Posts tonen met het label ruimte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ruimte. Alle posts tonen

dinsdag 19 juni 2012

Gent,


Hoi Heidi,

Ik herken heel goed wat je schrijft over ziek zijn. Het lastigste aan ziek zijn, vind ik, is dat ik te weinig geduld heb om ziek te zijn.

Het verliezen van tijd en ruimte ervaar ik daarnaast ook in het woelen en dromen. Ook dan komt het voor dat je eerst niet helemaal meer weet waar je bent. En dan weet je het weer. Dromen verdraaien ook de dingen: het ene moment ben je op de ene plaats en daarna opeens op een andere plaats of je komt op een plaats terecht waar je wel in jouw zetel zit, maar je bent eigenlijk op school.

Is het in het dagelijks leven niet zo dat je eigenlijk maar over tijd nadenkt als je te vroeg bent of te laat komt? Opeens moet je wachten of het zien uit te leggen waarom je er niet was toen de vergadering begon. Het is een beetje zoals wachten op de bus en de fiets die verschijnt als hij gestolen is (blog 12 mei 2012). De tijd verschijnt als het wachten te lang duurt of de tijd voorbij gevolgen is en je ondertussen veel meer had willen doen. Hoe je tijd ervaart, of de betekenis van tijd in jouw woorden, kan wel eens redelijke relatief zijn. De ene minuut duurt dan langer dan de andere minuut. In een film gebruiken ze daarvoor slow-motion. In een stripverhaal krijgt een spannende gebeurtenis meer tekeningen.

Ik denk dat je de wereld en de samenhang tussen verleden, heden en toekomst toch ook kan laten verschijnen met beelden, bijvoorbeeld in strips. Het is anders dan met een klassieke tekenfilm waar je inderdaad uit de losse tekeningen vaak geen betekenis kan opmaken. De striptekenaar kiest echter beelden die de betekenisvolle momenten wel tonen en misschien ook de samenhang tussen verleden, heden en toekomst.

In verschillende werken toont Roy Lichtenstein hier een exponent van. Heden, verleden en toekomst in één beeld vatten, wordt in dit werk treffend geïllustreerd:

Explosion n° 1
Roy Lichtenstein (1965)

Ondertussen is de tijd achter het computerscherm ook weer voorbij gevlogen. Ook het schooljaar loopt op zijn laatste benen. De examens zijn verbeterd, de deliberaties achter de rug, de studenten moeten enkel nog hun certificaten komen halen. Het was weer een eindspurtje. Ilse is blij dat ik weer volop meedoe in het huishouden en me niet langer verstop in uitvluchten ;-). De kindjes maken zich nog niet teveel zorgen over vakantie, ze zijn nog klein, hé! Dag voor dag en minuut voor minuut leven: het heeft zo zijn voordelen.

Groetjes,



Siebe

zondag 17 juni 2012

Naburigheid,


Beste Siebe,

Inderdaad. Het is redelijk ellendig ziek zijn op reis. Hier is zoveel te zien en te doen, ik wil graag ook veel lezen, maar het lukte een week lang helemaal niet om me maar op iets voldoende te concentreren. Uitzieken is lastig: ik wil vanalles doen en het lukt niet. Maar ondertussen ben ik dus aan de beterhand (alleen nog een beetje moe) en ben ik weer aan het schrijven.

Volgens Heidegger zijn ruimte en tijd als parameters veel te dominant in de moderne technische wereld en dit verbergt hoe tijd en ruimte eigenlijk zijn (kaart Naburigheid [40]).

“Von der Zeit läßt sich sagen: die Zeit zeitigt.
Vom Raum läßt sich sagen: der Raum räumt.”

Over tijd kan gezegd worden: tijd tijdt.
Over ruimte kan gezegd worden: ruimte ruimtet.

Weerom een Heidegger-quote die door criticasters zelden geapprecieerd kan worden. We hadden het eerder al over tijd en ruimte (blog 28 april 2012 en blog 30 april 2012). Het ging er toen over hoe tijd en ruimte als een samenhangend geheel van het Dasein beïnvloeden. Hier heeft Heidegger het over het zijn zelf van tijd en ruimte. We zijn gewoon over tijd te denken als iets dat linear voortschrijdt: minuut per minuut en dag per dag. 

Als je ziek bent, krijgen tijd en ruimte toch een andere dimensie. Je ritme wordt door elkaar gegooid: wanneer je normaal werkt en bezig bent, slaap je nu ook. Het lijdt tot ergernis en ergernis over het ergeren. Je staat op vreemde uren op om te eten en medicatie te nemen. Je inschatting van tijd is helemaal in de knoei. Je doolt in gedachten tussen tijd en ruimte. Je wordt wakker en weet niet waar je bent of hoe laat het is. Vooral in het ziek zijn, mis ik thuis: mijn vertrouwde slaapkamer en de gekende route naar toilet en keuken.

Volgens Heidegger beweegt tijd niet: “Die Zeit selbst im Ganzen ihres Wesens bewegt sich nicht, ruht still.” (kaart Naburigheid [32]). Ook ruimte beweegt niet en rust in roerloosheid (kaart Naburigheid [30]).

Maar tijd tijdt en ruimte ruimtet… Waar zit dan de actie die het werkwoord uitdrukt? Tijd tijdt tegelijkertijd: het verleden, het heden en het heden dat ons te wachten staat en anders toekomst heet (kaart Naburigheid [32]). Tijd opent een heden, maakt het zichtbaar en doet het nu verschijnen. Maar tegelijkertijd toont tijd verleden en toekomst. Acties uit het verleden zijn zichtbaar in het heden en zijn de voorbode van de toekomst. Maar in de toekomst kan ook het verleden of het heden duidelijk worden. Tijd is dus niet strikt en lineair opdeelbaar, maar tegelijkertijd verleden, heden en toekomst.

Tijd en ruimte tot metrische parameters herleiden, doet afbreuk aan ruimte en tijd. Tijd als een parameter wordt niet meer dan een opeenvolging van nu’s. Tijd wordt als een worst in 'schelletjes' gesneden, de sneetjes verliezen daardoor hun samenhang en verband, maar ook hun betekenis. Het is zoals de afbeeldingen in een zoötroop.


De aparte afbeeldingen zijn de sneetjes. In de opdeling in beelden verdwijnt de betekenis (blog 20 mei 2012).


De betekenis moet je dan weer proberen toe te voegen. In dit geval door aan het rad te draaien…


… maar eigenlijk krijg je nooit het oorspronkelijke terug.

Morgen reis ik verder. Het was een redelijke krachttoer om mijn reis te herplannen. Ik ben er uiteindelijk in geslaagd om alles twee weken uit te stellen. Ik kom dus ook wat later terug naar België…

Vertel je in je antwoord nog wat over jou? Hoe gaat het daar? Is de vakantie al in zicht? Verlangen Emma en Lars al? En hoe gaat het met Ilse?

Dikke knuffel,



Heidi

maandag 30 april 2012

Daseinstadt,


Hoi Siebe,

Ritme en routine zitten er voor mij niet in voorlopig. Iedere dag is totaal anders als je reist. Ik leer tijd anders te appreciëren, want het reizen doet wel iets met mijn tijdsbeleving. Je wijst me er terecht op dat reizen ontspannend en inspirerend kan zijn. Bij elke vertraging en bij elk wachten probeer ik die tijd te interpreteren als gewonnen tijd. Tijd waarin je misschien dit en dat niet kan doen, maar wel de mogelijkheid biedt om dan maar iets anders te doen; te observeren of te denken. Vaak heb ik het gevoel teveel te denken en te overdenken en nog eens in gedachten door te lopen wat ik wil gaan doen. Maar tijd die je niet kan besteden om dit of dat te doen, kan je altijd gebruiken om te denken… Als ik ’s morgens te vroeg wakker word, probeer ik me ervan te overtuigen dat dit me extra tijd geeft om te denken; om eens rustig te denken…

Op internet vond ik op de website www.ishs.hu (International Society for Hermeneutics and Science) het artikel Einstein’s time in Heidegger's context. Het is dus niet zo gek het begrip tijd bij beide intelligentsia te vergelijken. Volgens mij gaat het er voor Einstein over dat hij een wiskundige formule vond die tijd en ruimte verbindt. Heidegger is niet zozeer geïnteresseerd in de verhouding tussen tijd als ruimte. Hij stelt dat Dasein zowel beïnvloed wordt door tijd en ruimte. Het gaat dus niet over de relatie tussen tijd en ruimte, maar wel over de relatie tussen enerzijds Dasein en anderzijds tijd en ruimte. Tijd en ruimte worden hier in één adem genoemd om aan te tonen dat het geheel van tijd en ruimte een invloed heeft, niet om het onderscheid ertussen aan te tonen. Als je een tijdsaanduiding als een plaatsaanduiding ziet, kan je waarschijnlijk deze tweedeling overstijgen. Je gaat immers op zoek naar wat aan de grondslag van beide ligt, namelijk de aanduiding.

Ik denk dat je volgens Heidegger niet kan weten wie je bent. ‘Wie’ definiëren is onmogelijk omdat je niet weet welke invloeden je ondergaan hebt. Er is geen strikte scheiding tussen Dasein en de wereld van Dasein. De wereld is door Dasein gesocialiseerd te hebben, een deel van Dasein geworden en Dasein is een deel van de wereld. Het klopt dat het zelfbewustzijn van jezelf daardoor vervaagd is. De keuzes die Dasein maakt, worden door het in-de-wereld-zijn van Dasein beïnvloed. Ze zijn dus nooit helemaal vrij; ook als Dasein denkt dat het om een vrije keuze gaat. Wat Heidegger over “durf denken” zou zeggen, daar moet ik nog eens over nadenken. Ik probeer eerst in te gaan op je andere vragen.

Er is niet alleen menselijk Dasein. Ik vertrok vandaar in mijn vorige brief omdat ik ervan uitging dat die invalshoek het voor jou meest aanschouwelijk zou zijn. Zelf kan ik me daar het meest bij voorstellen.

Heidegger heeft het over andere vormen van Dasein. Een Dasein is een zijnde dat zijn eigen zijn begrijpt. “Dasein versteht sich in irgendeiner Weise und Ausdrücklichkeit in seinem Sein.” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 12). We moeten op zoek naar zaken die zichzelf verstaan in het eigen zijn. Heidegger geeft dit genuanceerd weer door te stellen dat dit “op één of andere wijze en meer of minder nadrukkelijk” is. Culturen en wetenschappen bestaan op dezelfde manier als Dasein. Hun activiteiten bevatten ook een interpretatie van wat het is een cultuur of een wetenschap te zijn (Dreyfus, p. 15).

Ook taal is een Dasein. Taal is meer dan de totaliteit of de som van woorden. Taal bestaat, net zoals Dasein bestaat (Dreyfus, p. 15). Ze hebben dezelfde structuur (Dreyfus, p. 218). Taal als Dasein is het zijn van de taal en de zelfinterpretatie van de taal door de taal.

Ik geef hieronder een voorbeeld van hoe, volgens Heidegger, taal zichzelf interpreteert. Dit voorbeeld kan je vergelijken met het overstijgen van het onderscheid subject-object. Het gaat over ‘in’. Heidegger stelt zich de vraag wat ‘in’ in ‘in-zijn’ wil zeggen. Hij heeft het dan over in-de-wereld-zijn. Heidegger heeft het bijvoorbeeld over water in een glas: “Wir meinen mit dem »in« das Seinsverhältnis zweier »im« Raum ausgedehnter Seienden zueinander in bezug auf ihren Ort in diesem Raum.” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Of vertaald: “Met het ‘in’ doelen we op de onderlinge zijnsverhouding van twee zijnden [water en glas] met een bepaalde uitgebreidheid ‘in’ de ruimte en met betrekking tot hun plaats in die ruimte.” (Heidegger, Zijn en tijd, p. 81). We kunnen dit de letterlijke of objectieve betekenis van ‘in’ noemen.

Volgens Heidegger is ‘in-de-wereld-zijn’ een andere manier van zijn, het gaat niet zomaar over letterlijk in de wereld zijn. “»in« stammt von innan-, wohnen, habitare, sich aufhalten;” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Het gaat dus over meer dan letterlijk op een plaats en in een bepaalde tijd zijn. Het gaat eveneens over de band met die plaats en die tijd; eerder ‘thuis’ dan ‘in huis’.

Dasein is steeds in-de-wereld-zijn (Heidegger, Sein und Zeit, p. 54). Volgens Heidegger is deze betekenis van ‘in’ (vb. thuis) oorspronkelijker dan wat ik daarnet de letterlijke betekenis (vb. in huis) noemde. Is ‘in’ als in het voorbeeld ‘thuis’ dan figuurlijk? Ik denk het niet. Dreyfus stelt het zo: “Heidegger wants us to see that at an early stage of language the distinction metaphorical/literal has not yet emerged.” (Dreyfus, p. 42)

Een bezoek aan de het vergezicht van Figuurlijk staat inderdaad op mijn verlanglijstje. Ik beloof je erover te schrijven. Over opdringerige verkopers heb ik al heel wat gelezen in reisverhalen. Ik hoop inderdaad dat ik daar enigszins van gespaard blijf. Blijkbaar is het geen voordeel als vrouw alleen te reizen; jammer maar helaas…

Dikke kussen,



Heidi

zaterdag 28 april 2012

Gent,


Dag Heidi,

Ilse is weer aan het werk. Ze heeft het nu moeilijker om zich weer aan te passen aan het werkritme dan na de bevalling van Lars. Zelf heb ik daar weinig moeite mee. Het is ongelofelijk hoe snel ik wen aan de nieuwe routine. Ik hou ervan dat alles opnieuw zijn ritme vindt. Dat zal wel de aard van het beestje zijn, gecombineerd met een zekere beroepsmisvorming.

Richting het Objectgebergte, zeg je? Dat is pas de wijde wereld in! Ik veronderstel dat Figuurlijk ook op je programma staat? Daarover moet je me zeker je indrukken beschrijven. “Bestemming: Beter” is één van de slogans van onze spoorwegen tegenwoordig. Als er niet teveel toestanden zijn met aangevroren wissels, bladeren op de sporen, geknakte bovenleidingen, … is het reizen met de trein in mijn beleving erg ontspannend en inspirerend.

Als ik je goed begrijp is onze manier van interpreteren en denken dus in zekere zin relatief; relatief in tijd en ruimte? Dat doet me aan Einstein denken. Einstein verbindt ook tijd en ruimte.

Terwijl een plaatsbepaling drie coördinaten veronderstelt, wordt tijd toch beschouwd als een vierde dimensie? In verschillende opzichten liggen tijd en ruimte eerder in elkaars verlengde. Onlangs ging ik naar een tentoonstelling van het Liber Floridus: een middeleeuws handschrift; een encyclopedie eigenlijk. Daarin staan verschillende kaarten die de wereld en de kosmos weergeven. Het viel me op dat vele van die kaarten uit verschillende sferen bestaan en dat tijd daar vaak ook in één van die cirkels wordt afgebeeld. Meestal is dat in de vorm van afbeeldingen van maanstanden.


Als je naar de kern van de zaak gaat, is tijd in feite ook een plaatsaanduiding. Want je tijd wordt bepaald door je plaats op de aarde ten opzichte van de zon.

Je vertelt dat Dasein zich niet bewust is van de invloeden van de omgeving. Dasein is dan als het ware voorgeprogrammeerd door socialisering. Wil dat dan zeggen dat je niet kan weten wie je bent? Of gaat het er eerder over dat je beïnvloed wordt door je omgeving, bijvoorbeeld door reclame of groepsdruk en dat je je daardoor niet bewust bent van het feit dat je beïnvloed bent? Dat je soms denkt dat je een vrije keuze maakt, maar dat dat in feite niet zo is?

Je beschrijft de menselijke manier van Dasein. Zijn er dan ook andere Daseinen? Ik kijk uit naar je voorbeeld.

Van “ik denk, dus ik ben” wordt brandhout gemaakt? Zowel het denken als het zijn in deze uitspraak worden waarschijnlijk geproblematiseerd door Heidegger. Bewust denken, trekt hij in vraag, dus kan je daar ook niets uit afleiden, gaat het zo? Descartes ziet in het denken een oplossing voor zijn twijfel, maar Heidegger stelt dat dat denken een misinterpretatie kan zijn? En sowieso is ‘ik ben’ een probleem omdat zijn een ‘hol’ begrip is. Zoiets? Wat zou Heidegger dan doen met Kants “durf denken”?

Van ‘hol’ gesproken ik hoop dat de slogan “Bestemming: Beter” voor jou zeker niet hol is en liever meer betekent dan een slogan. En laat die souvenirs maar achterwege… ik hoop dat je aan de verkopers op de toeristische plekken in het Objectgebergte kan ontsnappen. Dat schijnt daar geen sinecure te zijn.

Vele groeten,



Siebe