Posts tonen met het label verschijnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verschijnen. Alle posts tonen

woensdag 18 juli 2012

Daseinstadt,


Dag Siebe,

De reis zit er nu echt bijna op. Dit is mijn laatste blog. De tijd is ongelofelijk snel voorbij gevlogen. De reis was soms lastig, maar ik heb ook mooie momenten beleefd. Het zoeken naar een internetconnectie was soms frustrerend, maar het is toch maar altijd gelukt. Ik ben erg moe geweest, maar tegelijk vaak ook erg ontspannen. Ik mis dit al, terwijl het nog niet helemaal afgelopen is…

Zoals 'saudade' in het Portugees. Een woord dat zich niet in één woord laat vertalen in het Nederlands. Het is het gevoel dat geliefden hebben wanneer ze nog bij elkaar zijn, maar binnenkort afscheid zullen moeten nemen. Ze treuren omdat de tijd die ze samen doorbrengen bijna ten einde loopt terwijl ze tegelijkertijd nog genieten van het samenzijn. De twijfel tussen omslaande emoties…

Dat van die Möbiusband heb je goed gevonden. Het is in zekere zin ook een zaak van elementen die soms wel en soms niet in elkaar lijken over te gaan. Je mannetjes doen me denken aan de platlijven die zelf tweedimensioneel (want plat) zijn en zich niet kunnen inbeelden dat hun universum drie dimensies zou kunnen hebben.

Taal laat dingenverschijnen’. Woorden geven dingen bestaan (blog 24 juni 2012). Taal is ‘zeggen’ in de betekenis van ‘tonen’ (blog 11 juli 2012). Maar wat is de oorsprong van taal? Daar heb ik nog niets over geschreven. Welnu, Heidegger heeft er lang over gedacht en nagedacht want deze vraag komt verschillende keren in zijn werk voor. Het is maar als je alle puzzelstukjes bij elkaar legt dat het geheel duidelijk wordt.

Taal vindt zijn oorsprong in de stilte (kaart Betekenis [88]). Zonder stilte is er geen taal en wanneer taal uit stilte ontstaat, verschijnt er iets. Er verschijnen dingen die dan alleen kunnen zijn en kunnen bestaan, dankzij taal.

Straks vertrekt mijn vlucht. Mijn koffers zijn gepakt en mijn boeken gelezen… Het was niet altijd gemakkelijk in blogs te vatten wat ik wou zeggen en in te schatten of je er iets zou aan hebben en of ik je zou kunnen blijven boeien. Soms betrapte ik me erop dat ik hardop aan mezelf aan het uitleggen was wat ik bedoelde. Binnenkort kunnen we weer ‘in real live ’ discussiëren; dat zal veel beter zijn.

Ik probeer nog wat zon mee te smokkelen ;-).

Dankjewel en dikke kus!



Heidi

zaterdag 14 juli 2012

Gent,


Dag Heidi,

Morgen zijn Lars en Emma weer thuis: nog één keer uitslapen! Natuurlijk mis ik die twee kleine op-de-meest-onmogelijk-uren-lawaaimakertjes. Fijn dat je de wolken leuk vond. Het schilderwerk in huis is alvast goed gelukt (zegt Ilse).

Het is goed dat we dichter komen bij het doel want we zijn al even onderweg…  Ik denk dat ik begin te begrijpen waar het over gaat (ook omdat ik onze eerste brieven eens opnieuw gelezen heb).

Konden we in het begin al weten dat taal betekenis laat verschijnen? In je eerste brief (blog 23 april 2012) schreef je dat we de wereld kunnen ontdekken in de dagdagelijkse activiteit van Dasein. Taal gebruiken is toch een activiteit van Dasein, dus is het in die zin logisch dat we de wereld moeten kunnen ontdekken in taal? Je schreef: “De betekenis van dat zijn zit in de wereld.” Dus ook in taal?

En Dasein kent taal, want “het wonen in onze linguïstische praktijken ontsluiert de betekenis van woorden”, dat schreef je ook al (blog 5 mei 2012). Dan zou het toch niet zo moeilijk mogen zijn om de betekenis van taal te ontdekken, maar eerlijk, ik zie het nog niet helemaal (en nu denk ik toch weer dat ik er niets van begrijp).

Nog drie dagen…  en je hebt het precies helemaal uitgekiend om tot de laatste minuut je tijd nuttig te besteden. Als de deadline nadert, moet je er inderdaad voor zorgen dat je alles gedaan hebt wat je wou doen.

Succes met de gids (er niet van weglopen, hé!)

Vele groetjes,



Siebe

woensdag 11 juli 2012

Zeggen,


Beste Siebe,

Fijn dat je je amuseert in je vakantie. Hopelijk mis je de kinderen niet teveel deze week. Ik kan me voorstellen dat je huis wat leeg lijkt zonder die twee schatjes.

Ik ben benieuwd naar dat wolkenhemelplafond en wil je feliciteren met je wolkenvondsten! Het zijn mooie aanvullingen bij ons onderwerp. Ik heb het gevoel dat ik dit echt ons onderwerp mag beginnen noemen omdat je precies mee onderweg bent en meedenkt. Dank je!

We komen inderdaad dichter bij ons doel. Met je schilderij van Magritte toon je enigszins wat we aan het doen zijn. We zijn onderweg naar taal en volgen een weg die voor ons onbekend is, naar een bestemming die onzichtbaar is: een mysterie. We volgen een ongewone weg, een weg die Heidegger ons wijst, omdat we taal niet proberen uit te leggen aan de hand van onderdelen, waardoor we er eigenlijk alleen verder van weg zouden geraken (kaart Zeggen [71]). Het is een beetje zoals De man die de wolken meet uit je vorige blog! Volgens Heidegger houdt de weg naar taal het ervaren van taal als taal in (kaart Zeggen [71]).

Maar hoe kunnen we taal ervaren zolang Heidegger zo duister blijft over wat taal is? In Der Weg zur Sprache stelt Heidegger: “Das Wesende der Sprache ist die Sage als die Zeige.” (kaart Zeggen [70]) Of: het essentiële zijn van taal is 'zeggen' in de betekenis van 'tonen'. Taal doet met andere woorden betekenis verschijnen. En: "»Sagan« heißt: zeigen, erscheinen-, sehen- und hören-lassen." (Kaart Zeggen [67]) Of: 'zeggen' betekent tonen, laten verschijnen, zien en horen. Als taal spreekt dan zegt het ook iets, dan betekent het ook iets. Vandaar ook dat zwijgen veel kan betekenen (blog 28 mei 2012).

Overmorgen ga ik een dag naar Betekenis. Ik hoop dat het meevalt, want ik sluit me aan bij een georganiseerde uitstap (met gids!) en dat kan al eens tegenvallen of de al te commerciële toer opgaan. Eigenlijk zie ik deze uitstap als het hoogtepunt van mijn reis dus ben ik ook wel een beetje zenuwachtig.

Zaterdag neem ik dan de trein terug richting Daseinstadt. Ik maak wel nog een tussenstop in Subjectia om toch nog het vergezicht van Figuurlijk te kunnen zien. Ik twijfelde eerst om nog naar Humboldt te gaan, maar ik moest kiezen en heb dus voor Figuurlijk gekozen. Ik hoop echt dat het de moeite waard is! Weet je nog dat het veel te mistig was toen ik er eerder was (blog 9 mei 2012)? Deze keer hou ik het weerbericht in de gaten en ziet het er goed uit: vingers kruisen. (Als het dan slecht uitkomt, kan ik nog altijd een weerman aanklagen. Ik zag net op CNN dat een Belgische weerman een dagvaarding mag verwachten omdat hij al drie dagen regenweer voorspelde voor de Belgische kust, terwijl het er al drie dagen droog is.)

Het einde van deze onderneming komt dichterbij: nog zes dagen…

Knuffel,



Heidi

dinsdag 10 juli 2012

Gent,


Dag Heidi,

‘Spijt’ gaat nu misschien wel net iets te ver ;-). Maar het leren van woordjes kan zonder twijfel veel aangenamer gemaakt worden. Misschien moeten we daar eens over doorbomen als je terug in het land bent?

De tweede kinderkamer vlot goed. We hebben beslist om het plafond in een wolkenhemel te schilderen en dat is toch wel een beetje doordat jij me op ideeën bracht!

Het lezen van je vorige blog riep een aantal beelden bij me op. Taal is als de taal van het zijn, zoals wolken de wolken van de hemel zijn

Ken je deze leuke vondst van Roger Raveel (1968)? Dit is een Karretje om de hemel te vervoeren. Het bovenste vlak van de kubus op wielen is een spiegel. In de spiegel zie je (als de kar buiten staat tenminste) de weerspiegeling van de hemel. Misschien kan je zo ook de hemel vervoeren? Ik vind dit een fascinerend beeld omdat het je doet afvragen waarom je hemel zou willen vervoeren? Misschien wil je die hemelmomenten van heldere dagen of mooie wolkenformatie bijhouden en verzamelen? Maar eigenlijk is de hemel er toch altijd… zoals het zijn er steeds is. Het kan dat we een vehikel uitvinden om het zijn zichtbaar te maken zoals de hemel in de spiegel op de kar verschijnt. Maar het zijn vervoeren, zal het zijn dan toch weer veranderen: verdwijnen en verschijnen? En een spiegelbeeld is ook maar een beeld.

Bij de huisbewaarders van het 'huis van het zijn', stel ik me mensen voor die taal gebruiken en dus de taal cultiveren door de taal te laten groeien, nieuwe woorden te bedenken en creatief te zijn met taal. Maar daarnaast gebruiken ‘gewone mensen’ toch ook ‘gewone taal’ om ‘gewone dingen’ te zeggen. Als je telkens op zoek moet gaan naar meerdere betekenissen in woorden dan gaat het ook niet meer vooruit, hé (blog 15 mei 2012). Bij de huisbewaarders van taal stel ik me alvast niet dit personage voor:



Dit is de versie van Jan Fabres De man die de wolken meet die sinds 1999 op deSingel in Antwerpen staat (er staat ook een versie op het S.M.A.K. in Gent, maar daar heb ik geen mooie foto van). De kunstenaar probeert in dit beeld het universum op te meten om het op die manier te kunnen grijpen en begrijpen. Een onmogelijke opdracht, als je het mij vraagt, die bovendien z’n doel voorbijschiet. Taal opmeten en bijvoorbeeld in woordenboeken proberen vatten (blog 18 mei 2012), is van dezelfde orde, toch?

Het is natuurlijk altijd gemakkelijk om commentaar te geven en te zeggen wat het niet moet zijn, maar ik denk dat ik ook een ideaal beeld of misschien zelfs ideaalbeeld gevonden heb bij de idee dat zijn altijd onderweg is naar taal (blog 8 juli 2012):


René Magritte heeft dit schilderij in 1953 La reconnaissance infinie genoemd. Het is alvast duidelijk dat hierin niet de platgetreden paden bewandeld werden. Magritte zou ooit gezegd hebben: “Ik breng het denken in beeld en maak daardoor iets mysterieus.” En daar is het ‘mysterieuze’ weer!

Ik vroeg me af of er een directe connectie is tussen Magritte en Heidegger. Op internet vond ik dat Magritte geïnspireerd zou zijn door Heidegger. In 2004 scheef Annemie Tormans een eindverhandeling over Magrittes werk waarin ze linken met filosofen onderzocht. Zij ontdekte onder meer dat Magritte rond 1954 met de Leuvense professor de Waelhens correspondeerde over de filosofie van Heidegger. Volgens Kaulingfreks, in Mijnheer Iedereen, toont Magritte in zijn werk de oorsprong van de dingen. Namelijk dat wat alle interpretaties en kaders waarin wij de werkelijkheid vatten en benoemen voorafgaat. Deze oorsprong is het mysterie. Ik denk dat onze cirkel rond begint te worden, Heidi.

Als je schrijft dat Heidegger omschrijvingen en vergelijkingen zoekt om uit te leggen wat hij wil zeggen, dan vind ik dat het hem in zekere zin menselijker maakt. Ik vind het steeds meer begrijpbaar. Dit begint eigenlijk best plezant te worden; kijk hoelang deze blog geworden is (en dat terwijl ik het in het begin erg moeilijk vond). Misschien is het toch steeds zoals met die woordjes dat je toch eerst een beetje door de zure appel heen moet, of moet durven springen, voor je resultaten plukt en ziet.

Het feit dat het vakantie is, helpt natuurlijk ook wel om hier wat meer tijd in te steken ;-). Als ik na het gipsplaten afmeten en uittellen en het vreselijk lastige schuren heen ben, dan is het in alle lichamelijke vermoeidheid nog net mogelijk een stukje niet gebruikte hersenenergie hieraan te besteden.

Hopelijk viel de nachttrein goed mee en vertel je me binnenkort boeiende verhalen uit Zeggen. Vertel me dan ook eens wanneer je terugkomt, want de terugreis kan je toch niet tot in het oneindige uitstellen.

Tot binnenkort?



Siebe

zondag 8 juli 2012

Filosofia,


Hoi Siebe,

Bespeurde ik in je brief enige spijt over het onderschatten van het leren van betekenissen van Latijnse woordjes? Tja, het is toch zo moeilijk als kind te investeren in een mogelijks voordeel voor later. Een later dat een eeuwigheid ver weg lijkt… en anderzijds vraag ik me af of de manier waarop we woordjes moesten leren wel de meest motiverende was. Misschien hadden die leraren het wel wat aangenamer kunnen maken, toch?

Van aangenaam geschreven: de zee moet volgens mij ook wel niet onderdoen voor bergen en valleien, hoor. Ieder landschap heeft wel zijn charmes. Zo was de wandeling van Woorden naar Filosofia vooral erg afwisselend. Vooral de grote stukken bos deden me veel deugd omdat het hier ‘eerder’ warm is.

Mysterieus of liever “geheimnisvoll” is een woord dat Heidegger ook wel eens gebruikt als het over taal gaat (kaart Filosofia [30]). Taal is geheimzinnig omdat het zo moeilijk te grijpen is. In Brief über den »Humanismus« heeft Heidegger het over de relatie tussen taal, denken en zijn. En als je ‘zijn’ leest dan denk je wellicht aan wat ik je vroeger al schreef over de moeilijkheid om te zeggen wat ‘zijn is (blog 23 april 2012).

Heidegger omschrijft en zoekt vergelijkingen om duidelijk te maken wat hij bedoelt: “Die Sprache ist so die Sprache des Seins, wie die Wolken die Wolken des Himmels sind.” (kaart Filosofia [21]) Taal is dus “de taal van het zijn” zoals wolken “de wolken van de hemel zijn”. Taal maakt deel uit van het zijn, het is ermee vergroeid en verweven. Onder bepaalde omstandigheden wordt het zijn zichtbaar, misschien is het dan wel een wolk geworden? Taal doet het zijn verschijnen en verdwijnen. “Sprache ist lichtend-verbergende Ankunft des Seins selbst.” (kaart Filosofia [29]).

Om de relatie tussen zijn en taal aan te duiden, noemt Heidegger taal 'het huis van het zijn' (kaart Filosofia [24]). Het zijn woont namelijk in de taal en het heeft er zijn roots. Dit is opnieuw een metafoor die de verstrengelde relatie tussen taal en zijn moet duidelijk maken. Denkers en dichters zijn de huisbewaarders (kaart Filosofia [24]). Zij bewaken het huis, maar houden het ook in goede staat door te creëren, te denken en te dichten. Zijn, denken en taal liggen heel dicht bij elkaar, stelt Heidegger: ze vallen net niet samen. Taal geeft ook vorm aan het denken en trekt sporen voor het denken. Taal brengt er op de een of andere manier structuur in aan. Heidegger waarschuwt er ons wel voor om niet steeds in dezelfde sporen te denken. Dan verwordt denken tot een techniek en verliest het zijn betekenis (kaart Filosofia [16]).

Nog één citaat om het af te leren: “Das Sein kommt, sich lichtend, zur Sprache. Es ist stets unterwegs zu ihr.” (kaart Filosofia [32]). Het zijn verdwijnt en verschijnt, maar is altijd onderweg naar taal (en liefst niet alleen over platgetreden paden).

Ik ga ook een stapje verder, Siebe. Straks neem ik de nachttrein naar Zeggen. Nog een beetje lezen en hopelijk toch wat slapen ook.

Doei!



Heidi

dinsdag 19 juni 2012

Gent,


Hoi Heidi,

Ik herken heel goed wat je schrijft over ziek zijn. Het lastigste aan ziek zijn, vind ik, is dat ik te weinig geduld heb om ziek te zijn.

Het verliezen van tijd en ruimte ervaar ik daarnaast ook in het woelen en dromen. Ook dan komt het voor dat je eerst niet helemaal meer weet waar je bent. En dan weet je het weer. Dromen verdraaien ook de dingen: het ene moment ben je op de ene plaats en daarna opeens op een andere plaats of je komt op een plaats terecht waar je wel in jouw zetel zit, maar je bent eigenlijk op school.

Is het in het dagelijks leven niet zo dat je eigenlijk maar over tijd nadenkt als je te vroeg bent of te laat komt? Opeens moet je wachten of het zien uit te leggen waarom je er niet was toen de vergadering begon. Het is een beetje zoals wachten op de bus en de fiets die verschijnt als hij gestolen is (blog 12 mei 2012). De tijd verschijnt als het wachten te lang duurt of de tijd voorbij gevolgen is en je ondertussen veel meer had willen doen. Hoe je tijd ervaart, of de betekenis van tijd in jouw woorden, kan wel eens redelijke relatief zijn. De ene minuut duurt dan langer dan de andere minuut. In een film gebruiken ze daarvoor slow-motion. In een stripverhaal krijgt een spannende gebeurtenis meer tekeningen.

Ik denk dat je de wereld en de samenhang tussen verleden, heden en toekomst toch ook kan laten verschijnen met beelden, bijvoorbeeld in strips. Het is anders dan met een klassieke tekenfilm waar je inderdaad uit de losse tekeningen vaak geen betekenis kan opmaken. De striptekenaar kiest echter beelden die de betekenisvolle momenten wel tonen en misschien ook de samenhang tussen verleden, heden en toekomst.

In verschillende werken toont Roy Lichtenstein hier een exponent van. Heden, verleden en toekomst in één beeld vatten, wordt in dit werk treffend geïllustreerd:

Explosion n° 1
Roy Lichtenstein (1965)

Ondertussen is de tijd achter het computerscherm ook weer voorbij gevlogen. Ook het schooljaar loopt op zijn laatste benen. De examens zijn verbeterd, de deliberaties achter de rug, de studenten moeten enkel nog hun certificaten komen halen. Het was weer een eindspurtje. Ilse is blij dat ik weer volop meedoe in het huishouden en me niet langer verstop in uitvluchten ;-). De kindjes maken zich nog niet teveel zorgen over vakantie, ze zijn nog klein, hé! Dag voor dag en minuut voor minuut leven: het heeft zo zijn voordelen.

Groetjes,



Siebe

zondag 17 juni 2012

Naburigheid,


Beste Siebe,

Inderdaad. Het is redelijk ellendig ziek zijn op reis. Hier is zoveel te zien en te doen, ik wil graag ook veel lezen, maar het lukte een week lang helemaal niet om me maar op iets voldoende te concentreren. Uitzieken is lastig: ik wil vanalles doen en het lukt niet. Maar ondertussen ben ik dus aan de beterhand (alleen nog een beetje moe) en ben ik weer aan het schrijven.

Volgens Heidegger zijn ruimte en tijd als parameters veel te dominant in de moderne technische wereld en dit verbergt hoe tijd en ruimte eigenlijk zijn (kaart Naburigheid [40]).

“Von der Zeit läßt sich sagen: die Zeit zeitigt.
Vom Raum läßt sich sagen: der Raum räumt.”

Over tijd kan gezegd worden: tijd tijdt.
Over ruimte kan gezegd worden: ruimte ruimtet.

Weerom een Heidegger-quote die door criticasters zelden geapprecieerd kan worden. We hadden het eerder al over tijd en ruimte (blog 28 april 2012 en blog 30 april 2012). Het ging er toen over hoe tijd en ruimte als een samenhangend geheel van het Dasein beïnvloeden. Hier heeft Heidegger het over het zijn zelf van tijd en ruimte. We zijn gewoon over tijd te denken als iets dat linear voortschrijdt: minuut per minuut en dag per dag. 

Als je ziek bent, krijgen tijd en ruimte toch een andere dimensie. Je ritme wordt door elkaar gegooid: wanneer je normaal werkt en bezig bent, slaap je nu ook. Het lijdt tot ergernis en ergernis over het ergeren. Je staat op vreemde uren op om te eten en medicatie te nemen. Je inschatting van tijd is helemaal in de knoei. Je doolt in gedachten tussen tijd en ruimte. Je wordt wakker en weet niet waar je bent of hoe laat het is. Vooral in het ziek zijn, mis ik thuis: mijn vertrouwde slaapkamer en de gekende route naar toilet en keuken.

Volgens Heidegger beweegt tijd niet: “Die Zeit selbst im Ganzen ihres Wesens bewegt sich nicht, ruht still.” (kaart Naburigheid [32]). Ook ruimte beweegt niet en rust in roerloosheid (kaart Naburigheid [30]).

Maar tijd tijdt en ruimte ruimtet… Waar zit dan de actie die het werkwoord uitdrukt? Tijd tijdt tegelijkertijd: het verleden, het heden en het heden dat ons te wachten staat en anders toekomst heet (kaart Naburigheid [32]). Tijd opent een heden, maakt het zichtbaar en doet het nu verschijnen. Maar tegelijkertijd toont tijd verleden en toekomst. Acties uit het verleden zijn zichtbaar in het heden en zijn de voorbode van de toekomst. Maar in de toekomst kan ook het verleden of het heden duidelijk worden. Tijd is dus niet strikt en lineair opdeelbaar, maar tegelijkertijd verleden, heden en toekomst.

Tijd en ruimte tot metrische parameters herleiden, doet afbreuk aan ruimte en tijd. Tijd als een parameter wordt niet meer dan een opeenvolging van nu’s. Tijd wordt als een worst in 'schelletjes' gesneden, de sneetjes verliezen daardoor hun samenhang en verband, maar ook hun betekenis. Het is zoals de afbeeldingen in een zoötroop.


De aparte afbeeldingen zijn de sneetjes. In de opdeling in beelden verdwijnt de betekenis (blog 20 mei 2012).


De betekenis moet je dan weer proberen toe te voegen. In dit geval door aan het rad te draaien…


… maar eigenlijk krijg je nooit het oorspronkelijke terug.

Morgen reis ik verder. Het was een redelijke krachttoer om mijn reis te herplannen. Ik ben er uiteindelijk in geslaagd om alles twee weken uit te stellen. Ik kom dus ook wat later terug naar België…

Vertel je in je antwoord nog wat over jou? Hoe gaat het daar? Is de vakantie al in zicht? Verlangen Emma en Lars al? En hoe gaat het met Ilse?

Dikke knuffel,



Heidi

dinsdag 15 mei 2012

Daseinstadt,


Beste Siebe,

Hoe gaat het eigenlijk nog in België? Alles oké met Ilse en de kinderen? Heb je al plannen voor de lange weekends die eraan komen?

Ik ben nogal altijd in Daseinstadt omdat het hier zo interessant is. Er is veel te zien, veel te bezoeken en het is relatief rustig voor een hoofdstad. Ik hou van de vele parkjes en tuinen waar ik mijn boeken lees en blogs naar je schrijf. Dat doe ik meestal ’s morgens, want ‘s middags wordt het te warm. Dan zoek ik de koelte op. Het is dan ideaal om de blogs te typen. Het is altijd wel een beetje spannend omdat de elektriciteit het regelmatig laat afweten. (Zou dat ook met de temperatuur te maken hebben?) Ik moet er dus op letten om tijdig op te slaan. Soms ben ik door die onderbrekingen lang bezig, want iedere keer moet ik me opnieuw aanmelden en het documenten vinden, verder typen, … maar zoals je ziet: het lukt wel.

Verdwijnen en verschijnen worden wel mooi geïllustreerd in het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg. Het gedicht zelf ontstaat door het ‘niet komen van bus’. Het toont dus hoe de busverschijnt’. Maar door daarover na te denken, dwalen de gedachten van de dichter af en verdwijnt het nadenken over het verschijnen. Zo plots als het ‘verschijnenverschijnt, verdwijnt het weer. Je kan het fenomeen niet grijpen en begrijpen. De wereld is niet-representeerbaar en kan niet gecommuniceerd worden, zo is het ook met taal (Dreyfus, p. 221).

Wat ik tot nu toe al geleerd en verteld heb, is dat taal bestaat zoals Dasein. Het is meer dan de som van woorden en interpreteert zichzelf (blog 30 april 2012). De betekenis van taal zit in de wereld. Dasein, wereld en taal zijn met elkaar verbonden (blog 5 mei 2012). Als onderdeel van de wereld is taal 'terhands' (zuhanden) en de woorden zijn 'voorhanden'. Taal kan dus ook een werktuig zijn, het verdwijnt in het gebruik; in het spreken (blog 9 mei 2012).

Volgens Heidegger is er geen diepere betekenis en geen metafysische grond. De enige diepe betekenis is dat er geen diepe betekenis is (Dreyfus, p. 157). Ken je dit stukje uit Black Adder een BBC-reeks?

Black Adder verzint woorden, woorden zonder betekenis, maar we begrijpen door de omstandigheden perfect wat hij bedoelt. Iets vertellen is dus niet zoals het transporteren van een boodschap van het ene subject naar het andere (kaart Daseinstadt [15]). Spreken is niet coderen en decoderen van woorden. Woorden betekenen op zichzelf weinig in een zin. Anders zouden we door de nieuwe woorden niet kunnen begrijpen wat hij bedoelt. Anderzijds zou in omschrijvingen spreken de zaak ook niet eenvoudiger maken…


Iedereen in de scène kent de woorden, eigenlijk moeten ze de woorden niet uitleg-gen door ze te omschrijven. Het is de situatie die voor problemen zorgt. Black Adder had vooraf gezegd dat Baldrick alles mocht gebruiken om het vuur aan te maken…

Door socialisering zijn we vertrouwd met taal. Socialisering wil niet zeggen 'ontcijferen en incorporeren' (Dreyfus, p. 161). Het is voor Heidegger zeker geen 'bewust' proces. Het gebeurt door anderen taal te zien en horen gebruiken en het zelf te leren door het te proberen. Betekenis toont zich in het gebruik van het woord. Naarmate je meer en meer gesocialiseerd raakt in de gewoontes van een gemeenschap krijgen woorden betekenis (Dreyfus, p. 219). Taal bestaat als Dasein en wordt deel van Dasein. Zoals de wereld een deel wordt van Dasein, wordt taal dat ook. Als je een taal spreekt, wordt die taal ‘transparant’. Je merkte terecht op dat als je vertrouwd bent met een taal dat die taal dan verdwijnt, transparant wordt, als je spreekt. Omdat er geen overeenkomsten zijn tussen de woorden en de dingen waar ze naar verwijzen, moet je er dus mee vertrouwd geraken. We zijn dit zo gewoon dat we er niet bij stilstaan. Humor laat taal verschijnen:


Is betekenis wel vatbaar in woorden? “Den Bedeutungen wachsen Worte zu. Nicht aber werden Wörterdinge mit Bedeutungen versehen.” (kaart Daseinstadt [13]). Woorden groeien, volgens Heidegger, naar betekenis toe en niet omgekeerd. Het is niet zo dat woord(ding)en van betekenissen worden voorzien. Dit is vervelend want hoe kan je taal dan bestuderen? Wat is dan de ‘grond’? De ultieme grond is gewoon gedeelde praktijk, de socio-culturele achtergrond die bovendien steeds verandert.

Ik ben blij dat ik het in mijn brieven ondertussen meer over taal kan hebben en minder over de algemenere concepten van Heidegger, zo wordt het toch concreter voor jou?

Kussen,



Heidi

zaterdag 12 mei 2012

Gent,


Hoi Heidi,

Mist! Dat moesten ze nu eens afschaffen: nergens goed voor! Wolken horen hoog in de lucht te hangen. Misschien lukt het je om nog eens naar Subjectia te gaan terwijl je daar nu toch in de buurt bent. Misschien moet je dan maar eerst het weerbericht checken ;-). Nuja, als je reist, moet je je toch altijd een beetje overlaten aan het toeval; en aan taxichauffeurs…

Het voorbeeld van de fiets vond ik heel duidelijk. Maar geef nu toe, Heidi, een fiets die verschijnt als hij gestolen is… het kan al eens een lezer in de war brengen. Ik denk dat het klopt als je zegt dat Heidegger een nieuwe taal gebruikt, want je bedoelt gewoon iets anders met ‘verdwijnen’ en ‘verschijnen’. Het is dan verwarrend (lees: moeilijk) als je die andere invulling niet kent.

Ik begrijp dat taal als middel (als werktuig) verdwijnt als je het gebruikt, als je spreekt. Je bent je er niet bewust van, ook niet van de onderdeeltjes waaruit taal bestaat: woorden, klanken, letters, … behalve als er iets misloopt. Het is inderdaad pas als iemand van een ‘r’ een ‘l’ maakt, dat het opvalt hoeveel ‘r’ voorkomt in het Nederlands. Zou het niet kunnen dat je moedertaal gemakkelijker ‘verdwijnt’ dan een andere taal. Ik denk zelden na over Nederlands, maar als er me in Brussel iemand in het Frans aanspreekt, moet ik toch even denken. Aan de andere kant gaat het Frans spreken toch nu en dan vanzelf na een paar dagen op vakantie in Frankrijk. Moet je niet voldoende vertrouwd zijn met een taal zodat ze nu en dan kan ‘verdwijnen’? Hoe minder de taal ‘verschijnt’ hoe beter je de taal beheerst.

Zou je kunnen zeggen dat je nooit echt ‘over’ taal kan spreken maar altijd ‘in’ een taal? Want zelfs als je over taal spreekt, dan is dat steeds in een taal en terwijl je over die taal spreekt, denk je niet aan de taal waarin je spreekt. Dus taal verdwijnt.

Nog één iets: als je fiets gestolen is en je neemt de bus, maar die komt te laat, dan verschijnt die bus dus ook. Ken je het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg?

Ik denk dat ik er nu maar mee ophou. Straks begrijp ik zelf niet meer wat ik schrijf. Het vraagt best wel wat concentratie om woorden opeens een andere dimensie mee te geven.

Doei!



Siebe

woensdag 9 mei 2012

Daseinstadt,


Hoi Siebe,

Voorlopig geen gezondheidsklachten en ik beloof je dat ik op mijn hoede ben voor oplichters!

Het vergezicht van Figuurlijk is ietwat tegengevallen. Dikke mist versperde het zicht… grrr! Het was zo erg dat de kabelbaan niet open was omdat ze toch geen toeristen verwachtten. Ondertussen ben ik terug in Daseinstadt. Misschien ga ik nog eens terug naar Figuurlijk. Uiteindelijk ben ik hier nog tot eind juni. Ik maak er nu werk van Daseinstadt grondiger te bezoeken. Sympathieke taxichauffeurs die me al dan niet per ongeluk op de verkeerde plek brengen, zorgen wel voor een extra dimensie aan mijn verkenning.

Vroeger had ik ook altijd de indruk dat filosofen zo grootsprakerig doen. Door er meer mee bezig te zijn, denk ik er eigenlijk niet meer zo over. Zeker als het over Heidegger gaat. Eigenlijk probeert Heidegger net ‘voet aan de grond’ te krijgen door in het alledaagse betekenis te vinden. De essentie hier is de taal. Je vraagt me om 'mensentaal' te gebruiken om het uit te leggen. Heidegger stelde dat hij een nieuwe taal nodig had om zijn inzichten wereldkundig te maken. Dat is ook wat hij gedaan heeft. Als je dus Heidegger wil begrijpen, moet je zijn nieuwe taal leren voor je kan begrijpen wat hij bedoelt. “Nur wer schon versteht kann zuhören,” schrijft Heidegger (kaart Daseinstadt [1]). Ik denk dat dit voor elke taal geldt, ook voor de taal die Heidegger zelf gebruikte en vormgaf. Je moet het al kunnen begrijpen voor je kan horen wat er gezegd wordt.

Taal als totaliteit van woorden is een deel van de wereld, een soort wereld binnen de wereld. Maar een wereld die niet los te maken is van de wereld. Taal heeft in die betekenis zijn wortels in de wereld en weerspiegelt de structuur van de wereld.
Heidegger noemt taal een “innerweltlich Seiendes” en zegt erover dat het “Zuhanden” is (kaart Daseinstadt [11]). Taal is 'terhands', het is beschikbaar om direct te gebruiken. Het is zoals je fiets klaarstaat in de gang en als je ergens heen wil, dan neem je die gewoon.

Heidegger bespreekt werktuigen en is erdoor gefascineerd dat werktuigen verdwijnen tijdens het gebruik. Je vergeet de eigenschappen van je fiets; dat die wielen heeft en zo. Je fietst gewoon. Je bent op de een of andere manier één met je fiets, je beseft niet dat je fietst. Zo ook met taal. Je gebruikt de taal die je geleerd hebt en je weet zelfs niet hoe je die geleerd hebt. Je hoort nooit de geluiden of de klanken zelf, maar je begrijpt direct de woorden en de zinnen (kaart Daseinstadt [2] en [3]). Het is pas als er iets mis is met het werktuig dat je het werktuig in al zijn aspecten en onderdelen kan zien. Als je een lekke band rijdt en die band vervangt, dan weet je weer dat die band aan je fiets zit. In die zin verschijnt je fiets als hij gestolen is. Als je fiets gestolen is, besef je wat die fiets eigenlijk betekent, want nu moet je met de bus en dus wachten op die bus en dan moet je sowieso nog een stuk te voet en een nieuwe fiets gaan kopen en die fiets loopt dan niet zo goed als de fiets die je gisteren nog had … De bus is op dat moment 'vorhanden'. Je gebruikt de bus om toch thuis te geraken. Een werktuig kan 'terhands' zijn (fiets in de gang), maar ook voorhanden.

Taal ook. Taal is 'zuhanden' (zoals je fiets in de gang), maar de woorden kunnen ook voorhanden zijn: “Die Sprache kann zerschlagen werden in vorhandene Wörterdinge,” (kaart Daseinstadt [12]), schrijft Heidegger. Taal kan in stukjes gehakt worden en de woord(ding)en kan je gebruiken. Zoals eender welk werktuig kan taal opeens verschijnen. Je kan niet op een woord komen en je beseft dat je taal aan het gebruiken bent, maar je gebruikt een ander woord of een omschrijving. Dasein heeft taal (kaart Daseinstadt [10]) en gebruikt taal als een tool, als werktuig (Dreyfus, p. 221).

Ik ben er helemaal nog niet uit hoe Heidegger taal ziet, ik heb ook het gevoel dat mijn zoektocht nog maar net begonnen is. In Sein und Zeit schrijft Heidegger dat het filosofisch onderzoek een keer zal moeten besluiten “welche Seinsart der Sprache überhaupt zukommt” (kaart Daseinstadt [9]). Hij vraagt zich dus af wat voor een zijnde taal is.

Het is een geruststelling dat Heidegger het toen ook nog niet wist. Zo Siebe, dit heb ik de laatste dagen geleerd. Ondertussen maak ik nieuwe plannen voor mijn reis.

Vele groetjes,



Heidi