zondag 27 mei 2012

Gent,


Dag Heidi,

Morgen nog een dagje extra vakantie met de kinderen en het wordt een dagje aan zee! Ilse wil alvast vreselijk vroeg vertrekken om de drukste treinen voor te zijn, maar ik denk dat ze daarin de gepensioneerde medemens over het hoofd ziet. Emma is ondertussen al helemaal gewoon aan de crèche. Ik ben blij dat het zo’n vrolijke baby is. Met Lars was het in het begin toch een ander paar mouwen. Ondertussen begint hij al kleutermanieren te hebben: de discussies beginnen. Eigenlijk is het best wel grappig hoe zo’n kleine pruts begint te praten en te discussiëren om zijn willetje duidelijk te maken en te krijgen. We zullen zien wat dat morgen geeft; aan zee.

Toen ik mijn huis kocht, kocht ik de inboedel erbij. Dat was vooral interessant omdat we zo direct ook kasten, tafels en stoelen, een frigo en een tv hadden. Er waren ook een aantal boeken achtergebleven. Een klein boekje heb ik aan de kant gelegd: Esperanto: una lengua viva!

Ik geloof – met jou denk ik – niet helemaal dat Esperanto een levende taal is. En het zou wel eens kunnen kloppen dat het (nog) niet gelukt is met dat Esperanto net omdat het het resultaat is van bewuste keuzes. Er zijn natuurlijk wel believers die blijkbaar conferenties organiseren en er alles aan doen om het Esperanto leven in te blazen. Ik herinnerde me een aflevering van Man bijt hond. Ik heb het fragment even voor je opgezocht. De aanleiding is minister van onderwijs Pascal Smet die zich afvraagt waarom we niet proberen om één gemeenschappelijke taal in Europa te hebben.


Misschien heeft een computer minder last met Esperanto dan met andere talen? Net omdat het zo’n duidelijke en eenvoudige grammatica heeft? De mensen in het filmpje stellen dat ze alles kunnen uitdrukken in Esperanto, maar ik vraag me af hoe dat dan gaat met nieuwe concepten. Je kan het vergelijken met het Vaticaan die het Latijn aanvulde met nieuwe woorden zoals: 'tunicula minima', wat minirok betekent. Zonder die nieuwe woorden kan het Latijn immers niet langer gebruikt worden als “de universele taal van de Katholieke Kerk”; dat vond ik in een artikeltje van het Genootschap Onze Taal:


Wat denk jij over die poging om het Latijn nieuw leven in te blazen, Heidi?

Ilse zou het zeker niet kunnen vinden met die Linguatronic waar je het over had. Ze heeft het al moeilijk met de GPS-stem. Het mag om te beginnen geen vrouwenstem zijn, maar ook de man uit het bakje moet het nu en dan ontgelden. Vooral als hij tweemaal kort na elkaar “links afslaan” zegt. Dat verdraagt ze niet. “Je hebt dat al gezegd!” snauwt ze het toestel toe. Zou dat een uiting van ergernis zijn die zich vooral richt tegen het protocol van het toestel? Die geeft immers altijd tweemaal dezelfde instructie, maar als de bochten elkaar snel opvolgen dan zorgt dat eigenlijk voor verwarring (en ergernis).

Vele groetjes,



Siebe

2 opmerkingen:

  1. Wel leuk van dat beginnen praten van die kleine.
    Taal begint bij luisteren. Je leert spreken met je oren (lees: dank zij je oren).
    De vraag is dan of alles vanaf nul begint. Zijn we bij de geboorte echt een ongeschreven blad? En wat met de erfelijkheid die via de genen gebeurt. We lijken op onze ouders maar soms nog meer op onze grootouders. Hoever gaat die verwantschap? En in hoever zijn we ook cultureel bepaald? Ik leef in een westerse wereld en gedraag me dus westers. Meer en meer verklaart men gedragingen door terug te gaan naar de oermens om het jacht- en het verzamelinstinct in zijn huidige vormen te verklaren. En dan de verschillen tussen man en vrouw m.b.t. denken en doen en voelen...

    Die stem op de GPS. Ik ben een man en verkies "dus" een vrouwenstem. Alleen in de auto en kilometers moeten rijden ... dan apprecieer je wel dat GPS-gezelschap.

    Latijn in de middeleeuwen ... even westers als het esperanto?

    Tot hier een eerste reactie.

    Papa Jef

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dag Papa,
    Ik dacht al dat het jij was die aan het schrijven was hahahahahahah mooi zeg

    groetjes
    je andere dochter, Veerle

    BeantwoordenVerwijderen