Beste Siebe,
Hoe gaat het met je? En met de kinderen? Hoe was de eerste dag naar de crèche voor de jongste? Ik denk wel dat Lars goed voor z’n kleine zus heeft gezorgd?
Ondertussen ben ik onderweg; vertrokken zoals dat heet. Want je moet vertrekken om te kunnen aankomen en beginnen om te kunnen eindigen. Dat schreef mijn grootmoeder. Na het overlijden van mijn tante vonden we een pakketje brieven terug. Brieven die wat verstrooiing brachten in het kotleven van die tante. Brieven die netjes in plastiek overtrekjes in een ringmap bewaard werden. Brieven over het alledaagse van het leven. In 1962 wachtte mijn grootmoeder op de schilders die vooral uitblonken in niet opdagen. “Ze moeten beginnen voor ze kunnen eindigen”. Ik ben dus vertrokken en dat moet zo om te kunnen aankomen; dat is toch het plan.
Schrijven over het alledaagse doet me denken aan wat ik net bij Dreyfus las. Zijn boek Being-in-the-World was voor mij een inleiding op Sein und Zeit van Heidegger. Daarin las ik: “the world is discovered in the everyday activity of Daseining” (Dreyfus, p. 59). De wereld kan je ontdekken in de dagdagelijkse activiteiten van Dasein.
Misschien moet ik eerst proberen uitleggen wat Dasein ‘is’. Al is dat natuurlijk de hele kwestie voor Heidegger. In Sein und Zeit onderzoekt hij wat ‘zijn’ is. De vraag wat ‘is’ Dasein kunnen beantwoorden, is een probleem op zich. Het begrip ‘zijn’ zou vanzelfsprekend zijn want elke zin bevat eigenlijk ‘is’. Die veronderstelde vanzelfsprekendheid vormt het probleem voor Heidegger: “Daß wir je schon in einem Seinsverständnis leben und der Sinn von Sein zugleich in Dunkel gehüllt is, beweist die grundsätzliche Notwendigkeit, die Frage nach dem Sinn von »Sein« zu wiederholen.” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 4). Heidegger stelt dat we altijd al in een zijnsverstaan leven terwijl de zin van zijn tegelijk in duisternis gehuld is. We stellen ons geen vragen over de zin of de betekenis van zijn omdat we al een zekere manier hebben om de wereld te begrijpen. Die manier van kijken naar de wereld is voor ons vanzelfsprekend. Dat bewijst volgens Heidegger de principiële noodzaak de vraag naar ‘de zin van het zijn’ te herhalen. Zomaar uitleggen wat Dasein ‘is’, ‘is’ dus moeilijk.
Heidegger omschrijft Dasein als in-de-wereld-zijn. “Dasein aber besagt: In-der-Welt-sein” (Heidegger, Sein und Zeit, p. 165). Op die manier krijg je het volgende: de wereld wordt ontdekt in de dagdagelijkse activiteiten van het in-de-wereld-zijn. In de activiteit wordt dus duidelijk hoe het zijn is. De betekenis van dat zijn zit in de wereld.
Ik vraag me af of je begrijpt wat ik hier bedoel. Ik vraag me ook af of ik het zelf wel goed begrepen heb. De woorden volgen zo vlot op elkaar. De zinnen zien er vrij eenvoudig uit. Maar wat denk jij, Siebe? Kan jij je iets voorstellen bij wat ik schreef?
De reis gaat naar het eiland Dasein, in de Zee der Interpreten. De mensen spreken er Duits en ik probeer me daar mentaal op voor te bereiden. Duits spreken is voor mij nog altijd iets anders dan Duits lezen… Het vliegtuig heeft nog een goede dertien uur vliegen voor de boeg. Ik ga nog wat slapen.
Slaapwel.
Heidi
Geen opmerkingen:
Een reactie posten