Posts tonen met het label werktuig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werktuig. Alle posts tonen

zondag 20 mei 2012

Gepraat,


Dag Siebe,

Je hebt gelijk: om op ontdekkingstocht te gaan, hoef je helemaal niet ver te gaan. Eigenlijk is reizen in dat opzicht soms een beetje vreemd. Voor je vertrekt, denk je aan alles wat je wil zien en meemaken. Eenmaal ter plaatse kom je toch snel aan de grenzen van wat je allemaal kan doen. Ook op Dasein zijn er maar 24 uur in een dag en sommige uren zijn erg vermoeiend omdat het hier toch wat te warm is om aangenaam te zijn.     

Via Men ben ik naar Gepraat gereisd. Morgen vertrek ik naar Ladder. Het wordt een eerder lastige busreis, want Ladder ligt aan de andere kant van het Objectgebergte. De bus slingert zich dan over de kronkelwegen en mijn maag is het daar meestal niet echt mee eens…

Om een woordenboek te maken moet je de taal analyseren, in stukjes trekken, regelmaat zoeken, een fonetisch schrift uitvinden, … Je zoekt naar eigenschappen van de taal en probeert die op een analytische, abstracte manier weer te geven. Het is, volgens Heidegger, echter hoogst ondenkbaar dat de betekenis van het geheel kan gevonden worden in zijn betekenisloze elementen (Dreyfus, p. 116).

Het is zoals met een stoel: je kan de stoel analyseren door te stellen dat de stoel uit vier poten, een zitting en een leuning bestaat. Je kan de materialen beschrijven waaruit die elementen gemaakt zijn: de kleur, de afmetingen, het gewicht, … Misschien bestaan de zitting of de leuning nog uit verschillende onderdelen? Die kan je verder analyseren. Maar dan komt het: de elementen van de stoel geven op geen enkele manier aan wat die stoel ‘is’. (Weet je nog wat ik schreef in blog 23 april 2012?) De betekenis van de stoel ontstaat maar als je erop gaat zitten en dat doe je maar als je weet dat die stoel dient om erop te zitten. Niemand gaat op een stoel staan.

Door de onderdelen te analyseren kom je er niet, dus probeer je er opnieuw betekenis aan toe te voegen. Zo kan je stellen dat een stoel bestaat uit vier poten, een zitting en een leuning en dat het dient om op te zitten. Een goed plan, maar zijn dit dan geen stoelen?


Volgens Google afbeeldingen zijn het alvast wel stoelen. Lossen we dit probleem op door te stellen dat een stoel dient om op te zitten, zonder het over de onderdelen te hebben? Zijn dit dan stoelen?


Eigenlijk is het onmogelijk om de betekenis van woorden te vatten in een woordenboek. Is een woordenboek dan wel nuttig en waarom investeren in een onmogelijke taak?

We waren het er al over eens, Siebe, dat taal een middel of een werktuig is (blog 9 mei 2012). Welnu, taal is een ‘publiek’ werktuig: het toont een zekere algemeenheid en gehoorzaamt aan normen (Dreyfus, p. 151). “Thus the very functioning of equipment is dependent upon social norms.” (Dreyfus, p. 154) We kunnen elkaar pas begrijpen via taal als die taal aan een aantal normen voldoet.

Het woordenboek speelt net hierin een rol want het is noodzakelijk taal ‘juist’ te hanteren. We schrijven ‘vakantie’, met een 't', maar we spreken uit ‘vakansie’, met een 's'. Indien iemand dit woord verkeerd uitspreekt zal de gesprekspartner door het woord correct te herhalen automatische confirmatie realiseren (Drefus, p. 152). In een woordenboek kan je dit opzoeken.

De manier waarop iets uitgesproken moet worden, gaat terug op een soort ‘gemiddeldheid’; ‘das Man’ of ‘het men’. Heidegger stelt dat het gezond verstand van ‘het men’ alleen het nakomen of niet nakomen van de gangbare regels kent. Dit is het voldoen of niet voldoen aan de publieke norm (Sein und Zeit, p. 288). Het woordenboek is een neerslag van die publieke norm. Ik vertel je in mijn volgende brief wat meer over ‘das Man’.

Ik hou er nu maar mee op want ik wil hier nog even rondlopen. Ik denk dat ik wat op het strand aan de Bodemloosstroom ga lezen. Het zou daar niet zo toeristisch zijn als op Gepraat plage aan het Bodemloosmeer. Ik hou niet van die drukte, maar het is een toerist niet gegeven die gemakkelijk te ontlopen.

Zwaaizwaai,



Heidi

dinsdag 15 mei 2012

Daseinstadt,


Beste Siebe,

Hoe gaat het eigenlijk nog in België? Alles oké met Ilse en de kinderen? Heb je al plannen voor de lange weekends die eraan komen?

Ik ben nogal altijd in Daseinstadt omdat het hier zo interessant is. Er is veel te zien, veel te bezoeken en het is relatief rustig voor een hoofdstad. Ik hou van de vele parkjes en tuinen waar ik mijn boeken lees en blogs naar je schrijf. Dat doe ik meestal ’s morgens, want ‘s middags wordt het te warm. Dan zoek ik de koelte op. Het is dan ideaal om de blogs te typen. Het is altijd wel een beetje spannend omdat de elektriciteit het regelmatig laat afweten. (Zou dat ook met de temperatuur te maken hebben?) Ik moet er dus op letten om tijdig op te slaan. Soms ben ik door die onderbrekingen lang bezig, want iedere keer moet ik me opnieuw aanmelden en het documenten vinden, verder typen, … maar zoals je ziet: het lukt wel.

Verdwijnen en verschijnen worden wel mooi geïllustreerd in het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg. Het gedicht zelf ontstaat door het ‘niet komen van bus’. Het toont dus hoe de busverschijnt’. Maar door daarover na te denken, dwalen de gedachten van de dichter af en verdwijnt het nadenken over het verschijnen. Zo plots als het ‘verschijnenverschijnt, verdwijnt het weer. Je kan het fenomeen niet grijpen en begrijpen. De wereld is niet-representeerbaar en kan niet gecommuniceerd worden, zo is het ook met taal (Dreyfus, p. 221).

Wat ik tot nu toe al geleerd en verteld heb, is dat taal bestaat zoals Dasein. Het is meer dan de som van woorden en interpreteert zichzelf (blog 30 april 2012). De betekenis van taal zit in de wereld. Dasein, wereld en taal zijn met elkaar verbonden (blog 5 mei 2012). Als onderdeel van de wereld is taal 'terhands' (zuhanden) en de woorden zijn 'voorhanden'. Taal kan dus ook een werktuig zijn, het verdwijnt in het gebruik; in het spreken (blog 9 mei 2012).

Volgens Heidegger is er geen diepere betekenis en geen metafysische grond. De enige diepe betekenis is dat er geen diepe betekenis is (Dreyfus, p. 157). Ken je dit stukje uit Black Adder een BBC-reeks?

Black Adder verzint woorden, woorden zonder betekenis, maar we begrijpen door de omstandigheden perfect wat hij bedoelt. Iets vertellen is dus niet zoals het transporteren van een boodschap van het ene subject naar het andere (kaart Daseinstadt [15]). Spreken is niet coderen en decoderen van woorden. Woorden betekenen op zichzelf weinig in een zin. Anders zouden we door de nieuwe woorden niet kunnen begrijpen wat hij bedoelt. Anderzijds zou in omschrijvingen spreken de zaak ook niet eenvoudiger maken…


Iedereen in de scène kent de woorden, eigenlijk moeten ze de woorden niet uitleg-gen door ze te omschrijven. Het is de situatie die voor problemen zorgt. Black Adder had vooraf gezegd dat Baldrick alles mocht gebruiken om het vuur aan te maken…

Door socialisering zijn we vertrouwd met taal. Socialisering wil niet zeggen 'ontcijferen en incorporeren' (Dreyfus, p. 161). Het is voor Heidegger zeker geen 'bewust' proces. Het gebeurt door anderen taal te zien en horen gebruiken en het zelf te leren door het te proberen. Betekenis toont zich in het gebruik van het woord. Naarmate je meer en meer gesocialiseerd raakt in de gewoontes van een gemeenschap krijgen woorden betekenis (Dreyfus, p. 219). Taal bestaat als Dasein en wordt deel van Dasein. Zoals de wereld een deel wordt van Dasein, wordt taal dat ook. Als je een taal spreekt, wordt die taal ‘transparant’. Je merkte terecht op dat als je vertrouwd bent met een taal dat die taal dan verdwijnt, transparant wordt, als je spreekt. Omdat er geen overeenkomsten zijn tussen de woorden en de dingen waar ze naar verwijzen, moet je er dus mee vertrouwd geraken. We zijn dit zo gewoon dat we er niet bij stilstaan. Humor laat taal verschijnen:


Is betekenis wel vatbaar in woorden? “Den Bedeutungen wachsen Worte zu. Nicht aber werden Wörterdinge mit Bedeutungen versehen.” (kaart Daseinstadt [13]). Woorden groeien, volgens Heidegger, naar betekenis toe en niet omgekeerd. Het is niet zo dat woord(ding)en van betekenissen worden voorzien. Dit is vervelend want hoe kan je taal dan bestuderen? Wat is dan de ‘grond’? De ultieme grond is gewoon gedeelde praktijk, de socio-culturele achtergrond die bovendien steeds verandert.

Ik ben blij dat ik het in mijn brieven ondertussen meer over taal kan hebben en minder over de algemenere concepten van Heidegger, zo wordt het toch concreter voor jou?

Kussen,



Heidi

zaterdag 12 mei 2012

Gent,


Hoi Heidi,

Mist! Dat moesten ze nu eens afschaffen: nergens goed voor! Wolken horen hoog in de lucht te hangen. Misschien lukt het je om nog eens naar Subjectia te gaan terwijl je daar nu toch in de buurt bent. Misschien moet je dan maar eerst het weerbericht checken ;-). Nuja, als je reist, moet je je toch altijd een beetje overlaten aan het toeval; en aan taxichauffeurs…

Het voorbeeld van de fiets vond ik heel duidelijk. Maar geef nu toe, Heidi, een fiets die verschijnt als hij gestolen is… het kan al eens een lezer in de war brengen. Ik denk dat het klopt als je zegt dat Heidegger een nieuwe taal gebruikt, want je bedoelt gewoon iets anders met ‘verdwijnen’ en ‘verschijnen’. Het is dan verwarrend (lees: moeilijk) als je die andere invulling niet kent.

Ik begrijp dat taal als middel (als werktuig) verdwijnt als je het gebruikt, als je spreekt. Je bent je er niet bewust van, ook niet van de onderdeeltjes waaruit taal bestaat: woorden, klanken, letters, … behalve als er iets misloopt. Het is inderdaad pas als iemand van een ‘r’ een ‘l’ maakt, dat het opvalt hoeveel ‘r’ voorkomt in het Nederlands. Zou het niet kunnen dat je moedertaal gemakkelijker ‘verdwijnt’ dan een andere taal. Ik denk zelden na over Nederlands, maar als er me in Brussel iemand in het Frans aanspreekt, moet ik toch even denken. Aan de andere kant gaat het Frans spreken toch nu en dan vanzelf na een paar dagen op vakantie in Frankrijk. Moet je niet voldoende vertrouwd zijn met een taal zodat ze nu en dan kan ‘verdwijnen’? Hoe minder de taal ‘verschijnt’ hoe beter je de taal beheerst.

Zou je kunnen zeggen dat je nooit echt ‘over’ taal kan spreken maar altijd ‘in’ een taal? Want zelfs als je over taal spreekt, dan is dat steeds in een taal en terwijl je over die taal spreekt, denk je niet aan de taal waarin je spreekt. Dus taal verdwijnt.

Nog één iets: als je fiets gestolen is en je neemt de bus, maar die komt te laat, dan verschijnt die bus dus ook. Ken je het gedicht Wachten op de halte van Judith Herzberg?

Ik denk dat ik er nu maar mee ophou. Straks begrijp ik zelf niet meer wat ik schrijf. Het vraagt best wel wat concentratie om woorden opeens een andere dimensie mee te geven.

Doei!



Siebe

woensdag 9 mei 2012

Daseinstadt,


Hoi Siebe,

Voorlopig geen gezondheidsklachten en ik beloof je dat ik op mijn hoede ben voor oplichters!

Het vergezicht van Figuurlijk is ietwat tegengevallen. Dikke mist versperde het zicht… grrr! Het was zo erg dat de kabelbaan niet open was omdat ze toch geen toeristen verwachtten. Ondertussen ben ik terug in Daseinstadt. Misschien ga ik nog eens terug naar Figuurlijk. Uiteindelijk ben ik hier nog tot eind juni. Ik maak er nu werk van Daseinstadt grondiger te bezoeken. Sympathieke taxichauffeurs die me al dan niet per ongeluk op de verkeerde plek brengen, zorgen wel voor een extra dimensie aan mijn verkenning.

Vroeger had ik ook altijd de indruk dat filosofen zo grootsprakerig doen. Door er meer mee bezig te zijn, denk ik er eigenlijk niet meer zo over. Zeker als het over Heidegger gaat. Eigenlijk probeert Heidegger net ‘voet aan de grond’ te krijgen door in het alledaagse betekenis te vinden. De essentie hier is de taal. Je vraagt me om 'mensentaal' te gebruiken om het uit te leggen. Heidegger stelde dat hij een nieuwe taal nodig had om zijn inzichten wereldkundig te maken. Dat is ook wat hij gedaan heeft. Als je dus Heidegger wil begrijpen, moet je zijn nieuwe taal leren voor je kan begrijpen wat hij bedoelt. “Nur wer schon versteht kann zuhören,” schrijft Heidegger (kaart Daseinstadt [1]). Ik denk dat dit voor elke taal geldt, ook voor de taal die Heidegger zelf gebruikte en vormgaf. Je moet het al kunnen begrijpen voor je kan horen wat er gezegd wordt.

Taal als totaliteit van woorden is een deel van de wereld, een soort wereld binnen de wereld. Maar een wereld die niet los te maken is van de wereld. Taal heeft in die betekenis zijn wortels in de wereld en weerspiegelt de structuur van de wereld.
Heidegger noemt taal een “innerweltlich Seiendes” en zegt erover dat het “Zuhanden” is (kaart Daseinstadt [11]). Taal is 'terhands', het is beschikbaar om direct te gebruiken. Het is zoals je fiets klaarstaat in de gang en als je ergens heen wil, dan neem je die gewoon.

Heidegger bespreekt werktuigen en is erdoor gefascineerd dat werktuigen verdwijnen tijdens het gebruik. Je vergeet de eigenschappen van je fiets; dat die wielen heeft en zo. Je fietst gewoon. Je bent op de een of andere manier één met je fiets, je beseft niet dat je fietst. Zo ook met taal. Je gebruikt de taal die je geleerd hebt en je weet zelfs niet hoe je die geleerd hebt. Je hoort nooit de geluiden of de klanken zelf, maar je begrijpt direct de woorden en de zinnen (kaart Daseinstadt [2] en [3]). Het is pas als er iets mis is met het werktuig dat je het werktuig in al zijn aspecten en onderdelen kan zien. Als je een lekke band rijdt en die band vervangt, dan weet je weer dat die band aan je fiets zit. In die zin verschijnt je fiets als hij gestolen is. Als je fiets gestolen is, besef je wat die fiets eigenlijk betekent, want nu moet je met de bus en dus wachten op die bus en dan moet je sowieso nog een stuk te voet en een nieuwe fiets gaan kopen en die fiets loopt dan niet zo goed als de fiets die je gisteren nog had … De bus is op dat moment 'vorhanden'. Je gebruikt de bus om toch thuis te geraken. Een werktuig kan 'terhands' zijn (fiets in de gang), maar ook voorhanden.

Taal ook. Taal is 'zuhanden' (zoals je fiets in de gang), maar de woorden kunnen ook voorhanden zijn: “Die Sprache kann zerschlagen werden in vorhandene Wörterdinge,” (kaart Daseinstadt [12]), schrijft Heidegger. Taal kan in stukjes gehakt worden en de woord(ding)en kan je gebruiken. Zoals eender welk werktuig kan taal opeens verschijnen. Je kan niet op een woord komen en je beseft dat je taal aan het gebruiken bent, maar je gebruikt een ander woord of een omschrijving. Dasein heeft taal (kaart Daseinstadt [10]) en gebruikt taal als een tool, als werktuig (Dreyfus, p. 221).

Ik ben er helemaal nog niet uit hoe Heidegger taal ziet, ik heb ook het gevoel dat mijn zoektocht nog maar net begonnen is. In Sein und Zeit schrijft Heidegger dat het filosofisch onderzoek een keer zal moeten besluiten “welche Seinsart der Sprache überhaupt zukommt” (kaart Daseinstadt [9]). Hij vraagt zich dus af wat voor een zijnde taal is.

Het is een geruststelling dat Heidegger het toen ook nog niet wist. Zo Siebe, dit heb ik de laatste dagen geleerd. Ondertussen maak ik nieuwe plannen voor mijn reis.

Vele groetjes,



Heidi