Posts tonen met het label Dasein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dasein. Alle posts tonen

maandag 16 juli 2012

Gent,


Dag Heidi,

Wie veel wil zien, moet een beetje afzien, meid! Kom toch maar snel terug: we missen je.

Ik heb toch even moeten nadenken over die wederkerige relatie tussen taal en Dasein. Taal maakt deel uit van Dasein en Dasein maakt deel uit van taal. Het is niet eenvoudig dat voor je te zien. Of toch?



Ken je de band van Möbius? Deze band heeft slechts één oppervlak. Op het eerste zicht, denk je dat er een boven- en een onderkant is. Misschien kan je de ene kant taal heten en de andere kant Dasein. Maar als je één van de twee kanten volgt, loopt die naadloos over op de andere kant. Dus is er maar één kant, toch? Afhankelijk van hoe je naar de ring kijkt zie je één of twee entiteiten.

En als je een mensje bent dat op de Möbiusband rondloopt dan kan je er nooit af, je weet zelfs niet of je boven of onder bent. Dat stel ik me erbij voor als je schrijft dat je niet buiten het kader kan kijken.
Ik heb eigenlijk wel beelden nodig om me dit soort zaken voor te stellen, dan gaat het beter. Het Vergezicht Stilte kan ik op die manier wel smaken. Net omdat je het zo visueel maakt. Het kader bepaalt het kijken en voegt inderdaad iets toe aan het zicht.

Hier zijn we alweer helemaal gewoon aan het Belgische zomerweer. De Gentse feesten zijn begonnen, maar het ziet er naar uit dat ze dit jaar even uitgeregend zullen worden als vorig jaar. Breng je een beetje zon mee?


Vele kussen,



Siebe

zaterdag 14 juli 2012

Gent,


Dag Heidi,

Morgen zijn Lars en Emma weer thuis: nog één keer uitslapen! Natuurlijk mis ik die twee kleine op-de-meest-onmogelijk-uren-lawaaimakertjes. Fijn dat je de wolken leuk vond. Het schilderwerk in huis is alvast goed gelukt (zegt Ilse).

Het is goed dat we dichter komen bij het doel want we zijn al even onderweg…  Ik denk dat ik begin te begrijpen waar het over gaat (ook omdat ik onze eerste brieven eens opnieuw gelezen heb).

Konden we in het begin al weten dat taal betekenis laat verschijnen? In je eerste brief (blog 23 april 2012) schreef je dat we de wereld kunnen ontdekken in de dagdagelijkse activiteit van Dasein. Taal gebruiken is toch een activiteit van Dasein, dus is het in die zin logisch dat we de wereld moeten kunnen ontdekken in taal? Je schreef: “De betekenis van dat zijn zit in de wereld.” Dus ook in taal?

En Dasein kent taal, want “het wonen in onze linguïstische praktijken ontsluiert de betekenis van woorden”, dat schreef je ook al (blog 5 mei 2012). Dan zou het toch niet zo moeilijk mogen zijn om de betekenis van taal te ontdekken, maar eerlijk, ik zie het nog niet helemaal (en nu denk ik toch weer dat ik er niets van begrijp).

Nog drie dagen…  en je hebt het precies helemaal uitgekiend om tot de laatste minuut je tijd nuttig te besteden. Als de deadline nadert, moet je er inderdaad voor zorgen dat je alles gedaan hebt wat je wou doen.

Succes met de gids (er niet van weglopen, hé!)

Vele groetjes,



Siebe

zondag 17 juni 2012

Naburigheid,


Beste Siebe,

Inderdaad. Het is redelijk ellendig ziek zijn op reis. Hier is zoveel te zien en te doen, ik wil graag ook veel lezen, maar het lukte een week lang helemaal niet om me maar op iets voldoende te concentreren. Uitzieken is lastig: ik wil vanalles doen en het lukt niet. Maar ondertussen ben ik dus aan de beterhand (alleen nog een beetje moe) en ben ik weer aan het schrijven.

Volgens Heidegger zijn ruimte en tijd als parameters veel te dominant in de moderne technische wereld en dit verbergt hoe tijd en ruimte eigenlijk zijn (kaart Naburigheid [40]).

“Von der Zeit läßt sich sagen: die Zeit zeitigt.
Vom Raum läßt sich sagen: der Raum räumt.”

Over tijd kan gezegd worden: tijd tijdt.
Over ruimte kan gezegd worden: ruimte ruimtet.

Weerom een Heidegger-quote die door criticasters zelden geapprecieerd kan worden. We hadden het eerder al over tijd en ruimte (blog 28 april 2012 en blog 30 april 2012). Het ging er toen over hoe tijd en ruimte als een samenhangend geheel van het Dasein beïnvloeden. Hier heeft Heidegger het over het zijn zelf van tijd en ruimte. We zijn gewoon over tijd te denken als iets dat linear voortschrijdt: minuut per minuut en dag per dag. 

Als je ziek bent, krijgen tijd en ruimte toch een andere dimensie. Je ritme wordt door elkaar gegooid: wanneer je normaal werkt en bezig bent, slaap je nu ook. Het lijdt tot ergernis en ergernis over het ergeren. Je staat op vreemde uren op om te eten en medicatie te nemen. Je inschatting van tijd is helemaal in de knoei. Je doolt in gedachten tussen tijd en ruimte. Je wordt wakker en weet niet waar je bent of hoe laat het is. Vooral in het ziek zijn, mis ik thuis: mijn vertrouwde slaapkamer en de gekende route naar toilet en keuken.

Volgens Heidegger beweegt tijd niet: “Die Zeit selbst im Ganzen ihres Wesens bewegt sich nicht, ruht still.” (kaart Naburigheid [32]). Ook ruimte beweegt niet en rust in roerloosheid (kaart Naburigheid [30]).

Maar tijd tijdt en ruimte ruimtet… Waar zit dan de actie die het werkwoord uitdrukt? Tijd tijdt tegelijkertijd: het verleden, het heden en het heden dat ons te wachten staat en anders toekomst heet (kaart Naburigheid [32]). Tijd opent een heden, maakt het zichtbaar en doet het nu verschijnen. Maar tegelijkertijd toont tijd verleden en toekomst. Acties uit het verleden zijn zichtbaar in het heden en zijn de voorbode van de toekomst. Maar in de toekomst kan ook het verleden of het heden duidelijk worden. Tijd is dus niet strikt en lineair opdeelbaar, maar tegelijkertijd verleden, heden en toekomst.

Tijd en ruimte tot metrische parameters herleiden, doet afbreuk aan ruimte en tijd. Tijd als een parameter wordt niet meer dan een opeenvolging van nu’s. Tijd wordt als een worst in 'schelletjes' gesneden, de sneetjes verliezen daardoor hun samenhang en verband, maar ook hun betekenis. Het is zoals de afbeeldingen in een zoötroop.


De aparte afbeeldingen zijn de sneetjes. In de opdeling in beelden verdwijnt de betekenis (blog 20 mei 2012).


De betekenis moet je dan weer proberen toe te voegen. In dit geval door aan het rad te draaien…


… maar eigenlijk krijg je nooit het oorspronkelijke terug.

Morgen reis ik verder. Het was een redelijke krachttoer om mijn reis te herplannen. Ik ben er uiteindelijk in geslaagd om alles twee weken uit te stellen. Ik kom dus ook wat later terug naar België…

Vertel je in je antwoord nog wat over jou? Hoe gaat het daar? Is de vakantie al in zicht? Verlangen Emma en Lars al? En hoe gaat het met Ilse?

Dikke knuffel,



Heidi

zaterdag 26 mei 2012

Ladder,


Hoi Siebe,

Nu en dan kijk ik op internet eventjes naar het weerbericht in België… ik denk dat je nu wel niet mag klagen!

De busreis is beter meegevallen dan verwacht, behalve dan de buschauffeur die zijn roeping als stand-up-comedian had gemist... Op de stopplaatsen onderweg denk ik dat ze jouw toiletpictogrammen goed zouden kunnen gebruiken :-(. Morgen ga ik met de boot naar het eiland Zwijgzaam: een nieuw uitdaging voor mijn maag. Vingers kruisen en papieren zakjes in de aanslag!

Je sollicitant weet natuurlijk wel dat hij gaat solliciteren bij Ikea…  Zouden we zonder titel en zonder tekstballon de onderdelen als stoel herkend hebben?

Ik zou het hebben over ‘das Man’ of ‘het men’, een belangrijk concept uit Heideggers denken. `Het men’ is in dit verband de normale gebruiker van taal (Dreyfus, 152). Normaal mag je hier letterlijk nemen:  ‘het men’ is en bepaalt de norm. Er is nood aan een zekere norm, anders begrijpen we elkaar niet. Mensen willen als vanzelf aan de norm voldoen en maken zich zorgen over hoeveel verschil er is tussen zichzelf en anderen (Sein und Zeit, p. 126). Zich zorgen maken over dat verschil, die afstand, noemt Heidegger afstandelijkheid” (Sein und Zeit, p. 126). Dit gevoeld ervaar ik soms als ik als niet-taalkundige spreek met mensen die dat wel zijn. De stress verhoogt wanneer het onderwerp taal is ;-). Nu geef ik wel een eerder negatief voorbeeld, maar zo ziet Heidegger het niet.

Via socialisatie neemt Dasein de geworpenheid van het men over (Dreyfus, p. 235). Dat Dasein in de wereldgeworpen” is, is één van de kenmerken van Dasein (Sein und Zeit, p. 222). Op die manier raakt Dasein afgesloten van zichzelf, maar gaat het op in de publieke openbaarheid van ‘het men’ (Sein und Zeit, p. 167). Het is noodzakelijk voor het dagdagelijks begrijpen van de wereld dat Dasein de neiging heeft aan publieke norm te willen voldoen.

Om nog eens op woordenboeken terug te komen. Je gaf aan (blog 18 mei 2012) dat woorden veranderen in de loop van de tijd. Dat kan je zowel zeggen voor uitspraak als voor de betekenis van woorden. Dit zou Heideggertijdelijkheid” noemen: het fenomeen dat de socio-culturele achtergrond gradueel evolueert. “This sociocultural background too can change gradually, as does a language, but never all at once and never as the result of the conscious of groups or individuals.” (Dreyfus, p. 161). Taal verandert dus zoals de socio-culturele achtergrond verandert en taal is nooit het resultaat van bewuste keuzes.

Op onze gedeelde taal, de taal die beantwoordt aan de normen van het men, hebben we weinig invloed. Het ontstaat in en door het spreken, dit is nooit bewust. Een woordenboek loopt dus altijd de feiten achterna. Het is enkel een poging om een niet-representeerbare wereld toch te representeren. Dit is wellicht een verklaring waarom Esperanto nooit echt gewerkt heeft en ook waarom computers het zo moeilijk hebben met spraakherkenning, voorlezen en vertalen. Het blijft kunstmatig: het heeft geen betekenis.

Ondertussen al eventjes geleden reed ik mee met een kennis. Hij had net een nieuwe auto en moest uitpakken met de boordcomputer die aangestuurd kon worden via spraakherkenning: de Linguatronic. (Zou Nightrider dan toch werkelijkheid worden?) Daarbij doken een aantal problemen op. Eerst en vooral moest hij zich aan een soort protocol houden om de instructies te kunnen geven. Als je een fout maakt in de volgorde van commando’s slaat het systeem in de knoop. Het grappigste was dit: bij elk woord waar een ‘r’ in kwam, zei de boordcomputer “Radio aan” zei en zette de radio op. Het geluid van de radio zorgde voor nog meer lawaai, waardoor de boordcomputer nog minder begreep wat er moest gebeuren. Die kennis heeft het dan maar opgegeven om de routeplanner op te starten. Gelukkig wist ik zelf waar ik woonde en kon ik dat zelf nog uitleggen ook: ik ben thuis geraakt.

Voor jou zou ik zeggen: ga naar de zee! Als je dat wou doen, dan moet je nu gaan want misschien komt er daarna weer een koudegolf, nietwaar? Ik vrees wel dat heel veel mensen zo denken...

Groetjes,



Heidi

dinsdag 15 mei 2012

Daseinstadt,


Beste Siebe,

Hoe gaat het eigenlijk nog in België? Alles oké met Ilse en de kinderen? Heb je al plannen voor de lange weekends die eraan komen?

Ik ben nogal altijd in Daseinstadt omdat het hier zo interessant is. Er is veel te zien, veel te bezoeken en het is relatief rustig voor een hoofdstad. Ik hou van de vele parkjes en tuinen waar ik mijn boeken lees en blogs naar je schrijf. Dat doe ik meestal ’s morgens, want ‘s middags wordt het te warm. Dan zoek ik de koelte op. Het is dan ideaal om de blogs te typen. Het is altijd wel een beetje spannend omdat de elektriciteit het regelmatig laat afweten. (Zou dat ook met de temperatuur te maken hebben?) Ik moet er dus op letten om tijdig op te slaan. Soms ben ik door die onderbrekingen lang bezig, want iedere keer moet ik me opnieuw aanmelden en het documenten vinden, verder typen, … maar zoals je ziet: het lukt wel.

Verdwijnen en verschijnen worden wel mooi geïllustreerd in het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg. Het gedicht zelf ontstaat door het ‘niet komen van bus’. Het toont dus hoe de busverschijnt’. Maar door daarover na te denken, dwalen de gedachten van de dichter af en verdwijnt het nadenken over het verschijnen. Zo plots als het ‘verschijnenverschijnt, verdwijnt het weer. Je kan het fenomeen niet grijpen en begrijpen. De wereld is niet-representeerbaar en kan niet gecommuniceerd worden, zo is het ook met taal (Dreyfus, p. 221).

Wat ik tot nu toe al geleerd en verteld heb, is dat taal bestaat zoals Dasein. Het is meer dan de som van woorden en interpreteert zichzelf (blog 30 april 2012). De betekenis van taal zit in de wereld. Dasein, wereld en taal zijn met elkaar verbonden (blog 5 mei 2012). Als onderdeel van de wereld is taal 'terhands' (zuhanden) en de woorden zijn 'voorhanden'. Taal kan dus ook een werktuig zijn, het verdwijnt in het gebruik; in het spreken (blog 9 mei 2012).

Volgens Heidegger is er geen diepere betekenis en geen metafysische grond. De enige diepe betekenis is dat er geen diepe betekenis is (Dreyfus, p. 157). Ken je dit stukje uit Black Adder een BBC-reeks?

Black Adder verzint woorden, woorden zonder betekenis, maar we begrijpen door de omstandigheden perfect wat hij bedoelt. Iets vertellen is dus niet zoals het transporteren van een boodschap van het ene subject naar het andere (kaart Daseinstadt [15]). Spreken is niet coderen en decoderen van woorden. Woorden betekenen op zichzelf weinig in een zin. Anders zouden we door de nieuwe woorden niet kunnen begrijpen wat hij bedoelt. Anderzijds zou in omschrijvingen spreken de zaak ook niet eenvoudiger maken…


Iedereen in de scène kent de woorden, eigenlijk moeten ze de woorden niet uitleg-gen door ze te omschrijven. Het is de situatie die voor problemen zorgt. Black Adder had vooraf gezegd dat Baldrick alles mocht gebruiken om het vuur aan te maken…

Door socialisering zijn we vertrouwd met taal. Socialisering wil niet zeggen 'ontcijferen en incorporeren' (Dreyfus, p. 161). Het is voor Heidegger zeker geen 'bewust' proces. Het gebeurt door anderen taal te zien en horen gebruiken en het zelf te leren door het te proberen. Betekenis toont zich in het gebruik van het woord. Naarmate je meer en meer gesocialiseerd raakt in de gewoontes van een gemeenschap krijgen woorden betekenis (Dreyfus, p. 219). Taal bestaat als Dasein en wordt deel van Dasein. Zoals de wereld een deel wordt van Dasein, wordt taal dat ook. Als je een taal spreekt, wordt die taal ‘transparant’. Je merkte terecht op dat als je vertrouwd bent met een taal dat die taal dan verdwijnt, transparant wordt, als je spreekt. Omdat er geen overeenkomsten zijn tussen de woorden en de dingen waar ze naar verwijzen, moet je er dus mee vertrouwd geraken. We zijn dit zo gewoon dat we er niet bij stilstaan. Humor laat taal verschijnen:


Is betekenis wel vatbaar in woorden? “Den Bedeutungen wachsen Worte zu. Nicht aber werden Wörterdinge mit Bedeutungen versehen.” (kaart Daseinstadt [13]). Woorden groeien, volgens Heidegger, naar betekenis toe en niet omgekeerd. Het is niet zo dat woord(ding)en van betekenissen worden voorzien. Dit is vervelend want hoe kan je taal dan bestuderen? Wat is dan de ‘grond’? De ultieme grond is gewoon gedeelde praktijk, de socio-culturele achtergrond die bovendien steeds verandert.

Ik ben blij dat ik het in mijn brieven ondertussen meer over taal kan hebben en minder over de algemenere concepten van Heidegger, zo wordt het toch concreter voor jou?

Kussen,



Heidi

woensdag 9 mei 2012

Daseinstadt,


Hoi Siebe,

Voorlopig geen gezondheidsklachten en ik beloof je dat ik op mijn hoede ben voor oplichters!

Het vergezicht van Figuurlijk is ietwat tegengevallen. Dikke mist versperde het zicht… grrr! Het was zo erg dat de kabelbaan niet open was omdat ze toch geen toeristen verwachtten. Ondertussen ben ik terug in Daseinstadt. Misschien ga ik nog eens terug naar Figuurlijk. Uiteindelijk ben ik hier nog tot eind juni. Ik maak er nu werk van Daseinstadt grondiger te bezoeken. Sympathieke taxichauffeurs die me al dan niet per ongeluk op de verkeerde plek brengen, zorgen wel voor een extra dimensie aan mijn verkenning.

Vroeger had ik ook altijd de indruk dat filosofen zo grootsprakerig doen. Door er meer mee bezig te zijn, denk ik er eigenlijk niet meer zo over. Zeker als het over Heidegger gaat. Eigenlijk probeert Heidegger net ‘voet aan de grond’ te krijgen door in het alledaagse betekenis te vinden. De essentie hier is de taal. Je vraagt me om 'mensentaal' te gebruiken om het uit te leggen. Heidegger stelde dat hij een nieuwe taal nodig had om zijn inzichten wereldkundig te maken. Dat is ook wat hij gedaan heeft. Als je dus Heidegger wil begrijpen, moet je zijn nieuwe taal leren voor je kan begrijpen wat hij bedoelt. “Nur wer schon versteht kann zuhören,” schrijft Heidegger (kaart Daseinstadt [1]). Ik denk dat dit voor elke taal geldt, ook voor de taal die Heidegger zelf gebruikte en vormgaf. Je moet het al kunnen begrijpen voor je kan horen wat er gezegd wordt.

Taal als totaliteit van woorden is een deel van de wereld, een soort wereld binnen de wereld. Maar een wereld die niet los te maken is van de wereld. Taal heeft in die betekenis zijn wortels in de wereld en weerspiegelt de structuur van de wereld.
Heidegger noemt taal een “innerweltlich Seiendes” en zegt erover dat het “Zuhanden” is (kaart Daseinstadt [11]). Taal is 'terhands', het is beschikbaar om direct te gebruiken. Het is zoals je fiets klaarstaat in de gang en als je ergens heen wil, dan neem je die gewoon.

Heidegger bespreekt werktuigen en is erdoor gefascineerd dat werktuigen verdwijnen tijdens het gebruik. Je vergeet de eigenschappen van je fiets; dat die wielen heeft en zo. Je fietst gewoon. Je bent op de een of andere manier één met je fiets, je beseft niet dat je fietst. Zo ook met taal. Je gebruikt de taal die je geleerd hebt en je weet zelfs niet hoe je die geleerd hebt. Je hoort nooit de geluiden of de klanken zelf, maar je begrijpt direct de woorden en de zinnen (kaart Daseinstadt [2] en [3]). Het is pas als er iets mis is met het werktuig dat je het werktuig in al zijn aspecten en onderdelen kan zien. Als je een lekke band rijdt en die band vervangt, dan weet je weer dat die band aan je fiets zit. In die zin verschijnt je fiets als hij gestolen is. Als je fiets gestolen is, besef je wat die fiets eigenlijk betekent, want nu moet je met de bus en dus wachten op die bus en dan moet je sowieso nog een stuk te voet en een nieuwe fiets gaan kopen en die fiets loopt dan niet zo goed als de fiets die je gisteren nog had … De bus is op dat moment 'vorhanden'. Je gebruikt de bus om toch thuis te geraken. Een werktuig kan 'terhands' zijn (fiets in de gang), maar ook voorhanden.

Taal ook. Taal is 'zuhanden' (zoals je fiets in de gang), maar de woorden kunnen ook voorhanden zijn: “Die Sprache kann zerschlagen werden in vorhandene Wörterdinge,” (kaart Daseinstadt [12]), schrijft Heidegger. Taal kan in stukjes gehakt worden en de woord(ding)en kan je gebruiken. Zoals eender welk werktuig kan taal opeens verschijnen. Je kan niet op een woord komen en je beseft dat je taal aan het gebruiken bent, maar je gebruikt een ander woord of een omschrijving. Dasein heeft taal (kaart Daseinstadt [10]) en gebruikt taal als een tool, als werktuig (Dreyfus, p. 221).

Ik ben er helemaal nog niet uit hoe Heidegger taal ziet, ik heb ook het gevoel dat mijn zoektocht nog maar net begonnen is. In Sein und Zeit schrijft Heidegger dat het filosofisch onderzoek een keer zal moeten besluiten “welche Seinsart der Sprache überhaupt zukommt” (kaart Daseinstadt [9]). Hij vraagt zich dus af wat voor een zijnde taal is.

Het is een geruststelling dat Heidegger het toen ook nog niet wist. Zo Siebe, dit heb ik de laatste dagen geleerd. Ondertussen maak ik nieuwe plannen voor mijn reis.

Vele groetjes,



Heidi

zaterdag 5 mei 2012

Subjectia,


Lieve Siebe,

Een stakingetje meer of minder houdt een wereldreiziger als ik niet tegen! Hoe is het daar in België? In het al warm aan het worden? Hier is het alvast aangenaam warm: een vlotte 28° C.
Je hoort mij niet klagen. Alles goed met Emma en Lars? Nog geen crècheziektes opgedaan?
In alle eerlijkheid, Siebe, de boeken die me op deze reis vergezellen, kan ik ook geen uren aan één stuk aan! Ik lees een paar uur per dag en probeer daarna de inhoud te verwerken. ‘Er een nachtje over slapen’ is mijn meest favoriete volkswijsheid. Bovendien, vond ik op internet, schijnt het wetenschappelijk onderbouwd te zijn: “The most surprising finding of our study was that sleep, relative to an equal-length wake interval, benefited performance on the novel, ‘transfer’ integration problems without affecting performance on the basic, trained problems” (Scullin in: Science News, 2011). Volledig uitgeslapen beantwoord ik je vragen…

Betekenis! Goed gezien: daar gaat het over. Het is net betekenis die oorspronkelijker is dan de tweedeling subject-object of figuurlijk-letterlijk. Het is dus niet het één of het ander en er is geen derde hond nodig (die met het been kan gaan lopen). Het is voor jou zo vanzelfsprekend dat het of figuurlijk of letterlijk moet zijn dat je die vraag stelt. Door die vraag te stellen, laat je zien dat je uitgaat van die veronderstelde tweedeling. Het is een veronderstelling die je met de paplepel ingelepeld kreeg. Ik herinner me wel dat we in de lagere school uitdrukkingen als ‘op school zijn’ ongelofelijk grappig vonden. Want we waren uiteraard niet ‘op’ school. Stel je voor dat je op het dak zou les krijgen? En omdat onze school een plat dak had, was dat eigenlijk nog niet zo’n onnozel plan.

Weet je nog dat ik schreef dat de betekenis van het zijn in de wereld zit? Welnu, zoals de betekenis van het zijn zelf, ligt de betekenis van taal in de wereld; meer bepaald in de gedeeldheid van de wereld. Delen heeft hier de betekenis van samen gebruiken, niet verdelen. Dreyfus legt uit dat zodra iemand gesocialiseerd is in de gebruiken van een gemeenschap, dat de woorden dan pas betekenisvol worden. “Only dwelling in our linguistic practices reveals their [words] sense.” (Dreyfus, p. 219, mijn toevoeging) Of: alleen het wonen in onze linguïstische praktijken ontsluiert de betekenis van woorden. Je moet de taal leren kennen om de woorden te kunnen begrijpen. Maar herinner je dat taal meer is dan de som van de woorden.

Heb je opgemerkt dat ‘wonen’ opnieuw opduikt? Ik had het al over wonen in de oorspronkelijke betekenis van ‘in’. “When we inhabit something, it is no longer an object for us but becomes part of us and pervades our relation to other objects in the world.” (Dreyfus, p. 45) Wat Dreyfus hier interpreteert uit Heideggers Sein und Zeit is opmerkelijk. De taal wordt dus deel van ons en doordringt onze relaties met andere objecten in de wereld. Dit lijkt erg op de verhouding van de wereld en Dasein, waar ik het al over had. Dreyfus stelt dat de basismanier van Daseins in-de-wereld-zijn, ‘wonen’ is (Dreyfus, p. 45) en dat taal Daseins zelfinterpreterend in-de-wereld-zijn, reflecteert (Dreyfus, p. 218). Zoals ik al stelde: taal bestaat zoals Dasein bestaat.

Dasein en wereld komen niet ‘naast elkaar’ voor (Heidegger, Sein und Zeit, p. 55), ook taal niet. Ze zijn alle drie met elkaar verbonden. Volgens Dreyfus is het pas in Heideggers later werk dat hij echt op zoek gaat naar het zijn van taal (Dreyfus, p. 220). Eén van Heideggers concepten is  ‘taal als huis van het zijn’. Op mijn leeslijstje staat nog Unterwegs zur Sprache, een werk dat Heidegger publiceerde in 1959.

Tussen haakjes: weet je waar ik me op betrap? Als ik niet weet welk werkwoord te gebruiken om iets uit te leggen, gebruik ik  ‘is’. Soms is een leeg begrip best wel handig. Van een nadeel moet je dan maar een voordeel maken nietwaar?

Het alleen reizen valt goed mee. Ik kan mijn eigen zin doen, mijn eigen dag indelen, lezen als ik zin hebt om te lezen, iets gaan bezoeken als ik daar zin in heb.

Hier in Subjectia hangt er wel een speciale sfeer. Als ik alleen rondloop, word ik heel vaak lastiggevallen. Ik vrees dat die reisverhalen waar je het over had, niet overdreven zijn. Ze bekijken me precies als een wandelende portefeuille, het is onvoorstelbaar waar ze me allemaal willen mee opzadelen. Aan menselijk contact is hier geen gebrek; integendeel. Als ‘ontmoetingen’ zou ik dat contact nu ook niet omschrijven. Mensen zijn bezig met overleven, Siebe, het gezicht van de armoede is onvoorstelbaar schrijnend.

Vele groetjes,



Heidi

woensdag 2 mei 2012

Gent,


Beste Heidi,

Onlangs las ik dat er gestaakt werd door treinbestuurders. Ze wilden dezelfde werkcondities als de collega’s in andere steden; daar valt natuurlijk iets voor te zeggen. Ik hoop dat je daar op Dasein niet hetzelfde meemaakt! Nu lijkt het me wel niet evident zo’n job als treinbestuurder. Echt stabiele uren zullen die mensen ook wel niet hebben en ze kunnen niet met de trein naar het werk, want er rijden nog geen treinen als zij nog niet aan het werk zijn.

Nu moet ik wel eerlijk zijn. Echt elke dag van negen tot vijf werken, lijkt me nu ook weer niets. Ik ben blij dat ik jaarlijks een vast programma heb, daar organiseer ik me dan op. Volledige flexibiliteit zou ik niet lang volhouden, denk ik. Misschien daarom dat ik hou van een aantal rituelen. ’s Morgens met een halve slaapkop altijd dezelfde handelingen doen; het schept ritme en rust. Maar geen tijd om te denken, daar is die slaapkop nog niet mee bezig! Het zal je niet verwonderen dat ik je brieven ’s avonds beantwoord.

‘Dasein’ begrijp ik het best als ik erover denk als een persoon. Dat heb je goed ingeschat. Het voorbeeld over taal kan ik wel volgen. Ik vind het best wel interessant terug te gaan naar de oorspronkelijke betekenissen van woorden, om na te gaan waar woorden vandaan komen. Dat taal meer is dan de som van woorden, lijkt me evident. Een woord of een zin kan in verschillende omstandigheden iets helemaal anders betekenen. Ik neem aan dat je daarop doelt.

Ik vind het niet eenvoudig te begrijpen dat taal zichzelf interpreteert. Ik zie wel in dat woorden evolueren in het gebruik van die woorden doorheen de tijd. Daardoor kan hun betekenis dan een ander wending krijgen, een andere interpretatie.

Noch letterlijk, noch figuurlijk? Maar wat is het dan wel? Het is toch het één of het ander? Of is er een dan derde mogelijkheid? Hoe kan dat dan?

Alleen reizen lijkt me een uitdaging. Valt het een beetje mee? Je bent nu al eventjes op weg. Lukt het je om met verschillende mensen contact te houden? Heb je al enkele mensen ontmoet op je reis? Hou me op de hoogte.

Groetjes,



Siebe

maandag 30 april 2012

Daseinstadt,


Hoi Siebe,

Ritme en routine zitten er voor mij niet in voorlopig. Iedere dag is totaal anders als je reist. Ik leer tijd anders te appreciëren, want het reizen doet wel iets met mijn tijdsbeleving. Je wijst me er terecht op dat reizen ontspannend en inspirerend kan zijn. Bij elke vertraging en bij elk wachten probeer ik die tijd te interpreteren als gewonnen tijd. Tijd waarin je misschien dit en dat niet kan doen, maar wel de mogelijkheid biedt om dan maar iets anders te doen; te observeren of te denken. Vaak heb ik het gevoel teveel te denken en te overdenken en nog eens in gedachten door te lopen wat ik wil gaan doen. Maar tijd die je niet kan besteden om dit of dat te doen, kan je altijd gebruiken om te denken… Als ik ’s morgens te vroeg wakker word, probeer ik me ervan te overtuigen dat dit me extra tijd geeft om te denken; om eens rustig te denken…

Op internet vond ik op de website www.ishs.hu (International Society for Hermeneutics and Science) het artikel Einstein’s time in Heidegger's context. Het is dus niet zo gek het begrip tijd bij beide intelligentsia te vergelijken. Volgens mij gaat het er voor Einstein over dat hij een wiskundige formule vond die tijd en ruimte verbindt. Heidegger is niet zozeer geïnteresseerd in de verhouding tussen tijd als ruimte. Hij stelt dat Dasein zowel beïnvloed wordt door tijd en ruimte. Het gaat dus niet over de relatie tussen tijd en ruimte, maar wel over de relatie tussen enerzijds Dasein en anderzijds tijd en ruimte. Tijd en ruimte worden hier in één adem genoemd om aan te tonen dat het geheel van tijd en ruimte een invloed heeft, niet om het onderscheid ertussen aan te tonen. Als je een tijdsaanduiding als een plaatsaanduiding ziet, kan je waarschijnlijk deze tweedeling overstijgen. Je gaat immers op zoek naar wat aan de grondslag van beide ligt, namelijk de aanduiding.

Ik denk dat je volgens Heidegger niet kan weten wie je bent. ‘Wie’ definiëren is onmogelijk omdat je niet weet welke invloeden je ondergaan hebt. Er is geen strikte scheiding tussen Dasein en de wereld van Dasein. De wereld is door Dasein gesocialiseerd te hebben, een deel van Dasein geworden en Dasein is een deel van de wereld. Het klopt dat het zelfbewustzijn van jezelf daardoor vervaagd is. De keuzes die Dasein maakt, worden door het in-de-wereld-zijn van Dasein beïnvloed. Ze zijn dus nooit helemaal vrij; ook als Dasein denkt dat het om een vrije keuze gaat. Wat Heidegger over “durf denken” zou zeggen, daar moet ik nog eens over nadenken. Ik probeer eerst in te gaan op je andere vragen.

Er is niet alleen menselijk Dasein. Ik vertrok vandaar in mijn vorige brief omdat ik ervan uitging dat die invalshoek het voor jou meest aanschouwelijk zou zijn. Zelf kan ik me daar het meest bij voorstellen.

Heidegger heeft het over andere vormen van Dasein. Een Dasein is een zijnde dat zijn eigen zijn begrijpt. “Dasein versteht sich in irgendeiner Weise und Ausdrücklichkeit in seinem Sein.” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 12). We moeten op zoek naar zaken die zichzelf verstaan in het eigen zijn. Heidegger geeft dit genuanceerd weer door te stellen dat dit “op één of andere wijze en meer of minder nadrukkelijk” is. Culturen en wetenschappen bestaan op dezelfde manier als Dasein. Hun activiteiten bevatten ook een interpretatie van wat het is een cultuur of een wetenschap te zijn (Dreyfus, p. 15).

Ook taal is een Dasein. Taal is meer dan de totaliteit of de som van woorden. Taal bestaat, net zoals Dasein bestaat (Dreyfus, p. 15). Ze hebben dezelfde structuur (Dreyfus, p. 218). Taal als Dasein is het zijn van de taal en de zelfinterpretatie van de taal door de taal.

Ik geef hieronder een voorbeeld van hoe, volgens Heidegger, taal zichzelf interpreteert. Dit voorbeeld kan je vergelijken met het overstijgen van het onderscheid subject-object. Het gaat over ‘in’. Heidegger stelt zich de vraag wat ‘in’ in ‘in-zijn’ wil zeggen. Hij heeft het dan over in-de-wereld-zijn. Heidegger heeft het bijvoorbeeld over water in een glas: “Wir meinen mit dem »in« das Seinsverhältnis zweier »im« Raum ausgedehnter Seienden zueinander in bezug auf ihren Ort in diesem Raum.” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Of vertaald: “Met het ‘in’ doelen we op de onderlinge zijnsverhouding van twee zijnden [water en glas] met een bepaalde uitgebreidheid ‘in’ de ruimte en met betrekking tot hun plaats in die ruimte.” (Heidegger, Zijn en tijd, p. 81). We kunnen dit de letterlijke of objectieve betekenis van ‘in’ noemen.

Volgens Heidegger is ‘in-de-wereld-zijn’ een andere manier van zijn, het gaat niet zomaar over letterlijk in de wereld zijn. “»in« stammt von innan-, wohnen, habitare, sich aufhalten;” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Het gaat dus over meer dan letterlijk op een plaats en in een bepaalde tijd zijn. Het gaat eveneens over de band met die plaats en die tijd; eerder ‘thuis’ dan ‘in huis’.

Dasein is steeds in-de-wereld-zijn (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Volgens Heidegger is deze betekenis van ‘in’ (vb. thuis) oorspronkelijker dan wat ik daarnet de letterlijke betekenis (vb. in huis) noemde. Is ‘in’ als in het voorbeeld ‘thuis’ dan figuurlijk? Ik denk het niet. Dreyfus stelt het zo: “Heidegger wants us to see that at an early stage of language the distinction metaphorical/literal has not yet emerged.” (Dreyfus, p. 42)

Een bezoek aan de het vergezicht van Figuurlijk staat inderdaad op mijn verlanglijstje. Ik beloof je erover te schrijven. Over opdringerige verkopers heb ik al heel wat gelezen in reisverhalen. Ik hoop inderdaad dat ik daar enigszins van gespaard blijf. Blijkbaar is het geen voordeel als vrouw alleen te reizen; jammer maar helaas…

Dikke kussen,



Heidi

zaterdag 28 april 2012

Gent,


Dag Heidi,

Ilse is weer aan het werk. Ze heeft het nu moeilijker om zich weer aan te passen aan het werkritme dan na de bevalling van Lars. Zelf heb ik daar weinig moeite mee. Het is ongelofelijk hoe snel ik wen aan de nieuwe routine. Ik hou ervan dat alles opnieuw zijn ritme vindt. Dat zal wel de aard van het beestje zijn, gecombineerd met een zekere beroepsmisvorming.

Richting het Objectgebergte, zeg je? Dat is pas de wijde wereld in! Ik veronderstel dat Figuurlijk ook op je programma staat? Daarover moet je me zeker je indrukken beschrijven. “Bestemming: Beter” is één van de slogans van onze spoorwegen tegenwoordig. Als er niet teveel toestanden zijn met aangevroren wissels, bladeren op de sporen, geknakte bovenleidingen, … is het reizen met de trein in mijn beleving erg ontspannend en inspirerend.

Als ik je goed begrijp is onze manier van interpreteren en denken dus in zekere zin relatief; relatief in tijd en ruimte? Dat doet me aan Einstein denken. Einstein verbindt ook tijd en ruimte.

Terwijl een plaatsbepaling drie coördinaten veronderstelt, wordt tijd toch beschouwd als een vierde dimensie? In verschillende opzichten liggen tijd en ruimte eerder in elkaars verlengde. Onlangs ging ik naar een tentoonstelling van het Liber Floridus: een middeleeuws handschrift; een encyclopedie eigenlijk. Daarin staan verschillende kaarten die de wereld en de kosmos weergeven. Het viel me op dat vele van die kaarten uit verschillende sferen bestaan en dat tijd daar vaak ook in één van die cirkels wordt afgebeeld. Meestal is dat in de vorm van afbeeldingen van maanstanden.


Als je naar de kern van de zaak gaat, is tijd in feite ook een plaatsaanduiding. Want je tijd wordt bepaald door je plaats op de aarde ten opzichte van de zon.

Je vertelt dat Dasein zich niet bewust is van de invloeden van de omgeving. Dasein is dan als het ware voorgeprogrammeerd door socialisering. Wil dat dan zeggen dat je niet kan weten wie je bent? Of gaat het er eerder over dat je beïnvloed wordt door je omgeving, bijvoorbeeld door reclame of groepsdruk en dat je je daardoor niet bewust bent van het feit dat je beïnvloed bent? Dat je soms denkt dat je een vrije keuze maakt, maar dat dat in feite niet zo is?

Je beschrijft de menselijke manier van Dasein. Zijn er dan ook andere Daseinen? Ik kijk uit naar je voorbeeld.

Van “ik denk, dus ik ben” wordt brandhout gemaakt? Zowel het denken als het zijn in deze uitspraak worden waarschijnlijk geproblematiseerd door Heidegger. Bewust denken, trekt hij in vraag, dus kan je daar ook niets uit afleiden, gaat het zo? Descartes ziet in het denken een oplossing voor zijn twijfel, maar Heidegger stelt dat dat denken een misinterpretatie kan zijn? En sowieso is ‘ik ben’ een probleem omdat zijn een ‘hol’ begrip is. Zoiets? Wat zou Heidegger dan doen met Kants “durf denken”?

Van ‘hol’ gesproken ik hoop dat de slogan “Bestemming: Beter” voor jou zeker niet hol is en liever meer betekent dan een slogan. En laat die souvenirs maar achterwege… ik hoop dat je aan de verkopers op de toeristische plekken in het Objectgebergte kan ontsnappen. Dat schijnt daar geen sinecure te zijn.

Vele groeten,



Siebe
Daseinstadt,


Dag Siebe,

Fijn dat de crèche meevalt voor je dochter. Ilse is ondertussen weer aan het werk neem ik aan? Wat die ziektekiemen betreft, hadden jullie misschien zelf beter een ander beroep gekozen? Beiden in het onderwijs gaan, is het sowieso wel een beetje zoeken, vind ik.

Hier in Dasein heb ik al een vaste stek gevonden om mijn mails te kunnen checken. Zolang ik hier blijf zal dat geen probleem zijn. Binnenkort reis ik wel door naar het Objectgebergte. Ik heb alvast een plaatsje op de trein geboekt. Ik neem me voor om van de gelegenheid gebruik te maken om Subjectia te verkennen. Waar ik echt naartoe wil, weet ik nog niet. Maar we reizen om te leren; misschien geldt dat ook voor de bestemming.

Bij veel zaken die ik nu lees, maak ik me ook de bedenking dat ik er nooit echt bij stilstond. Veel is vanzelfsprekend, tot je er begint op door te denken. De ‘da’ in Dasein, kan je net als ‘sein’ vrij letterlijk vertalen naar het Nederlands, namelijk als ‘er’. Het kan zowel ‘hier’ als ‘daar’ betekenen (Heidegger, Sein und Zeit, p. 133). ‘Erzijn’ of ‘ergens zijn’ hangt samen met een bepaalde plaats en een bepaalde tijd. Het betekent redelijk letterlijk ér zijn zoals in ‘deel uitmaken van’. De menselijke manier van Dasein is de mens met zijn mentale toestand op een bepaalde plaats en in een bepaalde tijd. Dasein is zich eigenlijk niet bewust van het plaatselijke en het tijdelijke van zijn bestaan. Dat komt omdat Dasein gesocialiseerd is. Dasein heeft zich de cultuur van een bepaalde context (in ruimte en tijd) eigen gemaakt. Het is net dat socialiseringsproces dat ervoor gezorgd heeft dat Dasein de wereld als vanzelfsprekend ervaart.

Dasein is meer dan een zijn, het is ook de eigen interpretatie van het eigen zijn. Heidegger schrijft: “Das Dasein versteht sich selbst immer aus seiner Existenz” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 12). Dasein begrijpt zichzelf vanuit zijn bestaan. Maar omdat Dasein de wereld als vanzelfsprekend ervaart, is het goed mogelijk dat Dasein zichzelf misinterpreteert…

Volgens Heidegger is deze interpretatie geen bewuste aangelegenheid. Dreyfus stelt dat veel auteurs die fout maakten (Dreyfus, p. 13). Volgens Dreyfus ontkent Heidegger niet dat we soms onszelf ervaren als een bewust subject. Maar dat is eerder een afgeleide van een meer fundamentele manier van in-de-wereld-zijn (Dreyfus, p. 5). De manier van in-de-wereld-zijn overstijgt de klassieke tweedeling subject-object. Heidegger stelt in vraag dat ervaring gebaseerd moet zijn op de relatie tussen een zelfbewust subject (het innerlijke) en een onafhankelijk object (het uiterlijke). (Dreyfus, p. 5)

Het is interessant, Siebe, dat je je de vraag stelt ‘wie’ dan ‘wat’ ontdekt. Volgens Heidegger is het net onmogelijk ‘wie’ of ‘wat’ te definiëren omdat we door in-de-wereld te zijn geen weet hebben van de onderliggende overwegingen die ons denken beïnvloeden. Omdat die overwegingen voor ons vanzelfsprekend zijn. In het interpreteren is Dasein er zich niet van bewust dat zijn interpreteren beïnvloed is door zijn in-de-wereld-zijn.

Het is inderdaad in de dagdagelijkse activiteiten, in het handelen, zo je wil, dat de wereld ontdekt kan worden. De betekenis van het handelen zit al in-de-wereld. Je vraag of je door te beseffen dat je in-de-wereld bent, het waarom van het zijn kan begrijpen, is hier niet aan de orde. Heidegger stelt in vraag of je wel tot een echt besef van bestaan kan komen. De onderliggende invloeden zijn moeilijk te grijpen. Daarmee gaat hij in tegen het credo van Descartes: “Je pense, donc je suis”.

In een volgende brief probeer ik een goed voorbeeld te vinden om dit te illustreren. De treinreis naar Subjectia leent zich er waarschijnlijk toe. Ik hoop je zo te blijven boeien. En je hebt zeker gelijk: de woordkeuze van Heidegger kan hier en daar wel poëtisch zijn…

In Dasein is het aangenaam vertoeven. Het gehalte Eau de Dasein valt best mee. Als je het niet erg vindt, breng ik je er toch maar geen souvenirverpakking van mee.


Tschüss!



Heidi

woensdag 25 april 2012

Gent,


Beste Heidi,

Hier is alles in orde! Ik denk dat Emma de crèche geweldig vond. Mij was ze in ieder geval direct vergeten. Ze loopt zo graag mee met grote broer. Nu maar hopen dat ze niet even vaak ziek wordt; ook al wordt ze daar zogezegd sterker van.

Goed voor jou dat je eindelijk kon vertrekken. Ik begon er al voor te vrezen dat het er niet meer van zou komen. Er bleef toch maar altijd iets tussenkomen! Zoals beloofd wil ik je pennenvriend voor onderweg zijn. Ik hoop dat je overal waar je komt even gemakkelijk toegang tot het internet vindt. Dat zien we dan wel. Ik hou onze blog in de gaten, maar ik hou het digitaal. Brieven in plastiekmapjes bewaren zal er niet bij zijn. Je zal het met me eens zijn dat dat niet meer van deze tijd is. Fijn dat je vertrokken bent, ik hoop dat je reis je brengt waar je wil komen!

De vraag naar de betekenis of de zin van ‘zijn’ lijkt me inderdaad niet in één-twee-drie op te lossen. Eigenlijk heb ik daar nog nooit echt bij stil gestaan. Maar misschien moet je me toch beter proberen uitleggen wat ik me bij ‘Dasein’ moet voorstellen. Het ‘sein’ in ‘Dasein’ zal zich wel als ‘zijn’ laten vertalen in het Nederlands. Wat is dan precies ‘da’? (Nu heb ik ook weer ‘is’ gebruikt …)

De wereld wordt ontdekt in de dagdagelijkse activiteiten van het in-de-wereld-zijn. Wie ontdekt dan wat? Begrijp ik het goed dat doordat je in de wereld bent, dat je het ‘zijn’ ontdekt, dat je ‘er bent’? Is het dan zo dat je ontdekt wie je bent door te zijn? Wacht, nee, je schrijft: “In de activiteit wordt duidelijk hoe het zijn is.” Dus je moet niet enkel (aanwezig) zijn maar handelen om te ontdekken wie je bent.

Dat de betekenis van dat zijn in de wereld zit, lijkt me het omgekeerde van wat erboven staat. Je bekijkt het dan van de andere kant. Door te beseffen dat je in de wereld bent, begrijp je het waarom. Bedoel je dat?

Aan mijn vragen kan je wellicht afleiden of ik me iets kan voorstellen bij wat je schrijft. Ook al moet ik je brief een paar keer lezen, het boeit me wel. Ondertussen hult de wereld zich hier in duisternis: ik ga slapen. (Ik vind die woordkeuze van Heidegger op het eerste zicht wel fantastisch!)

Ondertussen ben je wel al in Dasein aangekomen. Hoe is het daar? Hopelijk is het geen overdosis aan Eau de Dasein. Vroeger kreeg mijn moeder elk jaar voor haar Nieuwjaar een flesje 4711 van haar schoonmoeder. Toen waren er nog zekerheden: bobonne was er van overtuigd dat ze iets kostbaars cadeau gaf; mijn moeder kwaad want die flesjes geraakten niet op en bovendien vond ze dat dat stonk; wij maar gniffelen…

Wat het Duits spreken betreft, Heidi, durf spreken! Ik merk ook bij veel van mijn cursisten dat ze het moeilijk hebben om die drempel over te geraken; het zal iets menselijks zijn zeker?

Tschüss!



Siebe