Posts tonen met het label achtergrond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label achtergrond. Alle posts tonen

zaterdag 26 mei 2012

Ladder,


Hoi Siebe,

Nu en dan kijk ik op internet eventjes naar het weerbericht in België… ik denk dat je nu wel niet mag klagen!

De busreis is beter meegevallen dan verwacht, behalve dan de buschauffeur die zijn roeping als stand-up-comedian had gemist... Op de stopplaatsen onderweg denk ik dat ze jouw toiletpictogrammen goed zouden kunnen gebruiken :-(. Morgen ga ik met de boot naar het eiland Zwijgzaam: een nieuw uitdaging voor mijn maag. Vingers kruisen en papieren zakjes in de aanslag!

Je sollicitant weet natuurlijk wel dat hij gaat solliciteren bij Ikea…  Zouden we zonder titel en zonder tekstballon de onderdelen als stoel herkend hebben?

Ik zou het hebben over ‘das Man’ of ‘het men’, een belangrijk concept uit Heideggers denken. `Het men’ is in dit verband de normale gebruiker van taal (Dreyfus, 152). Normaal mag je hier letterlijk nemen:  ‘het men’ is en bepaalt de norm. Er is nood aan een zekere norm, anders begrijpen we elkaar niet. Mensen willen als vanzelf aan de norm voldoen en maken zich zorgen over hoeveel verschil er is tussen zichzelf en anderen (Sein und Zeit, p. 126). Zich zorgen maken over dat verschil, die afstand, noemt Heidegger afstandelijkheid” (Sein und Zeit, p. 126). Dit gevoeld ervaar ik soms als ik als niet-taalkundige spreek met mensen die dat wel zijn. De stress verhoogt wanneer het onderwerp taal is ;-). Nu geef ik wel een eerder negatief voorbeeld, maar zo ziet Heidegger het niet.

Via socialisatie neemt Dasein de geworpenheid van het men over (Dreyfus, p. 235). Dat Dasein in de wereldgeworpen” is, is één van de kenmerken van Dasein (Sein und Zeit, p. 222). Op die manier raakt Dasein afgesloten van zichzelf, maar gaat het op in de publieke openbaarheid van ‘het men’ (Sein und Zeit, p. 167). Het is noodzakelijk voor het dagdagelijks begrijpen van de wereld dat Dasein de neiging heeft aan publieke norm te willen voldoen.

Om nog eens op woordenboeken terug te komen. Je gaf aan (blog 18 mei 2012) dat woorden veranderen in de loop van de tijd. Dat kan je zowel zeggen voor uitspraak als voor de betekenis van woorden. Dit zou Heideggertijdelijkheid” noemen: het fenomeen dat de socio-culturele achtergrond gradueel evolueert. “This sociocultural background too can change gradually, as does a language, but never all at once and never as the result of the conscious of groups or individuals.” (Dreyfus, p. 161). Taal verandert dus zoals de socio-culturele achtergrond verandert en taal is nooit het resultaat van bewuste keuzes.

Op onze gedeelde taal, de taal die beantwoordt aan de normen van het men, hebben we weinig invloed. Het ontstaat in en door het spreken, dit is nooit bewust. Een woordenboek loopt dus altijd de feiten achterna. Het is enkel een poging om een niet-representeerbare wereld toch te representeren. Dit is wellicht een verklaring waarom Esperanto nooit echt gewerkt heeft en ook waarom computers het zo moeilijk hebben met spraakherkenning, voorlezen en vertalen. Het blijft kunstmatig: het heeft geen betekenis.

Ondertussen al eventjes geleden reed ik mee met een kennis. Hij had net een nieuwe auto en moest uitpakken met de boordcomputer die aangestuurd kon worden via spraakherkenning: de Linguatronic. (Zou Nightrider dan toch werkelijkheid worden?) Daarbij doken een aantal problemen op. Eerst en vooral moest hij zich aan een soort protocol houden om de instructies te kunnen geven. Als je een fout maakt in de volgorde van commando’s slaat het systeem in de knoop. Het grappigste was dit: bij elk woord waar een ‘r’ in kwam, zei de boordcomputer “Radio aan” zei en zette de radio op. Het geluid van de radio zorgde voor nog meer lawaai, waardoor de boordcomputer nog minder begreep wat er moest gebeuren. Die kennis heeft het dan maar opgegeven om de routeplanner op te starten. Gelukkig wist ik zelf waar ik woonde en kon ik dat zelf nog uitleggen ook: ik ben thuis geraakt.

Voor jou zou ik zeggen: ga naar de zee! Als je dat wou doen, dan moet je nu gaan want misschien komt er daarna weer een koudegolf, nietwaar? Ik vrees wel dat heel veel mensen zo denken...

Groetjes,



Heidi

dinsdag 15 mei 2012

Daseinstadt,


Beste Siebe,

Hoe gaat het eigenlijk nog in België? Alles oké met Ilse en de kinderen? Heb je al plannen voor de lange weekends die eraan komen?

Ik ben nogal altijd in Daseinstadt omdat het hier zo interessant is. Er is veel te zien, veel te bezoeken en het is relatief rustig voor een hoofdstad. Ik hou van de vele parkjes en tuinen waar ik mijn boeken lees en blogs naar je schrijf. Dat doe ik meestal ’s morgens, want ‘s middags wordt het te warm. Dan zoek ik de koelte op. Het is dan ideaal om de blogs te typen. Het is altijd wel een beetje spannend omdat de elektriciteit het regelmatig laat afweten. (Zou dat ook met de temperatuur te maken hebben?) Ik moet er dus op letten om tijdig op te slaan. Soms ben ik door die onderbrekingen lang bezig, want iedere keer moet ik me opnieuw aanmelden en het documenten vinden, verder typen, … maar zoals je ziet: het lukt wel.

Verdwijnen en verschijnen worden wel mooi geïllustreerd in het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg. Het gedicht zelf ontstaat door het ‘niet komen van bus’. Het toont dus hoe de busverschijnt’. Maar door daarover na te denken, dwalen de gedachten van de dichter af en verdwijnt het nadenken over het verschijnen. Zo plots als het ‘verschijnenverschijnt, verdwijnt het weer. Je kan het fenomeen niet grijpen en begrijpen. De wereld is niet-representeerbaar en kan niet gecommuniceerd worden, zo is het ook met taal (Dreyfus, p. 221).

Wat ik tot nu toe al geleerd en verteld heb, is dat taal bestaat zoals Dasein. Het is meer dan de som van woorden en interpreteert zichzelf (blog 30 april 2012). De betekenis van taal zit in de wereld. Dasein, wereld en taal zijn met elkaar verbonden (blog 5 mei 2012). Als onderdeel van de wereld is taal 'terhands' (zuhanden) en de woorden zijn 'voorhanden'. Taal kan dus ook een werktuig zijn, het verdwijnt in het gebruik; in het spreken (blog 9 mei 2012).

Volgens Heidegger is er geen diepere betekenis en geen metafysische grond. De enige diepe betekenis is dat er geen diepe betekenis is (Dreyfus, p. 157). Ken je dit stukje uit Black Adder een BBC-reeks?

Black Adder verzint woorden, woorden zonder betekenis, maar we begrijpen door de omstandigheden perfect wat hij bedoelt. Iets vertellen is dus niet zoals het transporteren van een boodschap van het ene subject naar het andere (kaart Daseinstadt [15]). Spreken is niet coderen en decoderen van woorden. Woorden betekenen op zichzelf weinig in een zin. Anders zouden we door de nieuwe woorden niet kunnen begrijpen wat hij bedoelt. Anderzijds zou in omschrijvingen spreken de zaak ook niet eenvoudiger maken…


Iedereen in de scène kent de woorden, eigenlijk moeten ze de woorden niet uitleg-gen door ze te omschrijven. Het is de situatie die voor problemen zorgt. Black Adder had vooraf gezegd dat Baldrick alles mocht gebruiken om het vuur aan te maken…

Door socialisering zijn we vertrouwd met taal. Socialisering wil niet zeggen 'ontcijferen en incorporeren' (Dreyfus, p. 161). Het is voor Heidegger zeker geen 'bewust' proces. Het gebeurt door anderen taal te zien en horen gebruiken en het zelf te leren door het te proberen. Betekenis toont zich in het gebruik van het woord. Naarmate je meer en meer gesocialiseerd raakt in de gewoontes van een gemeenschap krijgen woorden betekenis (Dreyfus, p. 219). Taal bestaat als Dasein en wordt deel van Dasein. Zoals de wereld een deel wordt van Dasein, wordt taal dat ook. Als je een taal spreekt, wordt die taal ‘transparant’. Je merkte terecht op dat als je vertrouwd bent met een taal dat die taal dan verdwijnt, transparant wordt, als je spreekt. Omdat er geen overeenkomsten zijn tussen de woorden en de dingen waar ze naar verwijzen, moet je er dus mee vertrouwd geraken. We zijn dit zo gewoon dat we er niet bij stilstaan. Humor laat taal verschijnen:


Is betekenis wel vatbaar in woorden? “Den Bedeutungen wachsen Worte zu. Nicht aber werden Wörterdinge mit Bedeutungen versehen.” (kaart Daseinstadt [13]). Woorden groeien, volgens Heidegger, naar betekenis toe en niet omgekeerd. Het is niet zo dat woord(ding)en van betekenissen worden voorzien. Dit is vervelend want hoe kan je taal dan bestuderen? Wat is dan de ‘grond’? De ultieme grond is gewoon gedeelde praktijk, de socio-culturele achtergrond die bovendien steeds verandert.

Ik ben blij dat ik het in mijn brieven ondertussen meer over taal kan hebben en minder over de algemenere concepten van Heidegger, zo wordt het toch concreter voor jou?

Kussen,



Heidi