zijn, woord en ding horen bij elkaar maar gesluierd. Het is dus niet helemaal duidelijk hoe. Heidegger zegt erover dat het nog niet helemaal doorgedacht is…  hier strand ik dus.

Mijn kamer kijkt uit op de Sluivervijver.  Straks ga ik verder lezen op het strandje aan de vijver. Het decor stimuleert alvast het mijmeren…

Omdat het hier zo mooi is, Siebe, het ziek zijn nog in mijn kleren hangt en mijn reis nu toch al door elkaar gegooid is, heb ik besloten te voet naar Filosofia te trekken. Het schijnt een mooie tocht te zijn langs het Pad van Betekenis. Het pad kronkelt door een beschermd natuurgebied: open vlaktes en bossen wisselen elkaar af. Over de tocht zal ik waarschijnlijk elf dagen doen en onderweg zijn er wel pleisterplaatsen maar is er geen internet beschikbaar! Het zal dus eventjes duren voor je weer van me hoort (of leest).

Kussen,



Heidi

zaterdag 2 juni 2012

Heen en Weer,


Hoi Siebe,

Ik schrok ook wat van de lengte van mijn vorige blog. Als ik mijn blogs uitschrijf, dan kom ik ook wel aan een paar bladzijden, maar dat ziet er niet zoveel uit; misschien omdat ik nogal groot schrijf? Uitgetypt, ziet het er wat meer uit…

Ik ben blij dat je het volhoudt en er net zoals ik plezier in vindt. Het is niet zo gemakkelijk mensen ervan te overtuigen dat filosofie gewoon fijn is om mee bezig te zijn. Men vindt het moeilijk en weinig nuttig, maar zo kijk ik er eigenlijk zelf niet naar. Sporters die hun prestaties willen verbeteren doen toch ook honderden keren dezelfde oefening om een honderdste van een seconde sneller te worden? Als je nu honderden keren dezelfde bladzijde leest om het net iets beter te begrijpen, dan is dat toch hetzelfde? En omdat het moeilijk is, put het je soms ook uit, kan je in dit geval even niet meer denken… Als ik lees hoeveel sommige atleten slapen…

Het zijn van taal achterhalen, daar is het ons om te doen. Ondertussen ben ik mij een weg aan het banen doorheen Unterwegs zur Sprache. In dat werk gaat Heidegger op zoek naar het zijn van taal. Volgens Heidegger laat taal zelf het niet toe dat we de oorspong van taal kunnen uitdrukken in taal. Deze weigering hoort tot het zijn van taal zelf (kaart Heen en Weer [11]). Dat het geen gemakkelijke klus zou worden, dat wisten we al, maar we gaan toch verder…

Ik ga nog wat dieper in op de relatie tussen woorden en dingen. Ik schreef eerder al dat er geen ‘logisch’ verband is tussen de woorden en dingen waar ze naar verwijzen: het woord is geen perfecte afspiegeling van het ding (blog 28 mei 2012). Er is een andere relatie tussen woorden en dingen. Een dingis’ als er een woord voor is (kaart Heen en Weer [24]). Zolang er geen woord voor is, kan iets niet bestaan. Meestal ontstaat er voor een nieuw ding een nieuw woord, zoals met ‘stoeproken’ (blog 18 mei 2012). We begrijpen een ding als er een woord voor ‘is’ (kaart Heen en Weer [26]). Het woord zorgt ervoor dat het dingis’. Het woord geeft het dingzijn’, maar een woordis’ ook zelf een ding. Dus het ene ding (een woord) zorgt ervoor dat een ander dingis’ (kaart Heen en Weer [25]). Woorden geven dingen bestaan.

Woorden zijn geen afspiegelingen van dingen. Over een woordenboek schrijft Heidegger het volgende: “Es ist voll von gedruckten Dingen. Allerdings. Lauter Wörter und kein einziges Wort. Denn das Wort, wodurch die Wörter zum Wort kommen, vermag ein Wörterbuch weder zu fassen noch zu bergen.” (kaart Heen en Weer [12]) In een woordenboek vind je dus geen woorden, maar dingen, omdat een woordenboek nooit de woorden op die manier kan grijpen zodat de termen woorden worden en spreken als woorden.

Omdat het heel hard regende, Siebe, ben ik in Heen en Weer in de bibliotheek terechtgekomen. Daar stond het citaat hierboven op het plafond geschilderd. Ik vraag me af welke grapjas dat bedacht heeft.

Vannacht gaat de reis naar Naburigheid. Ik neem de nachtbus en hoop dat ik wat kan slapen.

Tot binnenkort,



Heidi

vrijdag 1 juni 2012

Gent,


Hoi Heidi,

Whaaw, Heidi, wat een serieuze brok! Ik heb de indruk dat je erg goed hebt kunnen lezen, denken en schrijven op die boot naar Zwijgen en terug. Ik hoop dat je ondertussen toch ook wat genoten hebt van het varen zelf.

Terwijl ik je eerste blogs verschillende keren moest lezen om te begrijpen waar het over ging, heb ik nu het gevoel dat ik sneller mee ben. Ik ben nu wel blij dat ik mezelf er wat toe gedwongen heb om dit pennenvriendschapding serieus op te nemen.

Het is een fantastische gedachte dat er minder misverstanden zouden zijn als mensen dezelfde taal spreken. Maar elkaar verstaan is natuurlijk wel meer dat de woorden begrijpen die de ander zegt. Als taal de perfecte afspiegeling zou zijn van de werkelijkheid, zoals Wittgenstein voorstelt, dan zou dat een oplossing kunnen zijn, maar taal is geen perfecte afspiegeling van de wereld. Ik vind Heideggers ideeën over zwijgen eigenlijk een stuk sympathieker dan die van Wittgenstein. Ik denk dat je net door meer te spreken beter kan uitleggen en omschrijven wat je bedoelt en dus elkaar kan verstaan.

Ik wens je veel plezier op je rondreis! Je bent normaal gezien al vertrokken. Ik hoop dat je vlot kan reizen en dat je voor niet teveel verrassingen komt te staan… anders hoor ik dat wel.

Knuffel,



Siebe

maandag 28 mei 2012

Daseinstadt,


Dag Siebe,

Ik ben erg benieuwd hoeveel Emma en Lars ondertussen al weer gegroeid en veranderd zullen zijn. Ik begin België, na een goede maand op reis, ook al een beetje te missen. Het eten is hier lekker, maar ja, het is nooit als thuis, hé.

Ondertussen ben ik terug in Daseinstadt. Na mijn bezoek aan Ladder ben ik dus met de boot naar Zwijgen op het eiland Zwijgzaam gevaren. Zowel op de heen- als op de terugreis was het kalme zee! Het was er best wel boeiend. Je weet dat ik Zwijgzaam wou bezoeken omdat daar sporen van de ideeën van Wittgenstein te vinden zijn.

Ik denk dat het een mooi idee is zo’n gemeenschappelijke taal, maar tussen droom en daad staan praktische bezwaren in de weg, zeker? Toch geloven velen in zekere zin in de maakbaarheid van taal. Ik ben nooit een believer geweest en Heidegger reikt volgens mij een aantal argumenten aan die aangeven waarom het zo moeilijk is. Gisteren was het Pinksteren, Siebe. Als kind vond ik dat een fascinerend verhaal dat ik me eigenlijk moeilijk kon voorstellen. Er daalden namelijk ‘vurige tongen’ neer over de apostelen en zij konden opeens alle talen spreken om de blijde boodschap te verkondigen (bijbel.net). Alle talen, Siebe, wat een prachtidee! Dan zouden ze met iedereen kunnen spreken en dan zijn er geen misverstanden meer, of toch?

Een tijdje geleden heb ik me door het Tractatus Logico-Philosophicus – ook wel TLP genoemd – van Wittgenstein geworsteld. Dankzij de uitleg van Grayling in zijn boek met de passende titel Wittgenstein en de Stanford Encyclopedia of Philosophy die beschikbaar is op internet, ben ik erdoor geraakt.

Wittgenstein start zijn betoog met het uit de doeken doen hoe de wereld opgebouwd is, met name uit feiten. “Die Welt ist alles, was der Fall ist.” (TLP, p. 12, 1) Dat is de eerste stelling van de TLP. Eerder dan de traditionele atomistische idee dat de wereld opgebouwd is uit voorwerpen, stelt Wittgenstein dat de wereld uit feiten bestaat. Feiten zijn bestaande standen van zaken en dit zijn dan weer combinaties van voorwerpen. Deze voorwerpen zijn onveranderlijk en niet te ontleden. Deze onderdelen zie je in de eerste kolom van het schema hieronder (gebaseerd op Grayling, p. 48).


We maken beelden van de werkelijkheid. Wittgenstein stelt dat de wereld zoals ze werkelijk is, afgebeeld wordt in de taal. In de taal duiden namen voorwerpen aan. Een stapje hoger zijn elementaire proposities opgebouwd uit namen en deze zijn een logische afspiegeling van de ordening van de voorwerpen in standen van zaken. ‘Standen van zaken’ is moeilijk interpreteerbaar. Het gaat erover hoe de dingen zijn, op welke manier ze in de wereld geordend zijn. De totaliteit van standen van zaken, actueel en mogelijk, vormt de hele realiteit. De wereld is het geheel van deze standen van zaken die echt bestaan. “Die Gesamtheit der bestehenden Sachverhalte bestimmt auch, welche Sachverhalte nicht bestehen.” (TLP, p. 18, 2.05) Het geheel van deze standen van zaken duidt niet alleen aan wat er is maar bovendien wat er niet is en niet kan bestaan. Het bovenstaande schema van Grayling (Wittgenstein, p. 48) illustreert de parallellen in de opbouw van taal en wereld.

Taal moet voor Wittgenstein de perfecte weerspiegeling van de wereld zijn. Terwijl naam en voorwerp voor Wittgenstein perfect zouden moeten samenvallen, stelt Heidegger dat er geen verband is tussen woord en ding. Woorden kunnen ook niet van betekenis voorzien worden (blog 15 mei 2012). Kan Wittgensteins opzet slagen?

Wittgenstein kwam uiteindelijk tot de vaststelling dat filosofische problemen er enkel zijn omdat we de taal niet correct hanteren. Het zijn allemaal schijnproblemen door de manier waarop ze in de taal gerepresenteerd worden. Het functioneren van de taal is volgens Wittgenstein afhankelijk van de onderliggende logische structuur van taal. Dat is precies wat hij onder handen neemt. Zijn logische constructie van een filosofisch systeem heeft tot doel de limieten van de wereld, het denken en de taal te vinden om het onderscheid te kunnen maken tussen zin en onzin.

Als we deze redenering verder uitwerken, moeten we erop uitkomen dat de TLP zelf onzinnig is. De ‘oplossing’ voor deze spae ladnning is te vinden in Wittgensteins opmerking, waar hij de metafoor van de ladder gebruikt om de functie van de TLP uit te drukken. Het boek moet als een ladder gebruikt worden om in te klimmen en zo de wereld op de juiste manier te zien. Eens daar aangekomen moet het werk herkend worden als onzin en de ladder weggegooid worden.


Wetenschap is, volgens Wittgenstein, afbeeldbaar in de taal. Enkel de natuurwetenschappen kunnen afgebeeld worden in de taal omdat ze duidelijk verwijzen naar feiten, naar standen van zaken en voorwerpen. Enkel wat in de logische taal uitgedrukt en dus gedacht kan worden, is waar. In deze taal is het onmogelijk onwaarheden te formuleren. Dus wetenschap moet beoefend worden in de logische taal en waarover men niet kan spreken (in de letterlijke betekenis van spreken, namelijk uitdrukken) daarover moet men zwijgen, aangezien wat men niet kan uitdrukken zinledig is.

Heidegger is het in zekere zin eens met Wittgenstein als het over het zwijgen gaat, want hij stelt dat veel over iets praten geen garantie is dat het verstaan daarmee vooruitgeholpen wordt (kaart Daseinstadt [17]). Aan de andere kant vind ik ook dit bij Heidegger: “Wer nie etwas sagt, vermag im gegebenen Augenblick auch nicht zu schweigen. Nur im echten Reden ist eigentliches Schweigen möglich.” (kaart Daseinstadt [19]) Of: “Wie nooit iets zegt, kan als het nodig is ook niet zwijgen. Alleen in het echte spreken is een eigenlijk zwijgen mogelijk.”  En ook: “Het gepraat biedt de mogelijkheid alles te verstaan zonder voorafgaande toeëigening van de zaak.” (kaart Gepraat [39]

Terwijl Wittgenstein met zijn streven naar een logisch perfecte taal moest concluderen dat er dan maar veel gezwegen moest worden, stelt Heidegger bijna het omgekeerde: in het spreken, over dingen die je niet kent, kan het verstaan ontstaan.

Morgen vertrek ik dan naar Taalpoel, in het westen van het eiland. Ik heb een hele rondreis gepland over Heen en Weer, Naburigheid, Woorden, Filosofia en Zeggen om uiteindelijk ook Betekenis te bezoeken. Ik heb hard aan de voorbereiding gewerkt en me goed geïnformeerd over de reisroutes. Nu is het enkel nog hopen dat alles een beetje verloopt als gepland. Ik hoop ook dat ik overal even gemakkelijk op het internet kan. Je zal het wel zien…

Kussen,



Heidi

zaterdag 26 mei 2012

Ladder,


Hoi Siebe,

Nu en dan kijk ik op internet eventjes naar het weerbericht in België… ik denk dat je nu wel niet mag klagen!

De busreis is beter meegevallen dan verwacht, behalve dan de buschauffeur die zijn roeping als stand-up-comedian had gemist... Op de stopplaatsen onderweg denk ik dat ze jouw toiletpictogrammen goed zouden kunnen gebruiken :-(. Morgen ga ik met de boot naar het eiland Zwijgzaam: een nieuw uitdaging voor mijn maag. Vingers kruisen en papieren zakjes in de aanslag!

Je sollicitant weet natuurlijk wel dat hij gaat solliciteren bij Ikea…  Zouden we zonder titel en zonder tekstballon de onderdelen als stoel herkend hebben?

Ik zou het hebben over ‘das Man’ of ‘het men’, een belangrijk concept uit Heideggers denken. `Het men’ is in dit verband de normale gebruiker van taal (Dreyfus, 152). Normaal mag je hier letterlijk nemen:  ‘het men’ is en bepaalt de norm. Er is nood aan een zekere norm, anders begrijpen we elkaar niet. Mensen willen als vanzelf aan de norm voldoen en maken zich zorgen over hoeveel verschil er is tussen zichzelf en anderen (Sein und Zeit, p. 126). Zich zorgen maken over dat verschil, die afstand, noemt Heidegger afstandelijkheid” (Sein und Zeit, p. 126). Dit gevoeld ervaar ik soms als ik als niet-taalkundige spreek met mensen die dat wel zijn. De stress verhoogt wanneer het onderwerp taal is ;-). Nu geef ik wel een eerder negatief voorbeeld, maar zo ziet Heidegger het niet.

Via socialisatie neemt Dasein de geworpenheid van het men over (Dreyfus, p. 235). Dat Dasein in de wereldgeworpen” is, is één van de kenmerken van Dasein (Sein und Zeit, p. 222). Op die manier raakt Dasein afgesloten van zichzelf, maar gaat het op in de publieke openbaarheid van ‘het men’ (Sein und Zeit, p. 167). Het is noodzakelijk voor het dagdagelijks begrijpen van de wereld dat Dasein de neiging heeft aan publieke norm te willen voldoen.

Om nog eens op woordenboeken terug te komen. Je gaf aan (blog 18 mei 2012) dat woorden veranderen in de loop van de tijd. Dat kan je zowel zeggen voor uitspraak als voor de betekenis van woorden. Dit zou Heideggertijdelijkheid” noemen: het fenomeen dat de socio-culturele achtergrond gradueel evolueert. “This sociocultural background too can change gradually, as does a language, but never all at once and never as the result of the conscious of groups or individuals.” (Dreyfus, p. 161). Taal verandert dus zoals de socio-culturele achtergrond verandert en taal is nooit het resultaat van bewuste keuzes.

Op onze gedeelde taal, de taal die beantwoordt aan de normen van het men, hebben we weinig invloed. Het ontstaat in en door het spreken, dit is nooit bewust. Een woordenboek loopt dus altijd de feiten achterna. Het is enkel een poging om een niet-representeerbare wereld toch te representeren. Dit is wellicht een verklaring waarom Esperanto nooit echt gewerkt heeft en ook waarom computers het zo moeilijk hebben met spraakherkenning, voorlezen en vertalen. Het blijft kunstmatig: het heeft geen betekenis.

Ondertussen al eventjes geleden reed ik mee met een kennis. Hij had net een nieuwe auto en moest uitpakken met de boordcomputer die aangestuurd kon worden via spraakherkenning: de Linguatronic. (Zou Nightrider dan toch werkelijkheid worden?) Daarbij doken een aantal problemen op. Eerst en vooral moest hij zich aan een soort protocol houden om de instructies te kunnen geven. Als je een fout maakt in de volgorde van commando’s slaat het systeem in de knoop. Het grappigste was dit: bij elk woord waar een ‘r’ in kwam, zei de boordcomputer “Radio aan” zei en zette de radio op. Het geluid van de radio zorgde voor nog meer lawaai, waardoor de boordcomputer nog minder begreep wat er moest gebeuren. Die kennis heeft het dan maar opgegeven om de routeplanner op te starten. Gelukkig wist ik zelf waar ik woonde en kon ik dat zelf nog uitleggen ook: ik ben thuis geraakt.

Voor jou zou ik zeggen: ga naar de zee! Als je dat wou doen, dan moet je nu gaan want misschien komt er daarna weer een koudegolf, nietwaar? Ik vrees wel dat heel veel mensen zo denken...

Groetjes,



Heidi

dinsdag 15 mei 2012

Daseinstadt,


Beste Siebe,

Hoe gaat het eigenlijk nog in België? Alles oké met Ilse en de kinderen? Heb je al plannen voor de lange weekends die eraan komen?

Ik ben nogal altijd in Daseinstadt omdat het hier zo interessant is. Er is veel te zien, veel te bezoeken en het is relatief rustig voor een hoofdstad. Ik hou van de vele parkjes en tuinen waar ik mijn boeken lees en blogs naar je schrijf. Dat doe ik meestal ’s morgens, want ‘s middags wordt het te warm. Dan zoek ik de koelte op. Het is dan ideaal om de blogs te typen. Het is altijd wel een beetje spannend omdat de elektriciteit het regelmatig laat afweten. (Zou dat ook met de temperatuur te maken hebben?) Ik moet er dus op letten om tijdig op te slaan. Soms ben ik door die onderbrekingen lang bezig, want iedere keer moet ik me opnieuw aanmelden en het documenten vinden, verder typen, … maar zoals je ziet: het lukt wel.

Verdwijnen en verschijnen worden wel mooi geïllustreerd in het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg. Het gedicht zelf ontstaat door het ‘niet komen van bus’. Het toont dus hoe de busverschijnt’. Maar door daarover na te denken, dwalen de gedachten van de dichter af en verdwijnt het nadenken over het verschijnen. Zo plots als het ‘verschijnenverschijnt, verdwijnt het weer. Je kan het fenomeen niet grijpen en begrijpen. De wereld is niet-representeerbaar en kan niet gecommuniceerd worden, zo is het ook met taal (Dreyfus, p. 221).

Wat ik tot nu toe al geleerd en verteld heb, is dat taal bestaat zoals Dasein. Het is meer dan de som van woorden en interpreteert zichzelf (blog 30 april 2012). De betekenis van taal zit in de wereld. Dasein, wereld en taal zijn met elkaar verbonden (blog 5 mei 2012). Als onderdeel van de wereld is taal 'terhands' (zuhanden) en de woorden zijn 'voorhanden'. Taal kan dus ook een werktuig zijn, het verdwijnt in het gebruik; in het spreken (blog 9 mei 2012).

Volgens Heidegger is er geen diepere betekenis en geen metafysische grond. De enige diepe betekenis is dat er geen diepe betekenis is (Dreyfus, p. 157). Ken je dit stukje uit Black Adder een BBC-reeks?

Black Adder verzint woorden, woorden zonder betekenis, maar we begrijpen door de omstandigheden perfect wat hij bedoelt. Iets vertellen is dus niet zoals het transporteren van een boodschap van het ene subject naar het andere (kaart Daseinstadt [15]). Spreken is niet coderen en decoderen van woorden. Woorden betekenen op zichzelf weinig in een zin. Anders zouden we door de nieuwe woorden niet kunnen begrijpen wat hij bedoelt. Anderzijds zou in omschrijvingen spreken de zaak ook niet eenvoudiger maken…


Iedereen in de scène kent de woorden, eigenlijk moeten ze de woorden niet uitleg-gen door ze te omschrijven. Het is de situatie die voor problemen zorgt. Black Adder had vooraf gezegd dat Baldrick alles mocht gebruiken om het vuur aan te maken…

Door socialisering zijn we vertrouwd met taal. Socialisering wil niet zeggen 'ontcijferen en incorporeren' (Dreyfus, p. 161). Het is voor Heidegger zeker geen 'bewust' proces. Het gebeurt door anderen taal te zien en horen gebruiken en het zelf te leren door het te proberen. Betekenis toont zich in het gebruik van het woord. Naarmate je meer en meer gesocialiseerd raakt in de gewoontes van een gemeenschap krijgen woorden betekenis (Dreyfus, p. 219). Taal bestaat als Dasein en wordt deel van Dasein. Zoals de wereld een deel wordt van Dasein, wordt taal dat ook. Als je een taal spreekt, wordt die taal ‘transparant’. Je merkte terecht op dat als je vertrouwd bent met een taal dat die taal dan verdwijnt, transparant wordt, als je spreekt. Omdat er geen overeenkomsten zijn tussen de woorden en de dingen waar ze naar verwijzen, moet je er dus mee vertrouwd geraken. We zijn dit zo gewoon dat we er niet bij stilstaan. Humor laat taal verschijnen:


Is betekenis wel vatbaar in woorden? “Den Bedeutungen wachsen Worte zu. Nicht aber werden Wörterdinge mit Bedeutungen versehen.” (kaart Daseinstadt [13]). Woorden groeien, volgens Heidegger, naar betekenis toe en niet omgekeerd. Het is niet zo dat woord(ding)en van betekenissen worden voorzien. Dit is vervelend want hoe kan je taal dan bestuderen? Wat is dan de ‘grond’? De ultieme grond is gewoon gedeelde praktijk, de socio-culturele achtergrond die bovendien steeds verandert.

Ik ben blij dat ik het in mijn brieven ondertussen meer over taal kan hebben en minder over de algemenere concepten van Heidegger, zo wordt het toch concreter voor jou?

Kussen,



Heidi

zaterdag 12 mei 2012

Gent,


Hoi Heidi,

Mist! Dat moesten ze nu eens afschaffen: nergens goed voor! Wolken horen hoog in de lucht te hangen. Misschien lukt het je om nog eens naar Subjectia te gaan terwijl je daar nu toch in de buurt bent. Misschien moet je dan maar eerst het weerbericht checken ;-). Nuja, als je reist, moet je je toch altijd een beetje overlaten aan het toeval; en aan taxichauffeurs…

Het voorbeeld van de fiets vond ik heel duidelijk. Maar geef nu toe, Heidi, een fiets die verschijnt als hij gestolen is… het kan al eens een lezer in de war brengen. Ik denk dat het klopt als je zegt dat Heidegger een nieuwe taal gebruikt, want je bedoelt gewoon iets anders met ‘verdwijnen’ en ‘verschijnen’. Het is dan verwarrend (lees: moeilijk) als je die andere invulling niet kent.

Ik begrijp dat taal als middel (als werktuig) verdwijnt als je het gebruikt, als je spreekt. Je bent je er niet bewust van, ook niet van de onderdeeltjes waaruit taal bestaat: woorden, klanken, letters, … behalve als er iets misloopt. Het is inderdaad pas als iemand van een ‘r’ een ‘l’ maakt, dat het opvalt hoeveel ‘r’ voorkomt in het Nederlands. Zou het niet kunnen dat je moedertaal gemakkelijker ‘verdwijnt’ dan een andere taal. Ik denk zelden na over Nederlands, maar als er me in Brussel iemand in het Frans aanspreekt, moet ik toch even denken. Aan de andere kant gaat het Frans spreken toch nu en dan vanzelf na een paar dagen op vakantie in Frankrijk. Moet je niet voldoende vertrouwd zijn met een taal zodat ze nu en dan kan ‘verdwijnen’? Hoe minder de taal ‘verschijnt’ hoe beter je de taal beheerst.

Zou je kunnen zeggen dat je nooit echt ‘over’ taal kan spreken maar altijd ‘in’ een taal? Want zelfs als je over taal spreekt, dan is dat steeds in een taal en terwijl je over die taal spreekt, denk je niet aan de taal waarin je spreekt. Dus taal verdwijnt.

Nog één iets: als je fiets gestolen is en je neemt de bus, maar die komt te laat, dan verschijnt die bus dus ook. Ken je het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg?

Ik denk dat ik er nu maar mee ophou. Straks begrijp ik zelf niet meer wat ik schrijf. Het vraagt best wel wat concentratie om woorden opeens een andere dimensie mee te geven.

Doei!



Siebe

zondag 6 mei 2012

Gent,


Dag Heidi,

Ha! Zo ken ik je: klein maar dapper! Wat kan zo’n wereldlijk gegeven als een staking de filosoof in jou aan banden leggen?

Ja, het is hier nog geen zomer en ja, we zijn jaloers op jou. Wel geen zieken aan deze kant van het internet. Misschien wel ginder? Let op dat je geen toeristenkwaaltjes oploopt. Ik las een reisverhaal waarin de toeristen vergiftigd werden in het hotel omdat de zaakvoerder dan een procentje kreeg op de dokterskosten die bij het ‘genezen’ kwamen. Misschien is het een ‘urban legend’, maar misschien ook niet…

Met die paplepel zit je er juist op, denk ik. Het socialiseringsproces is uiterst belangrijk en begint nog voor we naar de kleuterklas gaan. Kinderen die nog voor de kleuterklas gestimuleerd worden om aandacht te schenken en te leren, hebben op volwassen leeftijd interessanter werk, een beter inkomen, een betere gezondheid, raken minder gemakkelijk verwikkeld in criminaliteit, … “High quality preschool,” stelt Melhuish, een Londense onderzoeker, “can protect a child from consequences of attending low effective school.” Wat een kind aan leervaardigheden meekrijgt voor het naar de lagere school gaat, bepaalt dus echt zijn leven. Maar wist je dat analfabeten op verschillende vlakken creatiever zijn dan mensen die wel gealfabetiseerd zijn? Dat onderzocht Jeanne Kurvers in Nederland. Leren lezen en schrijven leert je op een bepaalde manier denken. Deze gedeelde manier van denken – zo schrijf jij dat – beknot in zekere zin je creativiteit want je leert denken binnen de lijnen van een bepaalde manier van naar de wereld kijken en dus niet daarbuiten: je creativiteit wordt begrensd binnen die lijnen. Het voordeel is dat je je weg gemakkelijker vindt in de samenleving, want je kent de spelregels en de scenario’s. Het nadeel is dat je inboet aan creativiteit?

Iets anders. Waarom moeten die filosofen altijd zo grootsprakerig doen? Waarom moeten die begrippen altijd zo bombastisch overkomen? Ik heb het over ‘taal als huis van het zijn’. Al moet ik toegeven dat mijn aandacht getrokken wordt door deze omschrijving. Ik hoop ook dat je het me snel kan uitleggen of toch ten minste enig inzicht daarin kan geven. Ik hoop ook dat het enigszins in 'mensentaal' kan. Voor mij is taal een middel. Ik vind dat taal te vaak als doel vooropgesteld wordt, als zaligmakende oplossing. Vaak doet men alsof dat als men dezelfde taal zou spreken, er geen problemen zouden zijn. In dat geval bedoelt men letterlijk dezelfde taal spreken. Terwijl ik net bedoel, wat misschien wel meer oorspronkelijk is: dezelfde taal spreken in de betekenis van elkaar begrijpen en willen begrijpen.

Het is een goede tip ‘zijn’ meer gebruiken, dat onthou ik.

Veel plezier bij het lezen, het reizen, en bij het onderweg zijn in het lezen. Dat is toch de betekenis van Unterwegs zur Sprache, namelijk Onderweg naar taal?

Tot binnenkort,



Siebe