Posts tonen met het label wonen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wonen. Alle posts tonen

zaterdag 14 juli 2012

Gent,


Dag Heidi,

Morgen zijn Lars en Emma weer thuis: nog één keer uitslapen! Natuurlijk mis ik die twee kleine op-de-meest-onmogelijk-uren-lawaaimakertjes. Fijn dat je de wolken leuk vond. Het schilderwerk in huis is alvast goed gelukt (zegt Ilse).

Het is goed dat we dichter komen bij het doel want we zijn al even onderweg…  Ik denk dat ik begin te begrijpen waar het over gaat (ook omdat ik onze eerste brieven eens opnieuw gelezen heb).

Konden we in het begin al weten dat taal betekenis laat verschijnen? In je eerste brief (blog 23 april 2012) schreef je dat we de wereld kunnen ontdekken in de dagdagelijkse activiteit van Dasein. Taal gebruiken is toch een activiteit van Dasein, dus is het in die zin logisch dat we de wereld moeten kunnen ontdekken in taal? Je schreef: “De betekenis van dat zijn zit in de wereld.” Dus ook in taal?

En Dasein kent taal, want “het wonen in onze linguïstische praktijken ontsluiert de betekenis van woorden”, dat schreef je ook al (blog 5 mei 2012). Dan zou het toch niet zo moeilijk mogen zijn om de betekenis van taal te ontdekken, maar eerlijk, ik zie het nog niet helemaal (en nu denk ik toch weer dat ik er niets van begrijp).

Nog drie dagen…  en je hebt het precies helemaal uitgekiend om tot de laatste minuut je tijd nuttig te besteden. Als de deadline nadert, moet je er inderdaad voor zorgen dat je alles gedaan hebt wat je wou doen.

Succes met de gids (er niet van weglopen, hé!)

Vele groetjes,



Siebe

zondag 8 juli 2012

Filosofia,


Hoi Siebe,

Bespeurde ik in je brief enige spijt over het onderschatten van het leren van betekenissen van Latijnse woordjes? Tja, het is toch zo moeilijk als kind te investeren in een mogelijks voordeel voor later. Een later dat een eeuwigheid ver weg lijkt… en anderzijds vraag ik me af of de manier waarop we woordjes moesten leren wel de meest motiverende was. Misschien hadden die leraren het wel wat aangenamer kunnen maken, toch?

Van aangenaam geschreven: de zee moet volgens mij ook wel niet onderdoen voor bergen en valleien, hoor. Ieder landschap heeft wel zijn charmes. Zo was de wandeling van Woorden naar Filosofia vooral erg afwisselend. Vooral de grote stukken bos deden me veel deugd omdat het hier ‘eerder’ warm is.

Mysterieus of liever “geheimnisvoll” is een woord dat Heidegger ook wel eens gebruikt als het over taal gaat (kaart Filosofia [30]). Taal is geheimzinnig omdat het zo moeilijk te grijpen is. In Brief über den »Humanismus« heeft Heidegger het over de relatie tussen taal, denken en zijn. En als je ‘zijn’ leest dan denk je wellicht aan wat ik je vroeger al schreef over de moeilijkheid om te zeggen wat ‘zijn is (blog 23 april 2012).

Heidegger omschrijft en zoekt vergelijkingen om duidelijk te maken wat hij bedoelt: “Die Sprache ist so die Sprache des Seins, wie die Wolken die Wolken des Himmels sind.” (kaart Filosofia [21]) Taal is dus “de taal van het zijn” zoals wolken “de wolken van de hemel zijn”. Taal maakt deel uit van het zijn, het is ermee vergroeid en verweven. Onder bepaalde omstandigheden wordt het zijn zichtbaar, misschien is het dan wel een wolk geworden? Taal doet het zijn verschijnen en verdwijnen. “Sprache ist lichtend-verbergende Ankunft des Seins selbst.” (kaart Filosofia [29]).

Om de relatie tussen zijn en taal aan te duiden, noemt Heidegger taal 'het huis van het zijn' (kaart Filosofia [24]). Het zijn woont namelijk in de taal en het heeft er zijn roots. Dit is opnieuw een metafoor die de verstrengelde relatie tussen taal en zijn moet duidelijk maken. Denkers en dichters zijn de huisbewaarders (kaart Filosofia [24]). Zij bewaken het huis, maar houden het ook in goede staat door te creëren, te denken en te dichten. Zijn, denken en taal liggen heel dicht bij elkaar, stelt Heidegger: ze vallen net niet samen. Taal geeft ook vorm aan het denken en trekt sporen voor het denken. Taal brengt er op de een of andere manier structuur in aan. Heidegger waarschuwt er ons wel voor om niet steeds in dezelfde sporen te denken. Dan verwordt denken tot een techniek en verliest het zijn betekenis (kaart Filosofia [16]).

Nog één citaat om het af te leren: “Das Sein kommt, sich lichtend, zur Sprache. Es ist stets unterwegs zu ihr.” (kaart Filosofia [32]). Het zijn verdwijnt en verschijnt, maar is altijd onderweg naar taal (en liefst niet alleen over platgetreden paden).

Ik ga ook een stapje verder, Siebe. Straks neem ik de nachttrein naar Zeggen. Nog een beetje lezen en hopelijk toch wat slapen ook.

Doei!



Heidi

zaterdag 5 mei 2012

Subjectia,


Lieve Siebe,

Een stakingetje meer of minder houdt een wereldreiziger als ik niet tegen! Hoe is het daar in België? In het al warm aan het worden? Hier is het alvast aangenaam warm: een vlotte 28° C.
Je hoort mij niet klagen. Alles goed met Emma en Lars? Nog geen crècheziektes opgedaan?
In alle eerlijkheid, Siebe, de boeken die me op deze reis vergezellen, kan ik ook geen uren aan één stuk aan! Ik lees een paar uur per dag en probeer daarna de inhoud te verwerken. ‘Er een nachtje over slapen’ is mijn meest favoriete volkswijsheid. Bovendien, vond ik op internet, schijnt het wetenschappelijk onderbouwd te zijn: “The most surprising finding of our study was that sleep, relative to an equal-length wake interval, benefited performance on the novel, ‘transfer’ integration problems without affecting performance on the basic, trained problems” (Scullin in: Science News, 2011). Volledig uitgeslapen beantwoord ik je vragen…

Betekenis! Goed gezien: daar gaat het over. Het is net betekenis die oorspronkelijker is dan de tweedeling subject-object of figuurlijk-letterlijk. Het is dus niet het één of het ander en er is geen derde hond nodig (die met het been kan gaan lopen). Het is voor jou zo vanzelfsprekend dat het of figuurlijk of letterlijk moet zijn dat je die vraag stelt. Door die vraag te stellen, laat je zien dat je uitgaat van die veronderstelde tweedeling. Het is een veronderstelling die je met de paplepel ingelepeld kreeg. Ik herinner me wel dat we in de lagere school uitdrukkingen als ‘op school zijn’ ongelofelijk grappig vonden. Want we waren uiteraard niet ‘op’ school. Stel je voor dat je op het dak zou les krijgen? En omdat onze school een plat dak had, was dat eigenlijk nog niet zo’n onnozel plan.

Weet je nog dat ik schreef dat de betekenis van het zijn in de wereld zit? Welnu, zoals de betekenis van het zijn zelf, ligt de betekenis van taal in de wereld; meer bepaald in de gedeeldheid van de wereld. Delen heeft hier de betekenis van samen gebruiken, niet verdelen. Dreyfus legt uit dat zodra iemand gesocialiseerd is in de gebruiken van een gemeenschap, dat de woorden dan pas betekenisvol worden. “Only dwelling in our linguistic practices reveals their [words] sense.” (Dreyfus, p. 219, mijn toevoeging) Of: alleen het wonen in onze linguïstische praktijken ontsluiert de betekenis van woorden. Je moet de taal leren kennen om de woorden te kunnen begrijpen. Maar herinner je dat taal meer is dan de som van de woorden.

Heb je opgemerkt dat ‘wonen’ opnieuw opduikt? Ik had het al over wonen in de oorspronkelijke betekenis van ‘in’. “When we inhabit something, it is no longer an object for us but becomes part of us and pervades our relation to other objects in the world.” (Dreyfus, p. 45) Wat Dreyfus hier interpreteert uit Heideggers Sein und Zeit is opmerkelijk. De taal wordt dus deel van ons en doordringt onze relaties met andere objecten in de wereld. Dit lijkt erg op de verhouding van de wereld en Dasein, waar ik het al over had. Dreyfus stelt dat de basismanier van Daseins in-de-wereld-zijn, ‘wonen’ is (Dreyfus, p. 45) en dat taal Daseins zelfinterpreterend in-de-wereld-zijn, reflecteert (Dreyfus, p. 218). Zoals ik al stelde: taal bestaat zoals Dasein bestaat.

Dasein en wereld komen niet ‘naast elkaar’ voor (Heidegger, Sein und Zeit, p. 55), ook taal niet. Ze zijn alle drie met elkaar verbonden. Volgens Dreyfus is het pas in Heideggers later werk dat hij echt op zoek gaat naar het zijn van taal (Dreyfus, p. 220). Eén van Heideggers concepten is  ‘taal als huis van het zijn’. Op mijn leeslijstje staat nog Unterwegs zur Sprache, een werk dat Heidegger publiceerde in 1959.

Tussen haakjes: weet je waar ik me op betrap? Als ik niet weet welk werkwoord te gebruiken om iets uit te leggen, gebruik ik  ‘is’. Soms is een leeg begrip best wel handig. Van een nadeel moet je dan maar een voordeel maken nietwaar?

Het alleen reizen valt goed mee. Ik kan mijn eigen zin doen, mijn eigen dag indelen, lezen als ik zin hebt om te lezen, iets gaan bezoeken als ik daar zin in heb.

Hier in Subjectia hangt er wel een speciale sfeer. Als ik alleen rondloop, word ik heel vaak lastiggevallen. Ik vrees dat die reisverhalen waar je het over had, niet overdreven zijn. Ze bekijken me precies als een wandelende portefeuille, het is onvoorstelbaar waar ze me allemaal willen mee opzadelen. Aan menselijk contact is hier geen gebrek; integendeel. Als ‘ontmoetingen’ zou ik dat contact nu ook niet omschrijven. Mensen zijn bezig met overleven, Siebe, het gezicht van de armoede is onvoorstelbaar schrijnend.

Vele groetjes,



Heidi